klimaatverandering

Bosbranden, hitte, overstromingen en druilerig Nederlands weer: hoe extreem was deze zomer?

Nu bosbranden vaker voorkomen, kunnen bossen zich tussen de branden niet meer herstellen.  Beeld San Francisco Chronicle via Gett
Nu bosbranden vaker voorkomen, kunnen bossen zich tussen de branden niet meer herstellen.Beeld San Francisco Chronicle via Gett

Woensdag begint de meteorologische herfst, na een wereldwijd onstuimige zomer. Van bosbranden in Canada en Siberië tot overstromingen in Duitsland en Nederland: hoe bijzonder is dit weer te noemen?

Wakker worden in een tent waar het water tot aan de rand van je luchtbed komt: vakantiegangers in Friesland maakten het deze zomer mee. En ook strandtenthouders hadden het zwaar. Dat de omzet zou tegenvallen door de coronamaatregelen, lag in de lijn der verwachting. Geen grote feesten met dj’s in het strand, middernacht sluiten. Maar daarbovenop kwam het slechte weer, waardoor ook dagjesmensen wegbleven.

De tropische temperaturen die de afgelopen warme zomers het nieuwe Hollandse normaal leken te zijn geworden, bleven deze keer in juli en augustus uit. Ter vergelijking: vorig jaar telde de zomer elf dagen waarop het kwik in de Bilt tot dertig graden of hoger steeg. Deze zomer was dat er maar één. En op maar liefst vijftien dagen viel er ergens in het land meer dan vijftig millimeter regen: een record.

Een uitzonderlijke kwakkelzomer? Nee hoor, vertelt klimaatonderzoeker Peter Siegmund van het KNMI. Pas vanaf 1976 kennen de Nederlandse zomers soms hoge temperaturen, voor die tijd was het oud-Hollands koel. Wat in 1976 de ommezwaai veroorzaakte, is niet zeker. De aarde warmt op, dus dat speelt een rol, maar de toegenomen warme wind uit zuidelijke en oostelijke richting is ook van invloed. Maar dat betekent niet dat het élke zomer warm is en ook over de volgende zomer valt nog niets te zeggen. Toeval blijft een grote rol spelen, aldus Siegmund.

Toch zagen wetenschappers in de zomer van 2021 wereldwijd wel degelijk de effecten van klimaatverandering, met op diverse plekken verlammende hitte en bizarre hoeveelheden neerslag die we volgens de klimaatmodellen vaker gaan verwachten. Een overzicht van de extreme zomer van 2021, van bosbranden in Siberië tot weggespoelde bergdorpen in Duitsland.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Hitte: kwik stijgt tot bijna vijftig graden

De zomer van 2021 brak hitterecord na hitterecord. In Canada en het noordwesten van de VS zochten mensen hun toevlucht tot speciaal daarvoor ingerichte koelcentra, daar konden zij schuilen voor de verzengende hitte. Naarmate het aantal plotselinge sterfgevallen als gevolg van de hittegolf steeg, riep de politie burgers op om oudere familieleden goed in de gaten te houden.

Inwoners van het Canadese dorp Lytton zagen het kwik stijgen tot 49,6 graden Celsius: warmer dan ooit tevoren. De Amerikaanse stad Portland verbrak het oude hitterecord met vijf graden en tikte de 46,7 graden aan. Ook het Europese hitterecord sneuvelde: op Sicilië klom de temperatuur op tot 48,8 graden Celsius.

De hitte op de continenten kent verschillende oorzaken: in de mediterrane landen leidt een combinatie van droogte, felle zon en warme, dalende lucht uit de Sahara tot hoge temperaturen. Boven Canada en het noordwesten van de Verenigde Staten vormde zich een koepel van warme lucht die niet weg kon en daardoor genoodzaakt was te dalen, waardoor de temperatuur ook daar tot recordhoogte steeg.

Direct na de hittegolf in Canada sloegen onderzoekers van onder andere het KNMI aan het rekenen. Conclusie: dergelijke temperaturen op die plek zijn niet langer te verklaren door toevallige omstandigheden in het weer. Zonder de opwarming van de aarde door CO2-uitstoot was de piek vrijwel zeker niet zo hoog. Peter Siegmund, klimaatonderzoeker bij het KNMI: ‘Dit was inderdaad een extreem jaar qua hitte, maar deze zomer hebben we ook gewoon pech gehad. Zulke temperaturen gaan eens in de honderden jaren voorkomen.’

Bosbranden: allemaal tegelijk

Honderden mensen bijeengepakt op een veerpont die wegvaart van een kustlijn die in lichterlaaie staat. Apocalyptische beelden van het Griekse eiland Evia gingen de wereld over. Ook buiten Zuid-Europa was het raak. In onder meer Canada, de Verenigde Staten, Siberië, Finland en Noord-Afrika woedden grote bosbranden, die soms wel tweeduizend vierkante kilometer besloegen en meerdere mensenlevens kostten.

Hoewel bosbranden al voorkomen zolang er bomen en blikseminslag bestaan, is er in de zogeheten boreale zone iets bijzonders aan de hand. Hier bevinden zich de naaldbossen van de noordelijke regio’s, zoals Canada en Siberië. Gert-Jan Nabuurs, hoogleraar Europese bossen aan de Wageningen Universiteit en hoofdauteur van het klimaatpanel IPCC, legde eerder in de Volkskrant uit hoe de bosbranden in Rusland toenemen. ‘Van gemiddeld 1 tot 2 miljoen hectare in Rusland per jaar in de jaren negentig, naar 5 tot 6 miljoen hectare nu. De hogere temperaturen door klimaatopwarming werken dat in de hand. Dit is uitermate zorgelijk en niemand heeft er een goed antwoord op. Ook klimaatslim bosbeheer is vrijwel niet uit te voeren in deze onmetelijke gebieden.’

Daarnaast valt de timing van de bosbranden dit jaar op, zegt Guido van der Werf, fysisch geograaf en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Ieder jaar is er op de wereld wel een gebied waar veel branden zijn. Dit jaar branden al die gebieden tegelijk, dit is het eerste jaar dat ik dat zie.’

Zo’n wijdverspreid brandjaar is niet zonder gevolgen. Nu bosbranden vaker voorkomen en intenser zijn, kan het bos het niet meer bijbenen en zichzelf niet in oorspronkelijke staat herstellen voordat de volgende bosbrand zich aandient. Daardoor verandert de vegetatie en raakt de CO2-balans zoek: normaliter compenseert het bos de CO2-uitstoot die de bosbrand veroorzaakte door nieuwe bomen te groeien die CO2 uit de lucht kunnen halen, maar nu krijgt het bos daar de tijd niet voor en produceert het netto meer CO2 dan het opneemt. Toch valt de uitstoot relatief nog mee, zegt Van der Werf. Zo is de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij bosbranden een stuk kleiner dan wat er wereldwijd bij de verbranding van fossiele brandstoffen de lucht in wordt geblazen.

Altenburg werd hard getroffen door de overstromingen van de Ahr.  Beeld Julius Schrank
Altenburg werd hard getroffen door de overstromingen van de Ahr.Beeld Julius Schrank

Regen en overstromingen: kolkend water dat gaten in de muren slaat

De Duitse Uwe leidt een Volkskrant-correspondent daags na de grote overstromingen van juli rond in het verwoeste dorp aan de Ahr waar hij woont. ‘Woonde’, corrigeert hij zichzelf. Het kolkende water sloeg gaten in de muren, vulde het huis met modder en sleurde zijn schoonvader mee, die tot dan toe spoorloos was.

Half juli zorgden aanhoudende regenbuien in West-Europa voor ernstige overstromingen. Mensen brachten de nacht door op het dak van hun huis terwijl dorpen onderliepen en wegen en spoorlijnen door aardverschuivingen verwoest werden. Ruim tweehonderd mensen kwamen om. Ook in Nederland zorgde het water voor overlast: in een ziekenhuis in Venlo moesten patiënten op stel en sprong hun bed verlaten om te vluchten voor het water. En de hevige regenval bleef niet beperkt tot West-Europa: de Chinese provincie Henan werd eveneens getroffen door zware wateroverlast.

Een gestrande camping in Mechelen tijdens de overstromingen in Limburg van afgelopen juli.  Beeld Marcel van den Bergh
Een gestrande camping in Mechelen tijdens de overstromingen in Limburg van afgelopen juli.Beeld Marcel van den Bergh

Door klimaatverandering zal zulk extreem noodweer in West-Europa vaker voorkomen, constateerde een internationaal team wetenschappers onlangs. Maar hoe vaak precies blijft ongewis: het KNMI berekende dat zulke neerslaghoeveelheden ongeveer eens in de duizend jaar optreden, het Belgische KMI kwam uit op eens in de vierhonderd jaar. ‘Dat verschil alleen al geeft aan hoe onzeker de statistiek is als het om extremen gaat, zegt Klaas-Jan van Heeringen, expert waterbeheer bij Deltares. ‘Daarnaast zitten we in een veranderend klimaat, waardoor dit soort extremen naar verwachting vaker zullen optreden. Misschien concluderen we over vijftig jaar wel dat extreme regenval zoals in de zomer van 2021 eens in de vijfentwintig jaar voorkomt.’

Mensen vragen zich terecht af hoe vaak zulke extremen gaan voorkomen, zegt Van Heeringen. ‘Maar uiteindelijk gaat het daar niet alleen om. We moeten ons daarnaast afvragen: hoe gaan we ons wapenen tegen dit soort extreme situaties om de impact ervan in te perken? Wat dat betreft gaan waterbeheerders een interessante periode tegemoet.’

Meer over