Borsumij-bestuurders verontwaardigd over 'puntje puntje-rapport' van justitie Noordam: 'En niemand is toch vies van geld?'

'Niet vandaag, maar op termijn moet ik wellicht over mijn positie nadenken', meent Jan Noordam. De 53-jarige bestuursvoorzitter van het Haagse handelshuis Borsumij Wehry wil niet dat zijn onderneming grote schade zal lijden door een plotseling losgebarsten voorkennis-affaire rond zijn persoon en nog een zevental topmanagers....

FOKKE OBBEMA; PETER DE WAARD

Van onze verslaggevers

Fokke Obbema

Peter de Waard

DEN HAAG

Woensdag zocht hij - tegen het advies van zijn advocaten - de publiciteit in een poging zijn onschuld aan te tonen. Het openbaar ministerie in Amsterdam verdenkt de Borsumij-top van misbruik van voorwetenschap.

Noordam zegt dat de raad van advies (de commissarissen) de bestuurders door dik en dun steunen, maar hij wil voorkomen dat Borsumij door zijn aanblijven schade oploopt. Op dit moment werkt de affaire naar zijn zeggen nog niet verlammend op het functioneren van het bedrijf.

Dat wordt anders als beleggers Borsumij in de steek laten of overnames niet meer gedaan kunnen worden. Noordam wil geen herhaling van de Begemann-affaire waarbij topman Joep van den Nieuwenhuyzen naar eigen zeggen veel te laat de consequenties trok.

'Kan ik voor de verdachte een kopje koffie inschenken?', zo had zijn assistente gegrapt, toen kranten vorige week voor het eerst schreven over de verdenkingen van justitie tegen Noordam. De man die in 1973 als jong accountant bij Borsumij aantrad en in 1991 de toppositie bij het handelsbedrijf verkreeg, kon er nog wel om lachen. 'Ik ben geen verdachte, de pers heeft mij al veroordeeld', had hij haar geantwoord.

Ook nu lacht Noordam nog, maar echt van harte gaat het niet. 'Ik slaap nog redelijk goed en ik lach ook nog wel, maar ik ben niet vrolijk', merkt hij zelf op. 'Dit is en blijft voor mij een zure zaak', schrijft hij in een persoonlijke notitie over de affaire. 'Als ik nu hoor dat acht à tien personen, ikzelf voorop, meer dan vijftig overtredingen van de modelcode hebben gepleegd, schrik ik me dood. Ik kan me heel goed voorstellen dat de eerste reactie is dat bij Borsumij wel een nest van gokkers moet zitten. Het tegendeel is mijns inziens het geval.'

Om die stelling te bewijzen gaat Borsumij het gesprek met de Volkskrant op volle sterkte aan: Noordam zelf, de 58-jarige mede-bestuurder Allard van der Graaf, tevens mede-verdachte, en de voorzitter van de raad van advies, Cees van de Putte. Slechts de laatste beschikt over het document waar alles om draait: de gedetailleerde beschuldigingen van justitie, vastgelegd in een rapport van het controlebureau van de beurs.

Van de Putte heeft het in een mapje bij zich en toont zijn bezoekers een bladzijde om aan te geven hoe justitie het heeft verminkt. 'Het puntje, puntje-rapport', noemt Noordam het snierend. Als verdachte mag hij het niet lezen. 'Ik heb er nog geen moer van gezien.'

Het rapport maakt melding van 54 overtredingen door de Borsumij-top, maar Noordam voelt zich onschuldig. 'Ik heb geen ogenblik het gevoel gehad dat we bezig waren met koorddansen. Als je dat gevoel hebt, dan handel je toch niet.' En Van der Graaf: 'Ik vind het een belediging voor onze intelligentie wanneer mensen denken dat we wel zouden willen koorddansen.'

Onomstreden is dat zij veelvuldig gehandeld hebben in het aandeel Borsumij of daarvan afgeleide produkten als warrants, opties en premie-affaires. Als motief geven de beide bestuurders het vertrouwen in het eigen bedrijf op. Na een moeilijke periode maakte het een spectaculair herstel door.

De intrinsieke waarde van het eigen aandeel (70 gulden) lag ver boven de beurskoers (56 gulden). En dus besloten Noordam en zijn collega's vanaf begin 1993 tot aankopen. 'Dat ging heel openlijk. We hadden het er met elkaar over. De transacties verliepen via personeelsrekeningen bij het bedrijf. Gewoon op onze eigen naam, niet via buitenlandse rekeningen.'

De privé-transacties werden uitgevoerd door de directeur financiën. Het hoofd juridische zaken hield in de gaten of de modelcode van de beurs en de wet werden nageleefd.

De handel in Borsumij bleek zeer lucratief. Het handelshuis was een van de snelste stijgers op de Amsterdamse beurs. Hoeveel Noordam er in 1993 mee verdiend heeft? 'U verrast me met die vraag. Ik heb dat niet precies uitgerekend. Enkele tonnen, denk ik.'

Nogmaals, hij geloofde in zijn eigen onderneming en de handel was niet onoirbaar. 'En niemand is toch vies van geld?'

Maar justitie en de effectenbeurs vinden de transacties wel onoirbaar. Zij richten hun pijlen op de aankoop op 2 december 1993 van warrants-Borsumij Wehry door Noordam en de andere managers. Warrants zijn rechten om op termijn aandelen tegen een vastgestelde prijs te kopen.

Op 20 december maakte Borsumij bekend dat het van plan was om de technische groothandel Stokvis over te nemen, een transactie die 'reeds in 1994 een positieve bijdrage aan de winst per aandeel' zou leveren. De koers van het aandeel Borsumij steeg die dag met 5 procent.

De toezichthouders gaan ervan uit dat de managers de warrants kochten op basis van hun kennis over de Stokvis-overname. Als die stelling klopt, dan is er misbruik van voorwetenschap. 'Maar op 2 december was de overname van Stokvis nog hoogst onzeker', luidt de tegenwerping van Noordam en Van der Graaf.

Kunnen zij dat ook bewijzen: zijn er documenten waaruit die onzekerheid onomstotelijk blijkt? Nee, die zijn er niet, zo moeten de bestuurders toegeven. De notulen van een vergadering van de raad van advies van 25 november komen ter tafel. Daarin wordt gesproken over Jozef 1 en Jozef 2, codenamen voor respectievelijk een onbekend bedrijf en Stokvis, beide kandidaten voor overname door Borsumij.

De onderhandelingen met Jozef 1 komen op een laag pitje, krijgen de commissarissen te horen. 'Daarom concentreert de raad van bestuur zich verder op Stokvis', zo staat letterlijk in de notulen. Enkele dagen eerder is er al door Van de Putte gesproken met Van der Brink. Die is op dat moment directeur en mede-eigenaar van Stokvis en tegenwoordig de derde man in de raad van bestuur van Borsumij. Van de Putte wil via een gesprek met Van den Brink te weten komen, of die eventueel past in een team met Noordam en Van der Graaf. Vantevoren heeft hij zo zijn twijfels, omdat Van den Brink de reputatie geniet een 'bedrijvendokter' te zijn. Daar zit Borsumij niet op te wachten, meent Van de Putte. Maar in het gesprek krijgt hij een goede indruk van de Stokvis-topman.

Op 6 december - vier dagen na de aankoop van de warrants - volgt een bespreking met Van den Brink over de te betalen koopsom voor Stokvis. Noordam: 'Ik had geen illusie dat die bespreking al zou leiden tot een overname. De bereidheid om een prijs af te geven was er bij Van den Brink niet.' Toch komen de besprekingen vanaf dat moment goed op gang. Op 9 december vindt een korte raad van advies-vergadering plaats, waarin Van den Brink een presentatie geeft. Het accountantskantoor Moret krijgt opdracht een onderzoek naar het financiële reilen en zeilen van Stokvis in te stellen.

Van der Graaf herinnert zich hoe hij op 16 december, dus ruim na de aankoop van de warrants, samen met Noordam zat te onderhandelen over Stokvis. Tegenover hen zat Berry van den Brink. De onderhandelingen dreigden op een gegeven moment vast te lopen, omdat Moret na zijn onderzoek twijfels had bij de winstprognose van Van den Brink.

Van der Graaf: 'Ik herinner me het moment nog heel goed: Van den Brink zat hier, waar u nu zit, stond op een gegeven moment op en zei: ''Van mij hoeft het niet meer''. Zo onzeker was het.' Noordam: 'Van den Brink voelde zich in zijn eergevoel aangetast, omdat zijn winstprognose door Moret in twijfel was getrokken. Als het zo moet gaan, dan peer ik hem wel, was zijn houding.'

Uiteindelijk keerde Van den Brink terug aan de onderhandelingstafel. Er werd toch een compromis gevonden en een dag later, op 17 december kon een letter of intent worden getekend. 'Die liet ons voldoende ruimte om, wanneer er te veel lijken uit de kast zouden komen, opnieuw te gaan onderhandelen', benadrukt Noordam.

Voor zijn gevoel was pas 'op het allerlaatste moment voor het tekenen van de letter of intent duidelijk dat de overname ook zou kunnen doorgaan. Direct daarna hebben wij onze aandeelhouders via een persbericht op de hoogte gesteld. Van voorkoken van de Stokvis-deal om dan pas in een later stadium met een persbericht te komen is volstrekt geen sprake. Het lijkt erop dat wij nu gestraft worden voor de snelheid en openheid van de berichtgeving.'

Ook na de overname van Stokvis is er door de Borsumij-top in het eigen aandeel gehandeld. Het moment waarop het controlebureau onraad ruikt, is 14 maart 1994; de dag dat de overname van Stokvis definitief wordt. Dan vindt een transactie van een ingewijde plaats die op eén dag vijfduizend aandelen Borsumij koopt en verkoopt. Een tegengestelde transactie met een koerswinst van vijfduizend gulden. Vanaf dat moment stelt het controlebureau een diepgravend onderzoek naar Borsumij in.

In april stuurt het controlebureau een lijst met vragen naar Borsumij. Op 11 juli geeft het bedrijf een uitgebreid antwoord. Dan wordt het lange tijd stil. In december volgt een telefonisch bericht waaruit blijkt dat een dossier is overgedragen aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de toezichthouder op het beurswezen.

Eind maart van dit jaar belt Boudewijn Baron van Ittersum, voorzitter van het beursbestuur, met Van de Putte. 'Ik werd uitgenodigd naar Amsterdam te komen voor een gesprek onder vier ogen.' De voorzitter van de raad van advies zegt geen idee te hebben gehad waarvoor hij moest komen en was stomverbaasd om niet alleen Van Ittersum aan te treffen, maar ook officier van justitie J. Wortel en twee beursfunctionarissen, het hoofd juridische zaken D. Cross en het hoofd van het controlebureau H. te Beest.

Van de Putte kreeg zijn geanonimiseerde versie van het rapport van het controlebureau. Wortel deed dat vergezeld gaan van een dreigement. 'Mocht er iets uitlekken uit het rapport, dan ''ga ik wild om me heen slaan'', zei Wortel letterlijk', herinnert Van de Putte zich.

Afgesproken werd dat justitie en de beurs ook geen gegevens aan derden zouden geven. 'We hadden het woord van Wortel en van Van Ittersum.' Een van die partijen heeft de afspraak geschonden. De frustratie bij Borsumij daarover is groot. 'Enige opzet lijkt niet afwezig', meent Noordam. 'Onze warrant-transacties stonden in de krant precies op de dag dat wij onze aandeelhoudersvergadering hielden. Dat kan toch geen toeval zijn.'

Noordam is onschuldig, zo benadrukt hij keer op keer. 'Ik kan met de hand op mijn hart verzekeren dat wij bij het kopen van de warrants geen moment aan de overname van Stokvis hebben gedacht'. En filosoferend: 'Het lijkt zo aardig dat je over al die kennis beschikt. Maar dat betekent ook dat je weet hebt van alle dingen die niet goed gaan. Zoals bij onze textieldivisie. En hoe weet je hoe het precies verder gaat? Zo zwart-wit is dat allemaal niet.'

Meer over