Borden van beton, mode van papier

Geen loungemuziek en Prosecco op het designfestival DMY in Berlijn. Wel een Wii-jay en een versmelting van nieuwe technologieën...

BERLIJN Het is alsof een buitenaards wezen een reusachtige cocon heeft achtergelaten op het verlaten vliegveld Tempelhof in Berlijn. In lange glimmende draden strekt de larve zich uit voor de reusachtige roestige deuren van een hangar. In het midden steekt een trapje door een gat.

Het zijn geen wetenschappers die zich wagen in deze cocon, maar bezoekers van het designfestival DMY dat afgelopen weekeinde in Berlijn werd gehouden. Deze apocalyptische ervaring is een installatie van het multinationale ontwerpcollectief For Use. Tussen een tiental bouwsteigers is met kilometers plakband een zwevende ruimte gecreëerd. Met een drankje relaxen de bezoekers in het meeverende plastic.

De installatie vormt de entree voor de dertigduizend bezoekers van DMY Berlin. Waarmee de toon is gezet. Geen Italiaanse designlabels met fonkelnieuwe collecties op dit designfestival. Ook geen sterontwerpers die exposeren met gelimiteerde kunstobjecten. En al helemaal geen loungemuziek en glaasjes Prosecco. Wat dan wel? Een openingsfeest met een Wii­jay, een dj die zijn platenkeuze mixt met behulp van de videogame Wii. Met een fles bier in de hand laat het publiek zich meevoeren op de overstuurde drum ‘n’ bass met woeste baslijnen. Dit is tenslotte Berlijn – hoofdstad van de underground.

De rauwe postindustriële uitstraling van het voormalige vliegveld Tempelhof vormt het ideale decor voor de presentaties van de ruim vierhonderd deelnemers uit 25 landen, hoofdzakelijk jonge ontwerpers en collectiefjes die het experiment opzoeken. De eigenzinnige Nederlandse ontwerpers zijn goed vertegenwoordigd. In de jury van de DMY Awards zitten Jurgen Bey en Hella Jongerius. Het Nederlandse duo Daphna Isaacs & Laurens Manders kreeg een van de drie onderscheidingen voor Tafelstukken, een serie lampen gemaakt van hout en porselein. Ook de ‘plakband-installatie’ kreeg een onderscheiding.

De meeste producten zijn zelf geproduceerd. Te zien zijn stoelen geperst van afgedankte kleding, borden van beton en mode van papier. Een ring is voorzien van een digitale display, waarop is te volgen hoeveel zoekopdrachten op internet worden uitgevoerd naar de naam van de ringdrager. ‘Sieraden zijn niet anders dan een statussymbool’, verklaart de jonge Duitse ontwerper. ‘Vroeger was materieel bezit een bevestiging van de status, tegenwoordig wordt succes afgemeten aan het aantal vrienden op Facebook.’

Dat weinig geld een memorabele presentatie niet in de weg hoeft te staan, bewijst een Weens designcollectief. Van hout en papier is een ingenieuze knikkerbaan gebouwd, zodat het oog op een speelse manier langs de producten glijdt.

Het thema van deze achtste editie van DMY is technologie. Dus wordt op het hoofdsymposium met de intrigerende titel Are designers the new nerds? gezocht naar nieuwe duurzame materialen en technieken. Deze kritische houding maakt van DMY Berlin een welkome aanvulling op de gevestigde designbeurzen als de Salone del Mobile in Milaan of 100% Design in Londen, waar alles draait om marketing en omzet. Al heeft ook DMY niet het antwoord op de op hol geslagen massaproductie.

Wel zijn er bemoedigende pogingen tot nieuwe productiemethodes te zien. De Poolse ontwerper Oscar Zieta ontwikkelde een techniek om twee metalen platen als een ballon op te blazen. Het resultaat is een stoel die lijkt opgebouwd uit aan elkaar geknoopte zandzakken. ‘Dit levert een enorme besparing op in materiaal en gewicht’, legt Zieta uit. Omdat geen enkele fabriek het aandurfde om dit procedé te ontwikkelen, begon de ontwerper een eigen fabriek in Polen. ‘We produceren inmiddels honderden stoelen per week. Binnenkort maken we een gevelconstructie voor een architect. De volgende stap wordt bruggen en windmolens.’

Voor traditionele producten worden nieuwe toepassingen gezocht. Studenten van de vooraanstaande Zwitserse designacademie Ecal experimenteren met augmented reality (toegevoegde realiteit), een ontwerpdiscipline waarbij de echte producten en virtual reality samensmelten. Een traditionele gedichtenbundel – zwarte letters op wit papier in een leren omslag– wordt onder een cameralens geschoven. De bladzijden worden vervolgens op het scherm gedecoreerd met animaties en voorzien van een passende soundtrack. Dit project werd onderscheiden met de derde DMY Award.

Een versmelting van nieuwe technologieën en een do it yourself-mentaliteit is het Makerslab in het hart van de festival. Een internationaal gezelschap ontwerpers werkt hier onder aanvoering van het Fablab uit Amsterdam aan nieuwe producten. Het Fablab, een initiatief van de Waag Society, is een open werkplaats voor ontwerpers. Omdat gebruik wordt gemaakt van geavanceerde machines, kunnen de ontwerpen ter plekke worden gerealiseerd. Een freesmachine wordt door een computer aangestuurd, waardoor hout of kunststof elke willekeurige vorm krijgt. Een digitale printer bouwt producten laag voor laag op door kunststof aan elkaar te lassen. Met een laser wordt elke gewenste vorm uit leer of plastic gesneden. Een ontwerp wordt van de computer doorgestuurd naar deze machines, en vervolgens hoeft er alleen op een knop te worden gedrukt.

‘Voorwaarde is dat ontwerpers hun kennis over innovatieve technieken en materialen delen. Zo worden producten voortdurend aangepast en dus verbeterd’, legt Bas van Abel van het Fablab het principe van dit open design uit.

Op weg naar Berlijn kreeg Van Abel het idee om een hoes te maken voor de iPad, zodat deze aan een vliegtuigstoel kan hangen. In het Makerslab werkt hij dit idee met een Argentijnse ontwerper uit tot een product. ‘De vorm en productie van de hoes zetten we op internet, zodat iemand in Amerika of China er zelf een kan maken. Open design maakt producten toegankelijker en is ook beter voor het milieu.’

Meer over