Boot om af te blijven

Marit Bouwmeester moet zeilen met de Laserboot die het lot haar toewijst. Ze mag (officieel) niets veranderen en heeft nauwelijks trainingstijd om eraan te wennen. 'Voor de wind wil je een sterke mast.'

JOHN VOLKERS

De angstigste dag voor een olympische zeiler of zeilster in de Laser-klasse is de dag dat de boten voor de grote regatta worden toegewezen. Hoe zou ie voelen? Hoe houdt de mast zich? 'Is het een stijve of is het een slappe?'. Die vraag houdt het hele deelnemersveld bezig.

Dinsdag 17 juli was het zo ver in Weymouth. De Engelse fabriek, LaserPerformance, kwam leveren. Marit Bouwmeester zal niet twitteren over de levering aan de Britse haven. Het is nu de kunst de rust te bewaren en geen moment te laten blijken wat je echt van je materiaal vindt. Je zult het ermee moeten doen, zegt de wereldkampioene. 'Shit happens, zeg ik altijd. Dat is ook de zeilsport. Flexibel zijn.'

De Laser is een bijzondere klasse, een pure eenheidsklasse. Het is als motorracen met verzegelde productiemachines, iedereen heeft hetzelfde materiaal om hard te gaan. Het komt op stuurkunst aan.

Serge Kats, in 1996 en 2000 olympisch Laserzeiler en tegenwoordig werkzaam voor het Innolab te Scheveningen, kent het gebied tussen stuurboord en bakboord als geen ander. 'Ik weet nog uit mijn actieve tijd dat het heel erg wennen was met zo'n Laser. Proberen niet te veel met het materiaal bezig te zijn. Accepteren wat je voor zo'n olympische regatta als in Sydney in je handen kreeg, een week tevoren als ik me niet vergis.'

Kats kwam uit de technische hoek. 'Ik had technische boten gevaren, de FD en de Europe. Daar waren technische zaken wel van belang. Ook daarom was het voor mij een moeilijke stap naar de Laser. Als zeiler in een technische boot moet je wel pielen, zeuren, het in je materiaal zoeken. Dat moet je, in boten als de 470 en de Finn van nu, superserieus nemen. Materiaalselectie is onwijs belangrijk.'

Dat ligt allemaal anders in de Laser. Een zeiler kan zich volkomen gek maken over zaken die hij of zij toch niet kan beïnvloeden. Marit Bouwmeester deed het in Perth, bij de WK in de olympische klassen van vorig jaar december. Ze was al op 8 oktober in Australië. Tot 4 december, het begin van de WK-regatta, werkte ze als een waanzinnige aan de optimale voorbereiding.

Ze wilde geen vrije dagen nemen. 'Alleen maar getraind, om het maar goed te krijgen voor het WK. Steeds gas gegeven. Ik wist gewoon, als ik het niet voor mekaar krijg, dan heeft het WK sowieso geen zin. Tegen mijn coach, Mark Littlejohn, heb ik gezegd: als wij het mastenprobleem niet hebben opgelost voor 1 december, ben ik weg. Dan boek ik het eerste het beste vliegtuig.'

Bouwmeester had in de weken van de aanloop voortdurend de Australische masten getest. 'Ik moest echt aanpassen aan die masten. Die zijn heel anders dan de Europese waarmee ik normaal vaar. Je moet je techniek aanpassen. Met een stijve mast is het iets meer mijn techniek. Ik heb alle mastscenario's doorgenomen. Het was heel erg heftig.'

De mast van een Laser bestaat uit twee delen, de ondermast en de bovenmast. Dan zijn er nog de binnenbuis en de buitenbuis. In Perth werd veel wind verwacht. De binnenbuis werd verlengd en daardoor werd de ondermast onbuigbaar. Dat had dan weer zijn gevolgen voor de bovenmast. Die trok krom in hard weer, en brak. 'Gelukkig hebben ze die bovenmasten ook nog aangepast. Ze werden steviger, waardoor het meer één geheel werd', zo vertelt Bouwmeester over haar ervaringen.

Zij wil, vanwege haar grote kwaliteit om voor de wind te zeilen, graag een stijve mast. Voor de regatta van Weymouth denkt ze die te krijgen. 'Het is bij de Spelen een Brits bootje en een Britse mast. Qua stijfheid heeft die Europese set-up mijn voorkeur. En dan zo stijf mogelijk. Want voor de wind, mijn sterkste deel, wil je een sterke mast.'

Als ie 'te slap' is, dan mag je hem aanbieden voor een herkeuring. Kats zegt nu dat hij dat in 2000 zelf had moeten doen. 'Als jij denkt dat er iets vreemds is met het aan jou toegewezen materiaal, dan mag je een meting aanvragen.

'Als jouw mast dan bijvoorbeeld in de buitenste tien procent valt qua buiging, mag je hem ruilen. Dan gaat die mast eruit en krijg je een nieuwe uit die serie die in één keer wordt gemaakt. Dat had ik moeten doen in Sydney. Ik voer het liefst met een slappe ondermast. Ik wilde niet klagen, maar me focussen. Daarom heb ik in Sydney geen meting aangevraagd. Het schiet nog weleens door me heen. Waarom die mastmeting niet aangevraagd? Achteraf was dat een soort van fout, toch. Ik eindigde net buiten de medailles, als vierde.'

In de eerlijke klassen, die Laser (mannen) en Laser Radial (vrouwen) zijn, worden nauwelijks herkeuringen aangevraagd.

Bouwmeester: 'Ik weet van Robert Scheidt, de tweevoudig olympisch kampioen uit Brazilië. Die heeft het een keer gedaan op de eerste dag van het WK. Zijn boot was totaal niet oké. Vervolgens won hij met een nieuw exemplaar elke race. Maar in principe is de regel van Serge Kats ook mijn theorie: accepteren, je moet het ermee doen.'

Daartoe heeft Bouwmeester deze zomer bij voortduring ander materiaal getest. 'Over het materiaal heb je bij de Spelen niks te zeggen. Dat wordt je aangeleverd. Met die instelling zijn we gaan trainen. Ik ben heel veel van materiaal gewisseld. Ik wissel continu. Mijn sponsor Sail Center geeft mij die mogelijkheden.

'Ik dacht: waarom zou ik op zoek gaan naar het ideale materiaal, naar het ideale setje, als je op de Spelen je materiaal krijgt toegewezen? Voor mij is het daarom belangrijk al het bestaande materiaal mee te maken. Wat zijn de eigenschappen? Als er toch een slappe mast komt, wat kan ik daarmee? Een stevige mast? Hoe pas ik daar mijn techniek en mijn trim op aan?'

Na het leveren van de olympische Laser Radial, 's middags om 12 uur, is een korte test gedaan. 'Je gaat er een dag mee varen, om te weten wat je in huis hebt en vervolgens berg je hem weer op, tot de eerste dag van de Spelen, Dan train je weer verder met je oude, je eigen materiaal.

'Weet je, hoe vaker je ermee vaart, hoe slapper het wordt. En hoe sneller een mast krom wordt. Je vaart je zeil ook hooguit twee dagen in. Het hangt ervan af hoe hard het waait. Je zoekt naar medium condities. Van zachte wind leer je niks. Met harde wind rekt de boel te veel uit.'

De boot is goed, zolang hij niet lek is. Er kan een gewichtsafwijking van enkele onsjes zijn, zegt Kats. Kilo's verschil komen niet voor. Zoiets zou namelijk echt verschil maken. 'Dat is dood gewicht. Dat merk je dan echt.'

De mast is de crux. Als hij krom is en niet optimaal bruikbaar, wordt het een lastig verhaal waarbij ruw geweld soms de oplossing is. Bouwmeester: 'Problematisch is de ondermast. Die kun je niet bijbuigen. Krom is krom. Maar als de jury zegt: hij is niet krom genoeg, die vervangen we niet, dan ben je de sigaar. Dan moet je de rest van de regatta het daarmee doen.

'Je kunt ook proberen de mast te breken. Het is een onsportieve manier, maar sommige mensen doen dat. Als hij echt 5 procent krom moet, dan proberen zeilers hem voor de keuring krom te krijgen. Dan duwen ze hem erdoorheen.'

Stoer zegt ze: 'Mij maakt het trouwens allemaal niet zoveel uit wat ik krijg. Zolang de boot niet lekt.'

BOUWMEESTER PROBEERT ALS EEN ROBOT OVER TE KOMEN

Het zijn de ogen, zeggen de kenners, als ze de kracht van zeilwereldkampioen Marit Bouwmeester (24) moeten analyseren. Het is de manier van kijken, is de betere uitleg. Bouwmeester, een Friezin, laat niet in haar kaarten kijken. Ze bant emoties uit. Niemand ziet haar extra blij of extreem boos op het water.

De tegenstander mag niets van haar gemoedstoestand raden. Ze wil als een robot overkomen. Alleen met dat psychologische wapen kan op het water, in moeilijke omstandigheden, een achterstand worden gerepareerd. Zo werd zij vorig jaar, in Perth, wereldkampioen in de Laser Radial. De Belgische Evi Van Acker, haar aartsrivaal, werd nerveus van die Nederlandse concurrente, die uit geslagen positie wist terug te slaan.

Sindsdien geldt de blonde Bouwmeester uit Wartena als de grote favoriet voor de olympische titel. De twee testevenementen die zij de voorbije jaren op het zeilwater van Weymouth won, kwamen daar nog bij. Ze zit er niet mee en is niet bang om te voorspellen dat ze goud gaat winnen.

Haar grote wapens zijn haar training en voorbereiding. Trainen doe je hard en onvermoeibaar, is haar opvatting. Haar trainer, de Brit Mark Littlejohn, past naadloos in die aanpak. De twee werken samen sinds Bouwmeester de Spelen van Peking 2008 op één simpele positie miste. Ze werd zesde in de kwalificatie, waar ze vijfde had moeten worden.

Nu ze tot de beste van de wereld behoort in de Laser, heeft ze alles op alles gezet. De voorbereiding is meer dan het halve werk. Ze verblijft meer dan wie ook in Weymouth, in een appartement. Ze is zonder moeite 270 dagen van huis.

Ze heeft een relatie met de beste zeiler van de wereld, de Brit Ben Ainslie. Al blijft haar belangrijkste vraagbaak Mark Littlejohn, de vroegere trainingspartner van Ainslie.

DE LASER: EEN BOOT ZO KLEIN DAT HIJ PAST OP HET DAK VAN EEN AUTO

Het was een leuke uitdaging die de Canadezen Bruce Kirby en Ian Bruce zichzelf oplegden, toen zij in 1969 aan de bar zaten. Ontwerp een boot die je boven op je auto, zo'n groot Amerikaans vehikel, kunt vervoeren.

Ze schetsten eerst een boot op een servet. Later kwam de Laser van vier meter van het bord. Het bootje geldt nu als het populairste instapmodel van de watersportwereld.

De Laser, voor de vrouwen met een kleiner zeil de Laser Radial genaamd, is sinds de invoering in 1996 de ware eenheidsklasse in de olympische zeilsport. Die telt nog acht andere klassen, waarin het wél is toegestaan zeilen af te stellen en eigen materiaal te kiezen.

De regels voor de technische uitmonstering van de kleine eenmansboot, 60 kilo zwaar, zijn uiterst strikt. Er mag niets worden gewijzigd. Door de zeer eenvoudige uitvoering is er ook eigenlijk niets dat de handige zeiler zou kunnen veranderen.

Bij de WK-regatta's en de olympische toernooien is de aanpak nog strenger. Dan worden de bootjes, zoals deze maand in Weymouth, door een fabriek ter beschikking gesteld aan de zeilers. Boot, zwaard, zeil en mast (in twee delen) staan vast. Alleen de lijnen, de blokjes, klemmetjes en katrollen mogen gekozen worden, aldus de Nederlandse importeur van Laser, Sail Center uit Almere.

In de olympische regatta wordt gezeild met de Britse Laser, van fabrikant LaserPerformance. Andere Laser-types komen uit Australië en uit de Verenigde Staten.

De Laser, een zwaardboot, begint met een jeugdklasse, de 4.7. Die staat voor een zeil van 4,7 vierkante meter. De gewone Laser telt 7,06 m² zeil. De vrouwenboot, de Radial, heeft een zeil van 5,76 m².

De boten hebben geen fok of spinnaker. Voor de wind zeilen is het werk van een evenwichtskunstenaar.

De romp van de Laser 4.7, de Laser Radial en de Laser is identiek, met 4.06 lengte, 1.42 breedte en de diepgang van 78 centimeter.

De Radial is wegens zijn geringere zeiloppervlak geschikt voor vrouwen. De gewone Laser wordt gevaren door lichtere mannen. De grote atleten in de zeilsport varen in de Finn, een eenmansboot die in Nederland ook wel de Finnjol wordt genoemd.

Wie bij de Britse importeur een Laserboot bestelt, is 4.592 pond kwijt: 5.500 euro.

LAATSTE NEDERLANDSE ZEILGOUD IN 1936

Het laatste Nederlandse zeilgoud, zo zeggen puristen, is van 1936. Zij tellen, voor de zuiverheid, het 'windsurfgoud' van Stephan van den Berg in Los Angeles 1984 niet mee. Surfen, in het Nederlands ook wel plankzeilen, wordt als een andere tak van zeilsport gezien.

Het zet de prestatie van Daan Kagchelland nog weer eens in de schijnwerpers. De Rotterdammer, werktuigbouwkundig ingenieur, was een lichtgewicht die in 1936, bij de politiek omstreden Olympische Spelen van Berlijn, zelfs een heuse storm trotseerde om olympisch kampioen te worden.

In de Kieler Bocht, het water in de Oostzee waar nog altijd de traditionele Kieler Woche wordt gehouden, woei het de eerste olympische zeildag kracht 8 tot 9. 'De toppen van de golven werden er afgeblazen. Het was alleen maar techniek en vechten om de finish te bereiken. Die eerste race duurde bijna twee keer zo lang als normaal', zo herinnerde hij zich die eerste zeildag in 1996, twee jaar voor zijn dood. De race duurde 1 uur en 32 minuten.

In de 'Nürnberg', zo heette zijn boot, voer hij die eerste dag naar de vierde plaats. De volgende dagen, toen de wind afnam en hij zijn geringere gewicht begon uit te buiten, volgden een prachtige serie: 1, 1, 6, 2, 1 en 4. Hij bleef in het eindklassement de Duitser Werner Krogman (96 kilo) en de Brit Peter Scott (103 kilo) in Kiel voor. Kagchelland woog zelf slechts 75 kilo.

Hij was zo vermoeid van de zeven slopende wedstrijddagen in Kiel, dat hij het zeilen een half jaar voor gezien hield. Zijn olympische carrière was verrassend tot stand gekomen. Als 14-jarige jongen was Daan Kagchelland voor het eerst bij de Rotterdamsche Zeilvereeniging in Kralingen verschenen. Hij voer als bemanning op zogeheten twaalfvoetsjollen.

Vlak voor de Spelen van Berlijn kreeg hij de kans solo te zeilen in de 'O-jol'. Het watersportverbond had er vijf laten bouwen. Kagchelland bleek een serieuze aanwinst. Hij werkte keihard aan zijn conditie. Hij bokste, turnde en zwom. Hij kende het wedstrijdreglement uit het hoofd. Het waren de wapens waarmee hij olympisch kampioen werd.

undefined

Meer over