Boosaardige kijk op oorlogachtig liefdesspel

Les amours imaginaires


Regie Xavier Dolan.


Met Monia Chokri, Xavier Dolan, Niels Schneider, Anne Dorval.


In 14 zalen.


Zij aan zij staan ze groente te snijden op een feestje, als hun aandacht door een van de gasten wordt getrokken. 'Wie is die zelfgenoegzame Adonis', vraagt Marie achteloos aan Francis. Hij haalt zijn schouders erbij op. Maar die onverschilligheid is slechts schijn; een voor een kijken ze stiekem opnieuw naar de krullenbol in de woonkamer, terwijl het beeld wordt vertraagd, en die steelse blikken dus alleen maar langer gaan duren. Het geluid gaat op gewone snelheid verder, alsof er niets aan de hand is; intussen is de bliksem twee keer ingeslagen.


'De enige waarheid is de redeloze liefde', luidt het citaat van de Franse dichter Alfred de Musset waarmee de Canadese zedenkomedie Les amours imaginaires gewichtig opent, en aan die waarheid geven de hoofdpersonages zich volledig over. Aanvankelijk denken ze nog door Nicolas hoogstpersoonlijk uitverkoren te zijn, maar helaas blijkt deze 'zelfgenoegzame Adonis' hen afzonderlijk voor dezelfde avond te hebben uitgenodigd.


Vanaf dat moment overladen ze hem met cadeautjes, gaat zij zich speciaal voor hem als Audrey Hepburn uitdossen en meet hij zich een jaren vijftig crew cut aan; even gedwee laten ze zich door hem inpalmen als aan de kant zetten.


Dat Nicolas weinig meer wordt dan een begeerlijk lustobject - zij denkt aan de David van Michelangelo, hij droomt van de jongens die Jean Cocteau tekende - lijkt hun ook al niet te deren. Zo lang ze maar in de illusie kunnen verkeren dat ze elkaar aftroeven. Hun eigen identiteit of onderlinge vriendschap speelt daarbij geen enkele rol.


Regisseur-scenarist Xavier Dolan, zelf te zien als de hopeloos verslingerde Francis, vangt zijn venijnige kijk op het oorlogachtige liefdesspel in een aantal treffende scènes. Zoals die waar Marie in een boekwinkel romantische gedichtjes aan Nicolas voorleest, en je pas na een zwenking van de camera beseft dat Francis er ook rondloopt. Of het zogenaamd vriendschappelijke logeerpartijtje à trois, waarbij geen enkel detail onschuldig blijft: wie in het midden ligt, met de rug of juist met het gezicht naar Nicolas toe, wier voeten elkaar raken, enzovoort. Op zulke observerende momenten, door het consequente gebruik van slow motion vaak tot in het oneindige uitgerekt, is Les amours imaginaires het sterkst.


Minder geslaagd zijn de nep-interviews waarmee de film is doorspekt, waarin anonieme personages over hun eigen redeloze liefdes vertellen. Tamelijk irritante en overbodige intermezzi, waarbij de camera maar blijft zoomen en schokken om een quasi-documentair gevoel op te roepen. De 21-jarige Dolan, internationaal gevierd sinds zijn overrompelende regiedebuut J'ai tué ma mère (2009), hangt er iets te veel het hippe wonderkind mee uit.


Hetzelfde kun je zeggen van de hommages die Dolan brengt aan zijn eigen goden: de felgekleurde klets-en-seks-scènes lijken rechtstreeks uit Jean-Luc Godards Le mépris (1963) te komen, terwijl de film met zijn zwoele soundtrack en slow motion-romantiek vaak net een jongerenversie van Wong Kar-wais In the Mood for Love (2000) is. Maar die heldenverering gaat dan weer gelijk op met het idolate gedrag van de hoofdpersonages; alsof de film zich ook zelf overgeeft aan de identiteitscrisis waarin zij verkeren.


Dat alles maakt Les amours imaginaires een kameleon-achtige, prikkelende film; niet zo eigenzinnig en indrukwekkend als J'ai tué ma mère, waar Dolan met een kort optreden van actrice Anne Dorval óók nog naar verwijst, maar daarom niet minder interessant.


Meer over