Boogert bewandelt weg der geleidelijkheid

Kristie serveert op Wimbledon en een man van middelbare leeftijd, aan het accent te horen Amerikaan, roept: 'Djeez, I like that Boogert....

Van onze verslaggever

Coen Vemer

NOORDWIJK

In de volgende ronde, de derde, moet ze tegen Steffi Graf. Dat gaat nog veel vlotter. In een partij die niet meer dan 43 minuten in beslag neemt, weet ze slechts een game te veroveren. Wie zo, voor het oog van duizenden toeschouwers en miljoenen televisiekijkers, wordt vernederd, laat zich het liefst enige tijd niet meer zien.

Maar dat kan nu eenmaal niet in het profcircuit, waar direct een volgende klus wacht. En waar, hetgeen ook weer de aantrekkelijke zijde van het métier is, vrij snel een kans op eerherstel volgt. Kristie Boogert komt vandaag en morgen in Noordwijk voor Nederland uit in een interland om de Federation Cup. Oostenrijk, met onder andere Judith Wiesner, is de tegenstander. Een plaats in de wereldgroep is de inzet van het treffen.

De afstraffing door Graf heeft geen diepe wonden achtergelaten bij Boogert. Ze is van het positieve type. Zo een die denkt: ik leef tenminste nog en veel erger dan dit kan me niet meer overkomen op de tennisbaan. 'Nu weet ik ook hoe Makarova zich moet hebben gevoeld. Alleen denk ik dat het prettiger is om een aframmeling te krijgen van de nummer één, dan van iemand die rond de vijftigste plaats staat', zegt ze aan de vooravond van de ontmoeting met Oostenrijk.

De 'wedstrijd' tegen de toen nog vijfvoudig Wimbledon-kampioene van ruim twee weken geleden leerde Boogert dat ze nog massa's werk dient te verrichten voordat ze tegen iemand van dat niveau ook maar een kans heeft. Vooral tempo komt ze tekort. Toch gaat het al een stuk beter. 'Toen ik anderhalf jaar geleden in Tokyo tegen haar speelde, kon ik tijdens het inslaan nog geen twee ballen binnen houden. Nu had ik na het inspelen een goed gevoel.

'Graf is absoluut boven iedereen verheven. Sanchez als nummer twee zit daar kort achter. De afstand tussen hen en de rest is groot. Maar tegen de overige speelsters uit de Top-10 maak ik een goede kans. Martinez staat derde en tegen haar heb ik drie keer toch vrij redelijk gespeeld. Je ziet dat die ook wel eens verliest van lager gerangschikte speelsters.'

Aan het begin van het vorig seizoen schaarde Boogert zich voor het eerst onder de beste honderd. Een volgende barrière heeft ze evenwel nog niet kunnen nemen. Al bijna een jaar lang hikt ze tegen de Top-50 aan. Desondanks is ze niet ontevreden over de wijze waarop haar loopbaan zich ontwikkelt. 'Het liefst zit ik natuurlijk ook tot de laatste zondag in een toernooi en boek ik mijn vlucht terug op maandag, maar ik ben nu eenmaal geen supertalent.

'Ik geloof ook niet dat we in Nederland iemand zullen krijgen die er ineens, pats-boem, staat, zoals Seles, Capriati en Hingis. Daar hebben wij de cultuur niet voor. Bij ons gaat alles vrij geleidelijk. Ook bij mij. In de jeugd zat ik altijd wel bij de beste vier, maar was ik steevast nummer vier. Pas toen ik zestien was, werd ik derde. Ik verwacht ook helemaal niet dat ik snel iets bereik.'

Boogert is ervan overtuigd dat de weg der geleidelijkheid voor haar de enige is. 'Je hebt niets aan een enkel goed resultaat, want dan zijn de verschillen in niveau te groot en kom je te zeer onder druk te staan. Dat heb je nu in feite met Richard (Krajicek). Die zit de ene keer heel hoog en de andere keer heel laag.

'Het is belangrijk dat je jezelf eerst goed leert kennen. Op den duur komt dan alles samen. Daarna moet je langzaam omhoog, want uiteindelijk is het wel de bedoeling dat je ver komt. Ik heb enorme bewondering voor Richard, maar hij is nog altijd een van de minst gerespecteerde spelers in de top. Omdat je gewoon weet dat hij ook van mindere spelers verliest.'

Juist dat gebeurt Boogert tegenwoordig nog maar zelden. Dit seizoen zijn haar prestaties redelijk constant geweest. Ze houdt het vrijwel overal wel twee, drie en soms zelfs vier ronden vol. 'Praktisch iedereen van wie ik verloor, haalde de finale of won het toernooi.'

Net als ieder ander heeft ook Boogert zo haar ambities. Maar haar uiteindelijke doel in tennis houdt ze halsstarrig geheim. 'Wat heeft het voor zin om dingen van de daken te brullen? Dat wordt dan min of meer vastgelegd.' Voor dit jaar beschouwt ze haar progressie als geslaagd als ze zich onder de beste veertig van de wereld kan plaatsen. Ze weet dat dat nog moeilijk genoeg zal worden.

Boogert heeft geen haast. Ze is pas 21 en 'het is dus niet zo dat ik volgend jaar al te oud ben om nog te spelen'. Ze wil zich ontwikkelen tot een allround-tennisster en dat gaat niet van de ene op de andere dag. 'Ik moet alle slagen trainen, omdat ik ze ook allemaal benut in mijn spel en ik ze allemaal nodig heb om een wedstrijd te winnen. Als je extreem op de baseline speelt, hoef je in feite alleen maar service, forehand en backhand te beheersen.'

Boogert heeft het geluk dat Betty Stöve zich over haar heeft ontfermd. Een betere coach dan de Wimbledon-finaliste van 1977 had ze zich niet kunnen wensen. 'Een wereldvrouw', noemt Boogert haar. 'In alles. Ze weet zo vreselijk veel. Niet alleen van tennis, maar ook van het leven. Ze kan echt uren vertellen en op die momenten hang ik aan haar lippen. Ik heb haar zelf nooit zien spelen, maar als ik van haar hoor hoe het er in haar tijd aan toeging, besef ik pas hoeveel meer mogelijkheden wij hebben.

'Alles wat zij doet, is om mij goed te maken. Ik volg haar adviezen uiteraard op. Dat houdt niet in dat ik haar in alles volg, want ik heb ook een eigen mening. Anders word je een robot. En dat is niet de bedoeling.'

Meer over