Boodschapper van Hare Majesteit

Per 1 november verliest Nederland een kleurrijk diplomaat: Henry Wijnaendts gaat met pensioen. Toeval of niet, hij bevond zich tijdens zijn lange carrière vaak op de plaats waar het spannend was - van Chroesjtsjovs Moskou tot Klaas de Jonges Zuid-Afrika....

IK BEN IN 1958 als diplomaat begonnen, in Moskou. Daar heb ik Chroesjtsjov zien spreken voor het Centraal Comité. Niet hoger dan zo, klein en rond. Hij hield een eindeloos verhaal over de cementproductie in de Sovjet-Unie. Wij kwamen normaliter nooit op het Kremlin. Ik was daar samen met ambassadeur De Beus. Die zei, ik ga weg, jij blijft maar. En na de pauze kwam het hele verhaal. Ze hadden de U2 neergehaald, het Amerikaanse spionagevliegtuig met Gary Powers. Dat was de Koude Oorlog.

Wij zaten daar met een mooi stel. De Beus, gemakzuchtig maar briljant. Calkoen, een romanticus die overal afluisterapparaten zag. Ik zie hem nog langs de straat lopen met een halve koe op zijn rug. Hij deelde iconen uit als warme broodjes.

Op het departement in Den Haag was mijn voornaamste werk de apostille geweest. De apostille, dat is de brede linkerkolom van een ambtsbericht, met de adressanten erop. Kabinet van de koningin, minister-president, en zo aflopen en doorstrepen. Moskou was dus een verademing. Ik kwam daar met een jonge bruid van 22, in een geweldig vieze flat. Als je de balkondeuren opendeed, keek je in een gapend gat. Dat balkon was nooit gebouwd. We waren via Helsinki gereisd. Daar kwamen we onze eerste communist tegen. Die man sperde zijn mond open en daar blonk allemaal goud. Hier kost dat geld, zei hij, maar over de grens is het gratis.

Ik ben heel toevallig in die diplomatie gekomen. Ik stam uit een familie van magistraten en militairen. Mijn grootvader heeft nog in Atjeh gevochten. Hij eindigde in de gemeenteraad in Zwolle. Mijn moeder was de dochter van Russische emigrés die naar Parijs waren gevlucht. Vader was daar advocaat. Zodoende ben ik in Parijs geboren en tot m'n elfde opgegroeid.

Van mijn moeders kant stam ik uit een oud Russisch geslacht. Bij toeval kwam ik een keer bij een lunch in Moskou naast Primakov te zitten. Die was toen nog geen minister. Ik heb de naam van mijn voorouders op een kaartje gezet, en hij stuurde me de genealogische gegevens. Mijn voorvader bleek generaal en ingenieur, dus niet dom. En een Kaukasische prins. Mijn familie uit Rusland heeft het niet gemakkelijk gehad, als vluchtelingen in Parijs. Maar ze hebben het gered. Mijn moeder zei altijd: on ne se laisse pas aller, je laat je niet gaan. Er zijn dingen die je doet en dingen die je niet doet.

Een goede diplomaat is betrouwbaar, geloofwaardig. Het tegendeel dus van de volkswijsheid: diplomaten vertellen de waarheid niet. Als je een beleid hebt, dan moet je dat ook uitdragen. We hebben onlangs dat incident over de mensenrechten in China gehad. Een paar maanden later gaat Wijers wel met een grote missie naar China. Ook als kleiner land moet je herkenbaar zijn in je doen en laten.

Een goede diplomaat in Frankrijk moet uitstekend Frans spreken. Hij moet voelen voor de Franse cultuur, geschiedenis. Een groot verschil is dat de Franse staat van bovenaf is gemaakt, heel anders dan Nederland. Het betekent dat je precies moet weten bij wie je moet zijn. Je moet ze kennen. Het is beslist niet zo dat een ambassadeur zoals in Nederland betrekkelijk gemakkelijk een minister kan spreken, of zelfs de minister-president.

Voorheen was het zo: ze kunnen bij het Quay d'Orsay (buitenlandse zaken) van alles beweren, maar het Elysée beslist. Dat is sinds de cohabitation aanzienlijk gecompliceerder geworden. Voor een groot aantal zaken moet je bij de regering zijn. Ik heb er een paar goede vrienden. Dan bel ik en zeg, cher ami, ik heb een probleem, hoe zit dit of dat. En dan krijg je later wat te horen.

Chirac persoonlijk heb ik nooit gesproken. Wel altijd meegeweest met Kok en Van Mierlo uiteraard. Maar niet onder vier ogen. De enige keer dat je de president spreekt is bij het aanbieden van je geloofsbrieven. Dat is ook mijn enige gesprek met Mitterrand geweest, op 6 oktober 1989. Europa is niet aan de Duitse hereniging toe, zei hij. Hij waarschuwde met zijn vinger: gagnons du temps. Laten we tijd winnen.

President Chirac is zoals je weet op de drugs gebeten. Er was vorig najaar een heel diner aan gewijd op het Elysée, met Van Mierlo en Kok. De vraag was of de drugs het Nederlandse EU-voorzitterschap in de weg zou staan. Dat was niet zo. Maar de kwestie speelde natuurlijk veel langer. Paul Quilès, minister van Binnenlandse Zaken onder Mitterrand, deed al zijn best om Europol niet naar Nederland te laten gaan. Vanwege het drugsbeleid.

Het verhaal dat ik het Nederlandse standpunt te weinig van de zeepkist zou hebben geroepen, vind ik in hoge mate semantiek. Wij hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat minister Sorgdrager haar beleid kon toelichten in Le Figaro. Met averechts effect. Ze werd ongewild een getuige à charge - zie je wel dat het niet deugt. Ik geloof niet in de zeepdoos.

Een ambtenaar moet in de eerste plaats loyaal zijn aan het beleid. Je moet uitleggen dat wij op het gebied van drugs, harddrugs, precies hetzelfde beleid voeren als Frankrijk. Het probleem is dat de Franse bezwaren zich met name richten op het drugstoerisme door ons softdrugsbeleid.

Gedogen begrijpen ze niet in Frankrijk. Maar je moet het blijven uitleggen. In Frankrijk ziet God dingen door de vingers, als ze maar onzichtbaar zijn. Wij zijn protestants: wij gedogen zichtbaar dingen die eigenlijk verboden zijn. Ik zeg dan tegen de Fransen, jullie hebben zelf een voorbeeld van gedogen, de maisons de tolérance, de vroegere bordelen. Je denkt toch niet dat je met de maisons de tolérance de prostitutie hebt afgeschaft?

MIJ WERD - anoniem! - een rapport van een ambtenaar van Justitie opgestuurd waarin stond dat het beleid met onvoldoende verve werd verdedigd. Die periode was ook intern grimmig, tussen Buitenlandse Zaken en Justitie. En daarin werd ook de boodschapper aangepakt.

Ik heb er niet wakker van gelegen. Ik voel me als een chirurg die een patiënt opereert. Wij Nederlanders zijn nu eenmaal zoals we zijn. Erger wordt het wanneer de stemming zich tegen je keert. Vergeet niet dat parlementariërs van Chiracs RPR op een gegeven moment een boycot tegen ons wilden organiseren. Hoe het ook zij, de toenmalige minister Pasqua heeft mij, op 5 juni 1994, tijdens de herdenking van D-day, persoonlijk gezegd: ik heb mijn politiediensten instructie gegeven Nederland niet langer te hekelen.

Natuurlijk schrijf ik niet in een codebericht: de Fransen zullen ons drugsbeleid nooit accepteren. Dat is mijn taak niet. Ik schrijf iets in de trant van: de Franse politiek is een nieuwe, militantere fase ingegaan. Volgens medewerkers van de president zal dat niettemin het Nederlandse voorzitterschap niet in de weg staan. Daar draait het om. We wonen nu in hetzelfde huis. Dat realiseren de Fransen zich ook.

Mijn vrouw vraagt wel eens, wat is er besloten? Maar zo gaat het niet. Het onderhandelen is gecompliceerder. Je hoort een standpunt, je geeft een standpunt. Dan ga je terug. Hier kunnen we toegeven, daar niet. Nederland stelt autonoom zijn beleid vast. Dat staat in Schengen. Sommige Franse wensen zie je terug in de drugsnota. Maar het blijft onze verantwoordelijkheid.

Het werk op de ambassade is veranderd. In Moskou was de hoofdmoot: kranten lezen en rapporten schrijven. Rapportages over de komst van de koning van Nepal doen we niet meer. Het gemeenschappelijke beleid van de Europese Unie vergt dat je het beleid steeds meer op elkaar afstemt. Op 14 juli hoorde ik van minister van Financiën Strauss-Kahn persoonlijk: je hoeft niet te twijfelen, de euro gaat door, we gaan het doen. Dat is voor Nederland van belang. De samenstelling van de ambassade is veranderd, het werk wordt anders. Wie dat niet ziet, eindigt in Eutirritibu om daar de cocktails af te lopen.

Het feit dat er tegenwoordig zoveel topconferenties zijn betekent niet dat de ambassades kunnen worden opgeheven. Denk je dat ministers tijdens een top tijd hebben om even een bilateraal akkefietje met de Denen te regelen? Ze praten aan een lange ronde tafel, en dan blijken de Denen helemaal aan de andere kant te zitten. En als je eraan komt is de man die je moet hebben net zijn handen aan het wassen of aan het telefoneren. En verder weten ze er weinig van op dat moment. Dus ze zullen zeggen, interessant, we zullen ernaar kijken.

Ik word vaak door de minister gebeld. Laatst viel Chirac Nederland weer aan over de drugs. Schengen kon echt niet worden uitgevoerd. Van Mierlo aan de lijn: moeten we ons druk maken? Ik heb hem gerustgesteld. Het was voor de binnenlandse consumptie.

Het hangt er vanaf of de bewindsman vertrouwen heeft in de betrokken ambassadeur. Dan belt hij. Een goede ambassadeur weet best wat hij moet doen: put Holland on the map. Maar ongewild komen we toch in steeds meer bureaucratisering terecht. Jaarplannen, regiobeleidsplannen. Het halen van targets. Ik heb er een opmerking over gemaakt op de ambassadeursconferentie. Zijn we niet erg met onszelf bezig?

We hebben het aangehoord in Den Haag. Maar ik slaap er niet slecht van. Wat me echt heeft aangegrepen: ik zat in Moskou toen er een student de ambassade was binnengeglipt. Het was 1960, ik werd gebeld toen ik in bad zat. Onmiddellijk komen. Toen ik de straat binnenkwam zag ik meteen: dit is mis. Er hing een onwezenlijke atmosfeer.

Die jongen was echt een type van Dostojevski, met ingevallen wangen, een povere das vol gaten. Hij vroeg asiel. Ik heb hem niets gevraagd, er werd toch flink afgeluisterd overal. Maar we hadden strikte instructies, ze moeten eruit. Ik ben toen naar De Beus gegaan en heb voor hem gepleit. Laten we hem dan naar de ingang van de metro begeleiden, dan kan hij misschien nog wegkomen.

Dat vond De Beus goed. Ik moest het die jongen vertellen. Ik heb hem toen een paar Drosteflikken gegeven. We waren de deur nog niet uit of van alle kanten sprongen mannen in gewatteerde pakken op hem af die hem meteen tegen de grond werkten. Hij werd in een auto gestopt. Ik heb nog wel opzichtig het nummerbord genoteerd, we hebben gereclameerd. Nooit meer iets van gehoord natuurlijk. Maar ik dacht wel, als ik ooit in zo'n situatie verzeild raak en ik word eruit gewerkt, hoe zal ik er dan over denken?

Ik ben sentimenteel. De slechtste eigenschap van de Fransen vind ik dat ze zichzelf zo au sérieux nemen, de beste dat ze óók sentimenteel zijn. Een paar dagen geleden kwamen m'n kleinkinderen me een tekening brengen. Dan rollen de tranen over mijn wangen. En ik ben bang dat ik het straks bij het afscheid ook niet droog houd.

Meer over