Bonte stoet van groteske figuren

Verstilde, unheimische sculpturen maakte de Spaanse kunstenaar Juan Munoz, levensgrote figuren met mysterieuze gelaatsuitdrukkingen. Munoz overleed deze week op 48-jarige leeftijd aan....

Anne van Driel

GRIJZE mannen in grijze pakken. Dat werd zijn handelsmerk. Bronzen mensfiguren, met levensechte afmetingen en met levensechte gelaatstrekken. Chineze gelaatstrekken vooral, zoals ook die grijze pakken nog het meest weg hebben van het Mao-uniform. In kleine legereenheden rukten ze op op tentoonstellingen als de Dokumenta in Kassel (1992), Sonsbeek in Arhem (1993) of de Biennale van Venetië. Vaag glimlachend en in zichzelf gekeerd.

De maker van de verstilde, unheimische sculpturen, de Spaanse kunstenaar Juan Munoz is op 48-jarige leeftijd aan een hartaanval overleden op zijn vakantieadres op het Spaanse eiland Ibiza.

Munoz, in 1953 in Madrid geboren, volgde zijn opleiding tot beeldhouwer en graficus in New York en Londen. Tweeëndertig was hij, toen hij voorzichtig naam begon te maken met sculpturen van balkons en trapleuningen - architecturale elementen die de grenzen van de ruimte en de notie van plaats probeerden te benadrukken, een veel belicht onderwerp in de kunst van de jaren tachtig.

Maar internationale bekendheid verwierf Munoz toen hij in 1986 afstand nam van die bon ton thematiek, en menselijke figuren hun intrede namen in zijn oeuvre. Ze zouden een niet aflatende bonte stoet gaan vormen, de groteske figuren als ballerina's, dwergen, buikspreekachtige poppen en vooral zijn wereldberoemde 'duikelaars' - bronzen mannen waarvan het lichaam naar beneden uitloopt in een ronde bol.

Zich uit de voeten maken was wel vaker een onmogelijkheid voor de anonieme mannen. Munoz ketende hun voeten vast aan de vloer of liet ze verdwijnen in dichtgeknoopte broekspijpen. Vaag glimlachend en in zichzelf gekeerd werden Munoz' buitenstaanders symbolen van onmacht, vervreemding en eenzaamheid.

Met zijn unheimische realisme plaatste Munoz zich in de traditie van de Nieuwe Zakelijkheid en de novecento kunst van de jaren dertig, toen realisme in het Spanje van dictator Franco min of meer de officiële staatskunst werd. Hoewel na de Franco-tijd, vanaf de jaren zeventig, in Spanje de abstractie weer in zwang raakte, bleef Munoz het realisme trouw. 'Ik wil gul zijn voor het publiek', zei hij in een interview. 'Ik maak werk dat ook bij een leek de verbeelding in gang zet. Er is niets zo saai als kunst die alleen door kenners begrepen wordt.'

Dat mocht hem dan internationale roem opleveren, in eigen land werd Munoz minder populair. Zijn eerste solo-tentoonstelling in Spanje kreeg hij pas in 1996. Zijn laatste grote project voltooide Munoz dit jaar in de Turbine Hall van de nieuwe Tate Modern in Londen. Wie daar binnen komt, ziet in eerste instantie niets. Tot je naar boven kijkt. Daar staan ze, in een opengebroken omgang onder het plafond. En in groten getale. Grijze mannen in grijze pakken.

Meer over