Bonjasky op de schaats, als dat niet cool is

De Green Bay Packers hebben de Superbowl gewonnen. Met 31-25 versloegen ze de Pittsburg Steelers. Het was een klein bericht in de Nederlandse kranten. Zo klein American football in Nederland is, zo groot is het in de Verenigde Staten. Super Sunday noemen ze de dag van de finale. Heel het land zit aan de buis gekluisterd, met bier, spare ribs en chicken wings binnen handbereik.


De Green Bay Packers noemen zichzelf na de winst, Amerikaans opportunistisch, wereldkampioen football. Overdreven natuurlijk, als bijvoorbeeld Koog Zaandijk de korfbalfinale in Ahoy wint zijn die daarmee ook geen wereldkampioen.


Geen sport voor mietjes trouwens dat football, die kolossen van kerels die elkaar zo hard mogelijk tackelen. Ik kijk er graag naar, maar binnen de TVM-schaatsploeg zijn Gerard Kemkers en de Amerikaanse krachttrainer Jim Mc Carty de echte football 'freaks'. Zij offeren regelmatig hun nachtrust op om een wedstrijd te kijken.


Green Bay Packers is hun favoriete team. Green Bay is een stad in de staat Wisconsin. De zuivelstaat wordt die ook wel genoemd. Vandaar dat de bijnaam van de Packers cheeseheads luidt. Gerard Kemkers schijnt de enige Nederlander te zijn met een aandeel in de club. Een Nederlandse Packersfan, oftewel een dubbele kaaskop.


Hij kocht het aandeel toen hij nog trainer was van de Amerikaanse schaatsers en zijn dagen vaak doorbracht in het in dezelfde staat liggende Milwaukee.


Met de wereldkampioenschappen allround schaatsen in Calgary op komst zijn we vroeg naar Canada vertrokken. Er is een dag of tien nodig om aan het tijd en hoogteverschil te wennen.


Met de hele schaatsploeg kijken we zondagmiddag naar de superbowl. De meesten snappen er niet veel van. Tijdens de wedstrijd is de intens meelevende Jim Mc Carthy de grootste entertainment.


Gerard Kemkers is zelfs afgereisd naar Texas en zit live op de tribune van het poenerige Cowboys stadium, als een kind in de snoepwinkel. Hij stuurt ons een foto vanuit het grootste overdekte stadion in de wereld.


De grote Afro-Amerikaanse atleten maken indruk bij het football. Ze zijn in de meerderheid. Hoe anders is dat gesteld in het schaatsen. Daar is Shani Davis wederom de enige gekleurde deelnemer aan het kampioenschap.


Een aantal jaren geleden bezocht presentator Humberto Tan een TVM-schaatsclinic. Hij bleek een prima schaatser. Ik vroeg hem waarom er zo weinig gekleurden op het ijs te vinden zijn. Voor ons is het ijs niet 'cool', legde hij uit, niet stoer genoeg.


Shani Davis is een respectabel voorbeeld, maar nog steeds weinig gevolgd.


Daarom ben ik blij dat hij sinds kort een medestander heeft in de emancipatie van de gekleurde schaatser. Remy Bonjasky is zijn naam. Een reus van een Surinamer die meedoet aan 'sterren dansen in het ijs'. De oud K1-vechter kan zo tussen de footballers van de Packers, maar toont nu zijn allure op de kunstschaatsen. Als dat niet 'cool' is, dan weet ik het niet meer.


Op deze manier wordt de wereld weer een beetje mooier. Steeds meer zijn we één. In het kader van de verbroedering zie ik een mooi plaatje.


Daarin komen de Green Bay Packers naar Nederland, ze dragen hun cheese hats. Ze kruipen met zijn allen voor de tv om de WK schaatsen zien. Ze hebben een meeschrijflijst op schoot en de tafel staat vol met chips en cola. En blokjes kaas natuurlijk. Ze snappen nog niet helemaal waar het allemaal om draait, maar Jim Mc Carthy is mee om de spelregels uit te leggen. De spelregels van het schaatsen; een grote sport in een klein land.


Meer over