Boney M aan het Bajkalmeer

Het Bajkalmeer op de grens van Siberië en Mongolië is als door een wonder ongeschonden gebleven. Op het nippertje, want de Sovjetplanners hadden het gebied dan wel voor landbouw en visserij bestemd, maar bleken ook tuk op de industriële mogelijkheden van het zuivere water....

Het pontje ploegde langzaam door het water naar ons toe. Ik kon de naam al lezen: 'Wegarbeider'. De motoren van de wachtende auto's begonnen te grommen. De pont was klein en de overkant ver weg. Wie zich nu niet op het dek kon wringen, moest een uur wachten. Met een zweem van bewondering had mijn chauffeur verteld hoe een auto vol zware jongens zich vorig jaar schietend een weg naar voren had gebaand. 'Penoze', zei hij. Alsof dat alles verklaarde. Rusland verandert, zelfs de penoze gaat op vakantie.

Terwijl de Wegarbeider bezig was aan de overtocht, zag ik hoe groot de watervlakte was. Op de kaart is het Bajkal maar een half maantje van blauw in de landmassa van Azië. Maar het meer is zeshonderd kilometer lang, dertig kilometer breed en meer dan anderhalve kilometer diep. De sarma, een verraderlijke noordwester, kon het water opzwepen tot golven van twee meter hoog. Als het niet zo ver van de oceanen had gelegen zou niemand het in zijn hoofd halen het Bajkal een meer te noemen. Boven het veerpontje zweefden grote zilvermeeuwen.

Het water was kristalhelder, ik zag de zonnestralen in de diepte schijnen. 'Je kunt er doorheen kijken als door lucht', noteerde Anton Tsjechov in 1890. Het Bajkal verdreef de depressie die hij had opgelopen door de eentonigheid van zijn reis vanuit Moskou. 'Het heeft de kleur van licht turkoois, aangenaam voor het oog.' Tegenwoordig kun je het in de stad voor twaalf roebel in een plastic literfles kopen: 'mineraalwater uit de diepten van het Bajkal'.

Aan de overkant was een strandje waar een gedeukte aluminium sloep op het zand lag. Er was een bushokje en een bord met een kaart van het eiland; 'Olchon - Nationaal Park Bajkal'. Op het eiland is geen enkel hotel. De Sovjets hadden Olchon bestemd voor visvangst en landbouw. Nu waren de staatssubsidies verleden tijd. Langs de zandige weg die van noord naar zuid over het eiland loopt, zag ik hier en daar ingezakte stallen en de wrakken van landbouwmachines.

Waar waren de toeristen? De buitenlanders namen de Transsiberië Express, probeerden door het vuil op de treinraampjes een kiekje van het meer te maken, en verdwenen in de diepten van Azië. De Russen hadden geen geld en gebruikten de zomer om aardappels en uien te verbouwen op hun datsja. Olchon was ver, het asfalt reikte niet eens tot aan de pont.

R

usland is geen mooi land. De rivieren zijn afgedamd en veranderd in dood water, de steden bestaan grotendeels uit betonnen woonblokken en op de gekste plaatsen zijn enorme fabriekscomplexen neergezet. Door de planners was de natuur er om te worden onderworpen en het land om te worden geëxploiteerd.

Het Bajkal is als door een wonder bijna ongeschonden gebleven. Op het nippertje, dat wel. De Sovjetplanners schrokken niet terug voor de zuiverheid van het water, ze werden erdoor aangetrokken. Het was de enige plaats in de Sovjet-Unie waar het water zuiver genoeg was om te gebruiken als grondstof voor een ultralange cellulosevezel die werd verwerkt in de banden van supersonische bommenwerpers. Het afvalwater van een cellulosefabriek zou ten koste gaan van de visvangst, gaven de planners toe, en dus ten kostte gaan van de visvangst. Maar het concern zou ook pulp produceren dat ook kon dienen als varkensvoer.

Op de oostelijke oever stonden nu schoorstenen te roken. De cellulosefabriek was er gekomen, maar de protesten waren zo ongewoon fel, dat er geld was uitgetrokken voor allerlei speciale filters.

'Er zijn veel filters en nog veel meer soorten vuil', zei Valentina Ivanovna Galkina, een matrone met een kanten kraagje op haar enorme boezem. Ik was onder een groepje bezoekers geweest dat door haar werd rondgeleid in de kelder van het Limnologisch Instituut, dat in de buurt van Irkoetsk aan het meer lag. De kelder stond vol opgezette vissen, sponzen op sterk water en bustes van haar voorgangers. Valentina Ivanovna was directeur van het instituut geweest en vulde haar pensioen aan met rondleidingen in het museum. Niemand weet meer van het Bajkal dan zij. Ze praatte zo rad over endemische zoetwaterkreeftjes en zeehonden, dat ze af en toe buiten adem raakte. Bij haar niets van de sentimentaliteit waarmee in het Westen wordt gepraat over bedreigde diersoorten. Ze vertelde niet alleen over de ecologie van de Bajkal-zalm maar ook over de smáák, zodat het water je in de mond liep. Steur! Omoel! Gerookte sig! Sig was haar grote trots. Precies de optimale samenstelling van zouten en mineralen. 'Dat gaven ze te eten aan onze olympische atleten en onze kosmonauten.'

I

n de grote joert werd het ontbijt geserveerd, dat bestond uit thee, grutjespap en visbeignets. Een joert is de ronde tent van de Boerjaten, een Mongools volk van nomaden dat rond het Bajkal woont. Een touroperator uit de stad heeft er onder de dennen op een klif aan het meer zeven neergezet. De mijne was groen met een gele rand. In het midden zat een gat voor de pijp van het kacheltje dat de Russen boerzjoejka ('kleine bourgeois') noemen, omdat het zoveel hout vreet. Het joertkamp moest buitenlanders aantrekken die op zoek waren naar iets exotisch.

Vanaf het klif had je een uitzicht over het meer als op een ansichtkaart. De bergen spiegelden zich in het stille Bajkal. Geen huizen, geen boten. 'Alsof je vrijkomt uit de slavernij die we onszelf hebben opgelegd', schreef Valentin Raspoetin over het uitzicht op het Bajkal.

Op het heetst van de dag zag het water van het Bajkal er aanlokkelijk uit. Ik rende van het klif. Even later stond ik klappertandend aan de kant. Het gevoel was uit mijn vingers en tenen verdwenen. Vanaf januari is het Bajkal één grote ijsvlakte, die kraakt en knalt alsof er in de diepte een veldslag aan de gang is. Dan groeien er ijskristallen groot als kolen. De vissers gaan het meer op met een vrachtauto in plaats van de boot en zagen grote wakken om hun netten uit te gooien. Pas in april breekt het ijs en begint het te kruien. Zelfs in de ondiepste gedeeltes komt de watertemperatuur in de zomer niet boven de veertien graden.

Ik wandelde langs de kust: kliffen en rotspunten met daartussen strandjes van fijn zand. Op de rots punten wonen geesten, en op hoogste de boer-khan, de heer van de winden. Op Olchon worden zulke heilige plaatsen erg serieus genomen. De Boerjaten komen drinken op de rotsen en binden reepjes stof om de krom gewaaide takken van de dennen die zich vastklemmen in de spleten. Iedereen laat iets achter voor boer-khan: anders kun je hem vertoornen, en dat laat je wel uit je hoofd als je ooit in een vissersbootje door de golven heen en weer bent geschud.

V

anwege de roep van Olchon als geesteneiland hadden de sjamanen er dit jaar een internationaal festival gehouden. Overdag reinigden ze het wereldenergieveld, 's nachts sliepen ze in mijn joertkamp en 's ochtends aten ze grutjes. Ze hadden ook contact gemaakt met de geesten, genezende formules uitgesproken en over gloeiende sintels gelopen. Toeschouwers moesten betalen.

Ik vroeg Aleksej wat hij dacht van de sjamanen. Aleksej woont op Olchon, vist op omoel, en in juli en augustus op toeristen om over het eiland te gidsen. Er zat een briefje van één dollar onder zijn binnenspiegel geklemd. Het eerste van vele, hoopte hij. 'Dat waren geen sjamanen. Het leek meer een sekte. Het was bedriegerij', wist Aleksej. 'Onze eigen sjamaan is gaan kijken, en die zegt dat het bedriegerij was.

Russische toeristen bekommeren zich niet om bedreigde dieren en geesten van het Bajkal. Ik zag ze met hun Lada's over de herders paadjes rijden. De geur van wilde tijm die was geplet onder de autobanden, bleef in de lucht hangen. Ze kwamen van de veerpont en stopten niet voordat ze met hun bumper aan het water stonden. Russen zijn bermtoeristen zonder bedenkingen. Ze genieten ervan dat ze eindelijk een eigen autootje hebben. Na de jaren van collectieve fabrieksuitstapjes is de auto de ware vrijheid. Ze hingen hun kleren aan de wijd openstaande portieren, draaiden de stereo op tien en maakten het zich gemakkelijk. De popsy hielden zelfs de schooiende meeuwen op afstand.

De toeristen kochten gerookte vis in Choezjir, het enige dorp op het eiland. De houten vissershuizen hadden krullerige, lichtblauwe kozijnen die geraniums in oude conservenblikken omlijstten. Vanwege de cellulosefabriek waren de vissers gedwongen grotere netten te gebruiken om een redelijke vangst binnen te halen, maar door de toeristen waren de prijzen omhoog gegaan. Hier en daar zag ik nieuw hout; er werd gebouwd.

De bewoners van de joerts hadden vis gekocht voor een feestje. Er waren een paar jongens uit Sint-Petersburg, vijf tijdzones naar het westen, een jong stel uit Omsk en een zakenman uit Bratsk met zijn tweede vrouw. De zakenman had een krat wodka uit zijn achterbak gehaald, het stel had hout gesprokkeld in het nationale park, en er gloeide al snel een vuurtje. We toostten op de vakantie en aten vis met onze vingers.

De zakenman vertelde dat hij vorig jaar naar Spanje was geweest. Hij had een dagtour gemaakt in een bus met alleen buitenlanders. Het waren vegetariërs, en voor de lunch hadden ze niets anders gekregen dan sla. Iedereen lachte: die buitenlanders.

Iemand had de deuren van zijn auto opengezet en voor ik er erg in had dansten we op Boney M rond het kampvuur. Boney M! Galina uit Omsk zat aan mijn billen en wilde in het donker gaan zwemmen. Haar man verkocht verzekeringen. 'Je kunt alles verkopen', zei hij steeds op een toon alsof hij een grote grap vertelde. 'Vis, verzekeringen, krantenstukken, alles.'

Later, veel later, sloegen de portieren dicht en manoeuvreerde de auto in het bleke ochtendlicht tussen de bomen. Boven het Bajkal hingen flarden mist. Overal lagen graten en flessen, ons offer aan de heer van de winden.

Meer over