Bondgenoten voor spek en bonen

DE EUROPESE frustraties over de NAVO-operatie 'Allied Force' tegen Servië zullen naar het oordeel van Lothar Rühl, de vroegere Duitse staatssecretaris van Defensie, in de club van geallieerden niet of nauwelijks worden uitgepraat....

In de Frankfurter Allgemeine Zeitung constateert Rühl dat de opluchting over de goede afloop van de oorlog de kritiek in de alliantie heeft doen verstommen, al zijn er hier en daar wat irritaties. Rühl concludeert dat de hele operatie in Kosovo door de Amerikanen overheerst werd en dat de meeste Europese bondgenoten bar weinig hadden in te brengen.

In elk geval heeft de NAVO-raad als politiek orgaan er tijdens Allied Force grotendeels voor spek en bonen bij gezeten. Volgens Rühl werd de raad steeds voor faits accomplis gesteld door nu eens het duo Washington-Londen, dan weer door het kwartet Washington, Londen, Bonn en Parijs, vervolgens ook door secretaris-generaal Javier Solana en de grote vier en ten slotte door de Amerikaanse opperbevelhebber Clark via zijn privé-lijntje met het Witte Huis en het State Department.

Dankzij de ruzies tussen Clark en het Pentagon - in het bijzonder met minister van Defensie Cohen en chefstaf Shelton - konden de grote Europese bondgenoten af en toe toch enig gewicht in de schaal leggen. Zo werden Clarks plannen om met raketten en Apache-gevechtshelikopters vanuit Kroatië, Hongarije, Albanië en Macedonië Servische doelen in Servië en Kosovo te bestoken verijdeld door de protesten van Bonn, Rome, Athene en Boedapest. Die protesten versterkten het 'afwijzingsfront' in het Pentagon dat het inzetten van de kwetsbare Apaches te riskant vond. Bovendien zouden dan Amerikaanse grondtroepen nodig zijn geweest om tevoren de Joegoslavische luchtafweer uit te schakelen.

De bij Allied Force gevolgde strategie is volgens Rühl ondeugdelijk als de NAVO een echte oorlog zou moeten voeren, hetgeen de Kosovo-oorlog niet was. De lessen die 'Kosovo' de alliantie heeft geleerd, kunnen tot verbeteringen leiden.

Een ander aspect van de NAVO-actie in Kosovo baart meer zorgen. De Amerikanen hebben het geallieerde oppercommando van de geallieerde luchtstrijdkrachten in Ramstein gewoon genegeerd. Met andere woorden: geallieerde structuren zijn, als het erop aankomt, kennelijk weinig waard. Dat moet de Europese bondgenoten, ook al gaan zij in de alliantie een politiek debat over het Kosovo-avontuur uit de weg, aan het denken zetten.

Want opnieuw blijkt dat het, ondanks alle goede voornemens, met de Europese invloed in de NAVO droevig gesteld is. Dit probleem kan worden opgelost door na de ervaringen met 'Allied Force' te onderzoeken hoe in de toekomst de voltallige NAVO-raad greep kan houden op de besluitvorming. Of er moet eens ernst worden gemaakt met de Europese defensie, ook al zijn de vooruitzichten daarvoor nog altijd weinig rooskleurig.

Misschien kan er meer vaart worden gezet achter de Europese defensie, nu Javier Solana van de NAVO overstapt naar de Europese Unie om er het Europese buitenlandse- en veiligheidsbeleid te gaan ontwikkelen en uitvoeren. Solana schijnt van plan te zijn in november ook secretaris-generaal van de West-Europese Unie (WEU) te worden wanneer de huidige WEU-topman, de Portugees José Cutileiro, opstapt.

Onlangs heeft Solana verklaard dat hij het Europese buitenlandse beleid 'extra kwaliteit' kan geven door er de Europese defensie aan toe te voegen. President Chirac van Frankrijk heeft in dit verband voorgesteld Solana te laten controleren door een permanente commissie van diplomatieke vertegenwoordigers in Brussel - niet alleen zijn buitenlands-politieke activiteiten maar ook zijn defensie-activiteiten.

In organisatorisch opzicht lijkt een Europese defensie nu realiseerbaar. Niettemin blijft een Europese defensiepolitiek gebukt gaan onder de potentiële veto's van neutrale landen zoals Oostenrijk dat tijdens Allied Force de NAVO verbood zijn luchtruim te gebruiken. Bovendien is de Europese Unie toch al geen gemakkelijke organisatie om overeenstemming te bereiken. Dat wordt nog moeilijker als het gaat om het buitenlands beleid en de veiligheid.

Maar wanneer de Europese bondgenoten in de NAVO, Groot-Brittannië incluis, zich in Europees verband verenigen op standpunten die zij vervolgens in de NAVO verdedigen, dan wordt ten minste beter tegenwicht geboden tegen het Amerikaanse overwicht in de alliantie.

Meer over