Bomzji vriest in een kwartier dood

Uit de ingang van het metrostation Komsomolskaja komt een stroom bedompte lucht. Zoals elke avond staat een tiental haveloze figuren in de sneeuwblubber bij de deuren....

'Het liefst wil ik in een wagon slapen', mijmert Dmitri Tsvetkov. Zijn ongeknipte baard heeft de kleur van de blubber op de grond. Het spoorwegpersoneel laat mensen als Dmitri voor dertig roebel (nog geen dollar) overnachten in uitgerangeerde slaapwagons. Het geld steken ze in eigen zak. In Dmitris vuile hand ligt een muntstuk van vijf roebel - alles wat het flessenrapen vandaag heeft opgeleverd. 'Als ik in een wagon slaap, doen mijn tenen misschien niet meer zo zeer.'

De tenen van Dmitri doen zeer sinds vorig weekeinde, toen de temperatuur 's nachts daalde tot min 27. Vorige week zijn er in Moskou dertien mensen doodgevroren, en de week daarvoor negentien. 'Daar heeft de ambulance een paar dagen geleden een vrouw opgehaald', wijst Dmitri in het donker van het stationsplein. Dood? 'Bevroren.' Het aantal doden door de kou is deze winter met meer dan driehonderd tot recordhoogte gestegen.

Het stadsbestuur is onverschillig. 'Een seizoensgebonden verschijnsel.' 90 Procent van de slachtoffers is dakloos en dronken. Bomzji, noemen de Moskovieten ze, naar de politie-afkorting voor een persoon 'zonder vaste woon- of verblijfplaats'. Volgens de politie zijn er 30 duizend; volgens hulporganisaties 100 duizend. Burgemeester Joeri Loezjkov vergeleek de bomzji ooit met 'ratten' die ziekte en misdaad in zijn stad verspreiden. Voor de feestdagen worden ze opgepakt door de politie en buiten de stadsgrenzen gedumpt.

Een kwartier in de bijtende kou kan al dodelijk zijn, maar vaak doen Moskovieten geen moeite iemand wakker te schudden die in de sneeuw ligt. Een verslaggever van de Komsomolskaja Pravda die aan het begin van de winter de proef op de som wilde nemen, lag anderhalf uur op een stuk karton op het Poesjkin-plein in het hart van de stad zonder dat iemand acht op hem sloeg.

De Moskouse ambulancedienst haalt bijna dagelijks bevroren lijken op. Soms zijn ze al bedekt door een laag sneeuw voor er iemand belt. Leon Akopov, die aan het hoofd staat van de teams die in het stadscentrum werken, blijft filosofisch. 'Het is een sociaal probleem, maar niemand houdt er zich mee bezig, en dus komt het allemaal op onze hoofden neer.' Als iemand nog te helpen is, wikkelen de ambulancebroeders hem in dekens en plastic, en leveren hem af bij een ziekenhuis. Daar worden bevroren tenen en vingers geamputeerd, en daarna wordt de patiënt zo snel mogelijk weer op straat gezet. 'In het ergste geval na twee nachten, meestal na één nacht, en soms na tien minuten', zegt Akopov. 'Misschien onthul ik wel een staatsgeheim, maar voor bomzji zijn er, ehm, speciale zalen.'

Hoe moet iemand als Dmitri zich de kou van het lijf houden?

In een opvangcentrum? Er zijn in Moskou niet meer dan 1600 plaatsen, en die zijn voorbehouden aan mensen die kunnen bewijzen dat ze in de stad zijn geregistreerd. Toen Dmitri drie jaar geleden uit de gevangenis kwam, was zijn flat verkocht en zijn vrouw met de noorderzon vertrokken. Hij bleef achter zonder papieren, vogelvrij.

In de metro? De politie schopt letterlijk iedereen naar buiten voordat de deuren op het nachtslot gaan.

In een portiek dan? Sinds bomaanslagen in 1999 twee flatgebouwen in puin legden, zijn kelders en portieken afgesloten met stalen deuren en stevige sloten.

De bomzji kunnen alleen een vuurtje stoken van het afval rond de kiosken op het stationsplein, of zich tegen een heetwaterpijp aandrukken van de stadsverwarming in de buurt. Meestal zit er niets anders op om te vechten tegen de slaap tot de eerste trein. Oh, die verwarmde coupés! Dmitri weet op de minuut af wanneer de trein vertrekt: '4 uur 16.'

De enige plaats waar ze wel terechtkunnen, is een kleine eerstehulppost van Artsen zonder Grenzen. Daar worden ze gewassen, onderzocht en als het nodig is doorverwezen naar een ziekenhuis. Het personeel vertelde aan de krant Novyje Izvestija hoe een van de daklozen zijn viltlaarzen uittrok, en zijn afgevroren tenen eruit kwamen rollen. Het ziekenhuis had de man geweigerd te behandelen, en gangreen had zijn voeten in stompen veranderd. 'Bij de vaste klanten van de post neemt het aantal vingers en tenen elk winterseizoen af.'

Over het plein voor de metro-uitgang wankelt een laveloze man. Hij valt languit in de blubber en blijft bewegingloos liggen. De ergste vorst is voor het eerst sinds weken uit de lucht, maar de sneeuw maakt hem kletsnat, en de nacht moet nog beginnen. Twee mannen hijsen hem op hun schouders en zetten hem in een nis in de metro. Daar zakt hij tegen de muur, lallend, zonder te beseffen hoeveel geluk hij heeft gehad.

Meer over