Bomhoff, Drees en de publieke zaak

Vijftien jaar geleden deed Bert Poll, de cultuurpaus van NRC Handelsblad en de rest van Nederland, een opmerkelijk ontdekking. Bladerend in het avondblad was hij verdwaald geraakt in Mens & Bedrijf, het economiekatern....

De lange K.L. Poll was niet iemand die gewend was tegengesproken te worden, ook niet door de even lange hoofdredacteur Wout Woltz. Dus Eduard Bomhoff, hoogleraar monetaire economie aan de Erasmus Universiteit, kreeg zijn rubriek - en hij heeft er iets moois van gemaakt.

Bomhoff schreef over wat hij noemde public policy, een terrein waar hij het rijk alleen had. Met kennis van zaken uit de beleidskeuken schrijven voor een lekenpubliek is op zichzelf al een gave, maar Bomhoff was bovendien betrokken, eigengereid en absoluut niet professoraal.

Hij heeft tal van zaken opengebroken op een moment dat ze nog volstrekt taboe waren. De 'WAO-schande' - het vollopen van de WAO met mensen die daarin niet thuishoren, aan het rollen gebracht door klokkenluiders in Intermediair - werd door Bomhoff in 1991 al aan de kaak gesteld.

Zijn onderzoeksbureau Nyfer leverde vorig jaar een doorslaggevende bijdrage aan het SER-akkoord over de WAO. De dissidente SER-kroonleden Henk Don (CPB) en Robin Linschoten (VVD) werden door rivaal Nyfer gedeklasseerd. De afgelopen jaren was Bomhoff één van de weinige economen die verhoging van de salarissen van verpleegsters en de aanleg van spoorlijnen belangrijker vond dan het in één generatie aflossen van de staatsschuld.

Voor Jan Nagel was Bomhoff de ideale lijsttrekker van Leefbaar Nederland, maar Bomhoff liet de eer aan Pim Fortuyn. De verleiding eens zelf aan de knoppen te draaien, wist hij uiteindelijk toch niet te weerstaan. Hij raakte verstrikt in de tragikomische LPF-operette, zodat we nooit zullen weten of in Bomhoff een doortastende minister van Volksgezondheid verloren is gegaan.

Die merkwaardige cocktail van expertise en engagement, van linkse en rechtse programmapunten, van politiek amateurisme en een rotsvast vertrouwen in de maakbaarheid van de samenleving, doet denken aan een andere hoogleraar economie die in de politiek verdwaald raakte: Wim Drees.

De jonge Drees brak in 1971 met DS'70 het record door met acht zetels de Tweede Kamer binnen te zeilen. Niet veel later was Drees minister van Verkeer- en Waterstaat in het rechtse vijfpartijenkabinet-Biesheuvel.

Drees - voorstander van belastingverlaging, schrappen van subsidies en bestrijden van uitkeringsfraude, maar ook van investeren in milieu en openbaar vervoer - kon het slecht vinden met potverteerders als Boersma en Nelissen. Na anderhalf jaar stapte hij uit het kabinet en probeerde er in de Tweede Kamer nog het beste van te maken. Dat viel niet mee. Want de (in 1972 verliezende) partij was tot op het bot verdeeld door rivaliserende facties en racuneuze ego's. In 1975 traden vier van de zes Kamerleden van DS'70 uit de fractie én de partij.

Drees werd met hoon overladen toen hij zich verzette tegen de overhaaste dekolonisatie van Suriname. Hij vreesde naar later bleek volkomen terecht dat het land 'ontvolkt' zou raken door het toekennen van de Nederlandse nationaliteit aan hier aanwezige Surinamers op het moment van soevereiniteitsoverdracht.

Maar het leuke van Drees was dat hij na zijn mislukte politieke avontuur onverstoorbaar doorging met het leveren van bijdragen aan de publieke zaak. Hij werd lid van de Algemene Rekenkamer, voorzitter van adviescommissies (bijvoorbeeld op het gebied van de oudedagsvoorziening) en schreef ook nog boeken over overheidsfinanciën.

Met milde ironie en zelfspot haalde Drees met wie de moeite nam hem op te zoeken, herinneringen op aan zijn politieke jaren. Zijn passie voor beleid verliet hem nooit. Zo rekende hij je graag voor dat het fileprobleem eenvoudig was op te lossen door het opheffen van parkeerplaatsen bij kantoren en het invoeren van flinke parkeerbelastingen. Bij het verlaten van de serviceflat kreeg je een boek mee, want daar 'had hij geen plaats meer voor'.

Niet in de laatste plaats vanwege zijn beminnelijkheid smaakte Drees aan het eind van zijn leven het genoegen van de late erkenning. De juistheid van zijn inzichten drong zelfs door tot de PvdA.

Het zou mooi zijn als Bomhoff dezelfde veerkracht als Drees zou opbrengen en gewoon zijn praktijk als criticus van het overheidsbeleid zou hervatten. Desnoods richt hij, net als wijlen K.L. Poll, zijn eigen Hollands Weekblad op als ze hem bij NRC Handelsblad niet terug willen hebben.

Meer over