Bomberjack

Toen ik zaterdagmiddag op Amsterdam Amstelstation op de trein naar Utrecht stapte, schoot de gedachte door mijn hoofd dat er een terrorist in die trein zou kunnen zitten.


Ik ben niet zo van de terroristengedachten, maar ik was al een tijdje niet met de trein gegaan, en ik had inmiddels twee kinderen, en van het hebben van kinderen word je nu eenmaal een irrationele angsthaas - voor zover je nog geen irrationele angsthaas was. Ik werd rustiger toen ik bedacht dat een terrorist nooit op zaterdagmiddag een trein zou laten ontploffen. En ik nam me voor om maar nooit meer door de week tijdens spitsuur met het openbaar vervoer te reizen. Je bent een irrationele angsthaas of je bent het niet.


Ik wist toen nog niet dat er op dat moment in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn een jongen om zich heen aan het schieten was. Dat hoorde ik pas later op de middag. Mijn voornemen om nooit meer tijdens de spits te reizen, liet ik toen maar weer varen; kennelijk is het nog veel gevaarlijker in winkelcentrum De Ridderhof op zaterdagmiddag.


Je kunt het gevaar niet voorspellen, bleek maar weer, al verbaast het me altijd hoe voorspelbaar dit soort schietpartijen verder verloopt. Ze vinden vaak plaats in een winkelcentrum of op een school. De schutter is een jonge jongen, zo'n jongen die er, als je hem op de schoolfoto ziet die RTL 4 heeft opgeduikeld, totaal onschuldig uitziet. Die jongen draagt op de door hem uitgekozen D-Day stoere kleding; in dit geval een bomberjack en een legerbroek. En dat heeft iets zieligs. Meestal laat hij een brief achter waaruit niemand iets kan opmaken. De buren verklaren dat hij zo'n gewone jongen was.


Tot zover niets nieuws. Er zijn altijd maar een of twee details die blijven hangen. Zo had je in april 2007 Seung-Hui Cho, de Koreaans-Amerikaanse student die op zijn universiteit volgens het vaste stramien een bloedbad aanrichtte. Cho had op de ochtend voor hij vertrok om 32 mensen dood te schieten, dagcrème op zijn gezicht gesmeerd. Dat had zijn huisgenoot gezien. De dagcrème herinner ik me vier jaar later nog steeds.


In het geval van Tristan van der Vlis is er ook één zin die me zal bijblijven. 'Bij een kassa van de Albert Heijn schoot de schutter zichzelf door het hoofd.' Ik geloof dat dit soort jongens zichzelf als held ziet, maar een triestere dood kun je niet sterven.


Meer over