Bombardement bepaalt nog altijd identiteit van Dresden

Het is 55 jaar geleden dat Dresden werd verwoest. Wat het DDR-bewind er daarna van heeft gemaakt, typeren hedendaagse architecten als de tweede verwoesting van Dresden....

Van onze correspondent Philippe Remarque

Het is drie uur 's nachts. In de catacomben van de Frauenkirche speelt een eenzame cellist Bach-sonates. Een handjevol mensen staart in de gloed van waxine-lichtjes.

Dan staat een kordaat meisje van zeventien op en leest een tekst voor: dat het altijd vrede moet zijn. Dat de verwoesting van Dresden, in deze nacht precies 55 jaar geleden, nooit meer mag plaatsvinden, nergens ter wereld.

De volgende dag loopt stadsarchitect Matthias Lerm bozig door de droevige straten van Dresden. 'Hier, in het hart van de stad, werd mij een keer gevraagd: ''Hoe kom ik hier vandaan naar het stadscentrum?'' We stonden er middenin.' Die vergissing kan de bezoekers worden vergeven. De Oost-Duitse communisten hebben in de binnenstad buitenwijken gebouwd: modelflats met veel ruimte en groen ertussen, of je in Amsterdam de grachtengordel zou vervangen door Buitenveldert. En waar komt toch die socialistische voorkeur voor lege asfaltvlaktes vandaan?

Nu, na het verdwijnen van het DDR-regime, spreken architecten als Lerm over 'de tweede verwoesting van Dresden'. Wat de Engelse en Amerikaanse bommenwerpers lieten staan, en best herbouwd had kunnen worden, verdween alsnog op de tekentafels van de socialistische stadsplanners.

Dresden bestrijdt tegenwoordig de gevolgen van beide rampen. Ruïnes uit 1945 worden alsnog opgebouwd. De DDR-leegte wordt opgevuld met nieuwe architectuur, die de naoorlogse gebouwen aan het oog moet onttrekken. 'We moeten zorgen dat de vervlechting terugkeert, dat wat eigenlijk een stad uitmaakt', zegt bouwwethouder Gunter Just.

De verwoesting van de stad bepaalt nog altijd de identiteit van Dresden. Ook in 2000 laat het bombardement de inwoners niet los. Op 13 februari verzamelen zich duizenden mensen met kaarsjes voor de ruïne van de Frauenkirche. Een vrouw die haar familie heeft verloren heeft tranen in de ogen. 'Het bombardement kun je alleen begrijpen als je het hebt meegemaakt. Die verschrikkelijke angst', zegt een oudere heer. 'Toen we uit de schuilkelders kwamen, lagen overal lijken. Je kon maandenlang alleen over paadjes tussen het puin lopen.'

Het bombardement op Dresden, achteraf hoog op de lijst van de grote oorlogsmisdaden, was een perfecte operatie. In de eerste golf werden brandbommen gegooid, daarna gewone bommen. Door de luchtdruk ontstond een 'vuurstorm', die zo sterk was dat mensen op straat werden opgetild en in de vlammen gezogen. De dicht bebouwde stad werd in één etmaal in puin en as gelegd. Minstens 35 duizend mensen kwamen om.

De stad aan de Elbe was vol met vluchtelingen en van weinig militaire betekenis. De oorlog was bijna voorbij. Bovendien waren de inwoners ervan overtuigd dat de mooiste stad van Duitsland, het barokke 'Elbflorenz', gebouwd door de koningen van Saksen, verschoond zou blijven van de luchtoorlog.

'We vermoedden niets slechts. Waar zouden we ook bang voor zijn? Steden als Rome, Parijs of Dresden bombardeer je niet', schrijft de Duitse historicus Arnulf Baring, die het bombardement als jongetje meemaakte. 'Tot in de nacht van hun ondergang waanden de Dresdenaren zich in absolute veiligheid, ze namen aan dat de bommenwerpersvloten van de geallieerden het niet zouden wagen, dit juweel van kunst en cultuur te verwoesten.'

Maar de geallieerden lieten zich niet door dit soort overwegingen weerhouden. Het was oog om oog, tand om tand. 'Het is een grote misdaad, er is geen ander woord voor', zegt voor de Frauenkirche een boze vrouw, die het bombardement heeft overleefd. Anderen mengen zich nu in het gesprek. 'Maar wij zijn begonnen. Wij hebben Coventry en Rotterdam gebombardeerd.' De Luftwaffe maakte van haar eerste succesvolle vernietigingsbombardement zelfs een werkwoord: coventrieren.

'Weet u, ons volk was in trance gebracht door Hitler', zegt een man verontschuldigend. 'En Goebbels, kent u die? We waren bang om te protesteren. Dan verdween je meteen in het concentratiekamp.'

Het historische besef van de eigen schuld lijkt bij de meeste Duitsers in Dresden te leven. Hier en daar zie je nog een monument dat 'de slachtoffers van de Anglo-Amerikaanse bommenterreur' herdenkt. Maar de Koude-Oorlogspropaganda van de DDR heeft plaatsgemaakt voor een genuanceerder beeld van de oorlog. Behalve bij de rechts-radicale skinheads die de herdenking van deze oorlogsmisdaad tegen het Duitse volk aangrijpen om te protesteren tegen verzoening met de Britten en Amerikanen.

Toch gaat de herdenking van dit jaar nu juist daar over. De hertog van Kent is in de stad om een acht meter hoog gouden kruis aan te bieden, betaald met donaties aan de Britse Dresden Trust. Het is in Londen vervaardigd door kunstsmid Alan Smith, wiens vader een van de bommenwerpers in de eerste aanvalsgolf vloog. 'De herinnering daaraan heeft hem nooit meer losgelaten', zei Smith. 'Dit kruis, een teken van verzoening en vergiffenis, is helemaal in zijn geest.'

Op het podium voor de Frauenkirche wordt gebeden, gezongen, en mooi gesproken. Hoe belangrijk dit soort plechtigheden nog steeds zijn voor Duitsland, blijkt uit de komst van bondskanselier Gerhard Schröder, die in de regen tussen het publiek staat. Met duizenden anderen staart hij omhoog als een hijskraan het kruis kortstondig in de lucht tilt, op de hoogte waar het over enkele jaren de voltooide Frauenkirche zal bekronen. De mensen beneden zijn ontroerd door het gebaar.

Het is opvallend hoe de verdwenen stad leeft in de hoofden van de inwoners. 'Sommige mensen staan hier te rouwen om hun omgekomen familie', zegt een jongeman. 'Maar ik vind de verwoesting van de stad veel erger. Mensen kwamen overal om.'

Wie in de DDR-tijd in Dresden is geweest, zal zich de beklemmende ruïnes herinneren, vooral die van de Frauenkirche: een transept en een stuk muur staken omhoog uit een enorme berg puin. Al in de roman Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch vertelt het personage Schneiderhahn over een ruïne in Dresden die 'om te huilen van schoonheid' is. Daarop zegt de communiste Hella: 'De vernietiging is nooit mooi. De opbouw is mooi.'

Deze discussie heeft zich herhaald na de val van het communisme. De voorstanders van wederopbouw, uit de kringen van de DDR-burgerbeweging, wonnen het van degenen, die de berg puin als een waarschuwing wilden laten liggen. Vandaag de dag wordt de Frauenkirche, 'de stenen klok', het belangrijkste symbool van Dresden, minutieus herbouwd.

In lange kasten op de Neumarkt liggen de stenen die uit het puin zijn gehaald te wachten op hun terugkeer in de kerkmuur. Je kunt een steen 'adopteren', dan krijg je een bouwtekening waarop zijn plaats in de kerk is aangegeven. Een wereldwijde inzameling voor de Frauenkirche heeft al 170 van de benodigde 250 miljoen opgeleverd. Bij de kerk verkopen ze horloges met een klein stukje 1945-puin erin, zoals in Italië een splinter van het kruis van Christus.

De Neumarkt om de Frauenkirche heen, nu een treurige vlakte, zal ook worden herbouwd volgens het oude bebouwingspatroon. De Gesellschaft Historischer Neumarkt zet zich in voor een precieze kopie van wat er voor 1945 stond, zoals ze in Warschau van de schilderijen van Canaletto de markt hebben nagebouwd. De stadsbestuurders vinden dit kitscherig. Ze willen liever moderne architectuur, mits die de hoogte en omvang van de vroegere bebouwing heeft. Op een recente vergadering kwam het tot emotionele uitbarstingen.

Hoe de strijd ook uitpakt, iedereen zal blij zijn als het monsterlijke cultuurpaleis achter de nieuwe gebouwen verdwijnt. 'Jaren zestig-barbarij', noemt stadsarchitect Lerm dergelijke gebouwen.

De DDR heeft na de oorlog ook belangrijke monumenten herbouwd, zoals het heerlijke Zwinger-paleis, de Hofkirche, het Albertinum en later de Semper-opera. Als je over de Brühlsche Terrassen aan de Elbe loopt, waan je je bijna in de barokke prachtstad van August de Sterke. Aan de overkant van de Elbe, waar minder bommen zijn gevallen, herleeft hier en daar het Dresden waar Erich Kästner zijn jeugd doorbracht.

Maar daar, in de Neustadt, wordt ook meteen duidelijk wat er allemaal verloren is gegaan in het ooit dicht bebouwde centrum. Dat kunnen we nu betreuren, in de jaren '50 werd anders gedacht, ook in het Westen. Wilde men in Amsterdam niet de Heren-, Keizers- en Prinsengracht dempen?

De socialistische stadsplanners in Dresden zagen de half verwoeste barokgebouwen en woonhuizen ook nog eens als een 'zware erfenis, ons nagelaten door het kapitalisme'. Die mochten weg, zeker als dat bouwmateriaal opleverde. Er moest een nieuwe stad voor nieuwe mensen worden gebouwd. 'Elke steen van de nieuwe stad draagt duidelijk de letters: vrede', juicht een gevelsteen uit die tijd. De architecten wilden niet meer de nauwe straten terug, die het bombardement zo succesvol hadden gemaakt, zeker niet onder de dreiging van een atoomoorlog.

De stadsplanners van nu willen vooral de enorme leegte opvullen die de socialisten hebben achtergelaten. De Prager Strasse, voor de oorlog een van de elegantste winkelstraten van Duitsland en nu een brede betonnen nachtmerrie, wordt versmald tot de oude rooilijn. Op veel plaatsen in het centrum verrijst de nieuwbouw van deze tijd, met de onvermijdelijke glazen gevels. Wie de verdere bouwplannen bekijkt, krijgt onwillekeurig de gedachte: zal over veertig jaar niet een stadsarchitect door deze straten lopen die boos is over de 'glazen barbarij' van rond de eeuwwisseling?

Dresden straalt vergeleken met vroeger optimisme uit. De mensen nemen gretig bezit van de nieuwe winkels en bioscopen. Even verderop regeert de immens populaire 'König Kurt' Biedenkopf de deelstaat Saksen. Iets buiten de stad staan de modernste microchip-fabrieken ter wereld. Maar de eerste bouweuforie van na de Wende is al weer voorbij, wegens gebrek aan investeerders. Overal staat bureauruimte leeg. 'We dachten het te redden in vijftien tot twintig jaar. Maar de wederopbouw gaat een of twee generaties duren', zegt bouwwethouder Just.

Meer over