Bolwerk Zwolle is nu groene oase

Het karakter van veel steden en dorpen wordt mede bepaald door de aanwezigheid van militaire objecten, die vaak, maar niet altijd, hun oorspronkelijke functie hebben verloren....

Door Marc van den Eerenbeemt

In een bocht slingeren de huizen zich over de Eekwal, een van de versterkte punten van de voormalige vestingstad Zwolle. Wonen heeft hier het militair verleden overwoekerd. Eens een zware verdedigingswal, nu woonplaats en park voor stedelingen aan de IJssel.

Twee weken geleden was Zwolle met zijn bolwerken plotsklaps een icoon in de Canon Ruimtelijke Ordening. De samenstellers van de canon, architecten en stedenbouwkundigen, herinnerden eraan dat de stad haar vestinggordel eind 19de eeuw heeft omgebouwd tot ‘een groene stedelijke oase, een arcadisch landschap, met publieke wandelparken en weelderige villa’s’.

Het is een onverwacht compliment voor een stad die kampt met een gebrekkig, beter gezegd haperend zelfvertrouwen. Een provinciestad, een ambtenarenstad, dat is het beeld. Daar staat wat tegenover. Een oude binnenstad, de Veluwe en Salland onder handbereik, steevast boven in de lijstjes van regionale topeconomieën, een snelle groei van de bevolking – maar toch.

En er komt steeds meer bij. Het succes van De Librije, sterrenrestaurant van Jonnie en Thérèse Boer, is een mijlpaal. Internationale top in de oude binnenstad. En de opening van De Fundatie, in het classicistische oude gerechtsgebouw, een museum met nationale, zelfs internationale ambities. En de komst van theater De Spiegel, trotse nieuwbouw aan de Achtergracht. Bouwstenen voor een nieuwe identiteit, een nieuw zelfvertrouwen.

Meer steden veranderden hun vestingwallen in woongebieden, maar volgens de samenstellers van de Canon Ruimtelijke Ordening spant Zwolle onbetwist de kroon. ‘Deze reeks bolwerkparken is een van de fraaiste voorbeelden, door de ongekend gave staat waarin ze verkeren.’

Archivaris Wim Huijsmans van het Historisch Centrum Overijssel wijst op de kleine en grote huizen op de Eekwal. Zij werden ruim honderd jaar geleden op en rond de voormalige militaire opslagplaatsen gebouwd. De bouwwerken, intact want nooit belegerd, werden zo gered en hergebruikt.

De ingreep was volgens Huijsmans net zo belangrijk als de redding van de stadswallen aan de binnengracht door de noordkant van het centrum. Vernieuwingsdrift van de jaren zestig, met een autobaan tot in het hart van de stad, werd nog net op tijd gestopt.

Oude muren en torens, zoals de Pelsertoren, werden gered en soms zelfs teruggebouwd. Een keerpunt, vindt Huijsmans, in de manier waarop Zwolle omging met zijn verleden als vestingstad.

Verderop, aan de Potgietersingel, ligt museum De Fundatie. Directeur Ralph Keuning wil het gebouw flink uitbreiden, naar hij hoopt voor eind 2012, als de Hanzelijn gereedkomt, de nieuwe spoorlijn van Lelystad naar Zwolle.

Hij wil dat Zwolle verder gaat op het pad dat eind 19de eeuw werd ingeslagen. Naast het museum ligt het park Potgietersingel, volgens hem met zijn bochtige aanleg een meesterwerk van de ‘uitgestelde verwachting’: ‘Je vermoedt iets, ziet een glimp en loopt door. En dan wordt weer een nieuwe belofte gedaan.’

Zo zou de stad zich vanaf het station moeten ontvouwen aan de bezoeker; langs de art-nouveauvilla’s naar de vestingmuren, dan de parken en het museum, dan de binnenstad met zijn kleine straatjes tot aan theater De Spiegel aan de noordkant.

Zwolle heeft steeds meer geloof dat het een stad van nationale importantie kan zijn, denkt Keuning. ‘Het wil een stad van formaat zijn, in dit deel van Nederland.’

Het imago klopt niet meer, zegt Dick Laning, chef-redacteur van regionaal dagblad De Stentor. ‘Zwolle is werkelijk het centrum van een regio, de IJsseldelta. Het bouwt maar door.’

Zwolle wordt van provinciestad een grote stad in de provincie, stelt literator Paul Gellings, voormalig stadsdichter van Zwolle. ‘De ingetogenheid van de Zwollenaren kwam voort uit een provinciale ingeslapenheid. Ingetogen mogen ze zijn gebleven, ingeslapen zijn ze hier niet meer. Dat komt deels door de ruime import van academici. Maar ook de steeds betere en snellere verbindingen met Amsterdam en Rotterdam zijn belangrijk.’

Met alle groei, ook al bracht dat buiten het centrum massaliteit in kantoren en huizen, heeft Zwolle zijn sereniteit behouden, vindt Gellings. Een grote stad zonder veel hectiek. Geen hinderlijke hoeveelheden randfiguren, weinig agressie. Dat vind ik heel plezierig.’

De oude stadsdichter denkt vertederd aan de rondvaartboot van Zwolle. ‘We hebben er één. Die voert je over de oude singel langs heden en verleden van de stad. En daar ligt ook de toekomst. Dat is de ring, de basis, waaruit Zwolle verder moet.’

Zwolle is een van die steden die zijn binnenstad meer zou kunnen promoten, zei Gerard Marlet onlangs tegen de Volkskrant. Een mooi historisch centrum, een centrale ligging ten opzichte van de Randstad en een goede bereikbaarheid, ‘maar veel mensen weten dat niet. Dan helpt citymarketing’.

Ooit, in 1982, gaven Koot en Bie de stad met een lied een zachte sneer: Zwolle zonder dolle - Wat een einde stad. Ze houden niet van hollen - niet van grappen en van grollen. Dat staat in Zwolle in menig ziel gegriefd. Het lied wordt in Overijssel echter steeds meer achtergrondmuziek. Het Zwols dweilorkest Als Je Maar Bekend Band bracht een piratenversie uit van het lied: Dolle in Zwolle. En daar zetten ze regelmatig een zaal mee op zijn kop.

Meer over