'Boereseuntjie' uit Pretoria op goudjacht

Het 'boereseuntjie' uit Pretoria pleitte na zijn tweede wereldrecord in twee dagen voor zijn land, Zuid-Afrika, en voor zijn continent....

'Niet slecht voor een Afrikaner. Niet slecht voor een Zuid-Afrikaan. En ook niet slecht voor een mens', becommentarieerde hij deels in zijn moedertaal voor de camera van SABC het doorbreken van de grens van 23 seconden op de 50 meter vlinderslag: 22,96. Een dag eerder had hij bij de WK tot 23,01 gereikt, waarmee hij de Amerikaan Ian Crocker het wereldrecord op de vlindersprint had ontnomen.

Schoeman legde uit hoezeer hij zijn land een sportieve toekomst gunt, hoe graag hij wil terugkeren naar Zuid-Afrika, maar hoe belangrijk het is dat hij nog vier jaar in de VS blijft om in 2008, in Peking, te doen wat in Athene met een vingerlengte mislukte: olympisch kampioen worden op de klassieke 100 meter vrij.

Schoeman verloor in Athene van Pieter van den Hoogenband. De door een hernia getroffen Nederlander ontbreekt in Montreal en het lijkt erop dat Schoeman vrij spel heeft op de 100 meter vrije slag. Met een vrijwel zekere wereldtitel op de 50 vrij kan de Afrikaan zijn totaal aan titels in een week tijd van nul op drie brengen.

Schoeman werd vorig jaar in zijn land tot de sportman van het jaar gekozen. Het goud, zilver en brons van Athene vormden een onovertroffen score in de historie van de Zuid-Afrikaanse sport, dat zo lang geïsoleerd was door een wereldwijde boycot.

Kinderen hoefden in het verleden niet te dromen van olympische successen of wereldtitels, want ze waren nergens welkom. Een wereldrecordhouder als Jonty Skinner (49,44 op de 100 vrij in 1976) mocht niet aan de grote toernooien deelnemen. De pupil van de Nederlander Bouws, een in Zuid-Afrika werkzame trainer, nam ten slotte de wijk naar de VS.

Andere zwemmers kozen sneller voor een andere nationaliteit. Peter Prijdekker kwam in 1972 voor Nederland uit op de Spelen van München. Rita Klei probeerde vergeefs hetzelfde in 1976, zo werd nog eens gememoreerd toen vorig jaar haar zoon Darian Townsend olympisch kampioen werd.

De zoon had voor een Nederlands paspoort kunnen kiezen, zoals Sarah Poewe onlangs nog haar afkomst aangreep om de Duitse nationaliteit te verkrijgen, maar Townsend deed dat niet. Zoals Schoeman (van moeders kant van Britse bloede) zijn nationaliteit trouw bleef. Zoals de alleskunner Ryk Neethling, ook een 'boereseuntjie', het aanbod voor het Canadese staatsburgerschap afwees.

Schoeman en Neethling, de in Amerika opgeleide vedetten, hebben hun land wel onder druk gezet om na de olympische successen serieus werk te maken van een infrastructuur voor zwemmers. De twee toppers maakten gebruik van het krediet dat zij in het land genieten. Zo werden ze in audiëntie ontvangen door Nelson Mandela.

Schoeman en Neethling eisten van het nationale olympische comité NOCSA en van hun zwembond de uitbetaling van de beloofde bonussen. Voorzitter Gideon Sam verklaarde dapper dat ze dan maar voor Uganda moesten gaan zwemmen. Hij werd ontslagen en opgevolgd door Jace Naidoo die de befaamde Duitser Dirk Lange aanstelde als trainer.

In het nieuwe beleid past ook het uitsturen van kleurlingen. Er zijn er drie opgenomen in de 'mansswemspan' voor Montreal. Zwemmen is als de meeste sporten in Zuid-Afrika een blanke aangelegenheid .

Volgens oud-coach Bouws, nog elke winter in Zuid-Afrika te vinden, zucht het zwemmen zelfs onder het gelijkheidsbeginsel. Clubs zijn verplicht veel aandacht te besteden aan zwarten, met volgens hem weinig aanleg en nog minder geld. De privé-clubs kunnen hun financiën lastig rond krijgen.

Schoeman hoor je niet over de apartheid van voorheen. Hij heeft het besef een voorbeeld te zijn voor het nieuwe Zuid-Afrika. De 'goue medalje' van Athene heeft hem gesterkt in het voornemen een pionier voor zijn sport en zijn voorheen verdeelde land te zijn.

Dat hij in Tucson voor Ford Dealers zwemt, is een noodzakelijkheid. 'Ik mis Zuid-Afrika meer dan ooit.' Om ' s werelds beste te worden is een Amerikaanse zwemopleiding onontbeerlijk. Bij Mike Bottom leerde Schoeman tussen de olympische 50-meterkampioenen Gary Hall en Anthony Ervin de pikstart en de vlinderkicks onder water. Het leverde hem de bijnaam Raket op. Bij de wereldtitelstrijd in 2001 behaalde hij brons op de 50 vrij en keek iedereen zich de ogen uit bij zoveel explosiviteit.

De 48,23 van vorig jaar, zeshonderdste achter olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband (48,17), was een openbaring en vooral gebaseerd op zijn weergaloze 'eerste baan' op de 100 vrij. De zwemwereld lijkt voorlopig gedoemd tot achtervolgen bij de man die voor Zuid-Afrikanen een 'wenner', een winnaar, is.

Meer over