Boerenlul

Ik ben in Lissabon voor een consulair dingetje en waan me een Drentse boer in Mokum (na bezoek aan de Landbouw RAI).

Beeld Gabriël Kousbroek

Met onzekere tred wandel ik door de voor Algarviaanse begrippen glamoureuze Vasco da Gama-mall, tegenover treinstation Oriente. Bij de plees achter de vreetvloer zit mijn vriend de schoenpoetser. Hij heeft een dorre hand - vermoedelijk het gevolg van polio -, maar met het werkende klauwtje laat hij mijn laarzen glimmen als een spiegel.

Men heeft hier geen hoge dunk van volk uit mijn streek. Met mijn opgepimpte schoeisel voel ik mij echter zelfverzekerd genoeg voor café A Brasileira, een van de staminees van Fernando Pessoa. Ik ga me daar verschansen achter stapels boeken en de schrijver uithangen.

Mijn aanstellerij ontstond een eeuwigheid geleden in Parijs. Ik zat daar hele dagen in Café de Flore of Les Deux Magots te wachten op een glimp van Sartre of desnoods een lekker wijf.

In een muf antiquariaat aan de boulevard Saint-Germain sloeg ik eerst wat kilootjes Rimbaud en Proust in. Vervolgens posteerde ik mij in een van die bistro's op een strategische plek en teerde uren op een bak smerige pleur. Nooit werd ik aangesproken, op die ene keer na dan door een stokoude antiquair in een leren broek die mij de wel op een lekker plateautje fruits de mer verastte.

De tafel achterin bij de grote spiegel - de meest strategische plek van A Brasileira - is nog vrij! Ik ren er heen, duw net op tijd twee Jappen opzij en installeer me. Uit mijn rugzak haal ik Pessoa. Eerlijk gezegd snap ik geen biet van Pessoa. Misschien moet ik hem maar in het Nederlands lezen. Bovendien krijg ik altijd last van acute doodsdrift na een Pessoa-sessie en heb ik een gedichtje van Sylvia Plath nodig om weer op te vrolijken.

Inmiddels zit ik een paar uur in A Brasileira en heeft niemand mij een blik waardig gegund. De ober begreep mijn bestelling pas nadat ik die tien keer had herhaald. De tosti was moddervet en nu is mijn goeie goed smerig. Ik mis mijn hondjes.

In Nederland hing ik nooit de poseur uit en wel om een gegronde reden: ik zag namelijk eens Kader Abdolah (Allahs gezant in de Lage Landen) in café De Engelbewaarder in Amsterdam met de verzamelde werken van Vondel, Cats en Couperus. De Goddelijke Snor kon echter nog geen kopje koffie bestellen, zo beroerd was zijn Nederlands.

'Tabé literair café', brulde iemand. En 'scheer je weg, koekebakker. Wammes!'

Ik vertrok onmiddellijk.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over