Reportage

Boeren zijn gewend aan extreme situaties, maar ‘het wordt wel steeds extremer met het weer’

Twee Zeeuwse boeren (Wilco Doeleman links en Geert van Velde rechts) bekijken hun droge akker in Dreischor. Nog maar een enkel zaadje is ontkiemd.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Twee Zeeuwse boeren (Wilco Doeleman links en Geert van Velde rechts) bekijken hun droge akker in Dreischor. Nog maar een enkel zaadje is ontkiemd.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Boeren zuchten onder de langdurige droogte. In Zeeland kunnen ze de kurkdroge akkers niet zomaar beregenen. ‘Bij ons zit alleen maar zout water in de sloot. We zijn echt afhankelijk van het weer.’

Peter de Graaf

‘Kijk eens, het is één en en al stof’, zegt de jonge Zeeuwse akkerbouwer Geert van de Velde (21) terwijl hij met zijn vingers door de droge grond van het uienveld harkt. ‘Het heeft vanmorgen wel even geregend, maar daar zie je niets meer van. Zo’n buitje doet helemaal niets.’

Het eerste loof van de uien steekt voorzichtig en schriel door de aarde heen. Hij wijst op een geel sprietje verderop: ‘Die ui heeft het zwaar, die gaat het misschien niet halen.’

Van de Velde runt samen met zijn vader Jan Willem (57) en tweelingbroers Maarten en Leendert (28) een middelgroot akkerbouwbedrijf met meer dan honderd hectare in het buitengebied van Dreischor op Schouwen-Duiveland. Ze verbouwen vooral pootaardappelen, uien, wintertarwe, knolselderij en winterpenen. Daarnaast hebben ze ook kersen- en perenbomen.

Niet meer sproeien met oppervlaktewater

De Nederlandse boeren zuchten al weken onder de langdurige droogte. Sinds de eerste helft van april heeft het nauwelijks meer geregend, en dat midden in het zaaiseizoen. Op de hoge zandgronden in Noord-Brabant en Limburg is de nood hoog – in sommige Brabantse regio’s mogen boeren zelfs niet meer sproeien met oppervlaktewater.

null Beeld

Maar ook op de vruchtbare kleigronden van Schouwen-Duiveland is het kommer en kwel. Want het Zeeuwse eiland wordt helemaal omgeven door zout water. ‘Wij kunnen onze gewassen niet eens beregenen met oppervlaktewater’, merkt Van de Velde nuchter op. ‘Bij ons zit alleen maar zout water in de sloot.’

Het akkerbouwbedrijf heeft wel twee waterbassins aangelegd – enorme ronde kuipen van bijna vijf meter hoog – waarin zo’n duizend kuub regenwater kan worden opgeslagen. Van daaruit wordt bijvoorbeeld het uienveld ‘bedruppeld’ via 300 meter lange slangen die net onder de grond liggen. Maar dat zijn dure kunstgrepen die niet overal kunnen worden ingezet.

Voorjaar en zomer droger, najaar natter

Uiteindelijk is de Zeeuwse boer vooral afhankelijk van het weer. ‘Als het morgen eens een keer goed regent, zijn we deze droogte over twee weken vergeten’, aldus Van de Velde. ‘De angst is: hoelang gaan die planten het nog volhouden? Dat is de spanning. Ze zeggen weleens: boeren klagen altijd. Maar als het weer niet meewerkt, zitten we zomaar aan het eind van het seizoen met slechts 25 procent van een gewone oogst. We moeten altijd met het weer dealen en intussen proberen het hoofd rustig te houden.’

Zijn vader Jan Willem maakt zich meer zorgen over ‘het grotere verhaal van de klimaatverandering’. Want voorjaar en zomer worden droger, terwijl het najaar juist natter wordt. Dat geeft weer problemen in de oogsttijd, bijvoorbeeld bij het afrijpen van gewassen of omdat machines moeilijk het drassige land op kunnen.

‘Het is een optelsom van onzekerheden’, aldus vader Van de Velde. Het kan nu kurkdroog zijn, maar drie enorme onweersbuien op een rij zijn ook geen pretje voor de boer. Bovendien wijst hij ook op het probleem van de verzilting. ‘De vijand komt niet alleen van boven, maar ook van beneden’, merkt de pater familias op. Want als er onvoldoende zoet water regent, komt het zoute kwelwater in de grond meer naar boven.

‘We moeten ons weerbaarder maken’, vindt zoon Geert. De boeren experimenteren al met nieuwe aardappelrassen die meer droogteresistent zijn. Volgens de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) kan gewasveredeling met behulp van genetische manipulatie tot nog sterkere gewassen leiden. Maar die technieken zijn in de Europese Unie om ethische redenen vooralsnog verboden. Bij steeds meer boerenbedrijven wordt regenwater opgevangen in bassins.

Door de oorlog met de neus op de feiten

In het masterplan ‘Zoetwater voor Zeeland’ wordt behalve aan innovatieve irrigatie- en drainagesystemen ook aandacht besteed aan de aanvoer van zoet water via pijpleidingen van elders. ‘We kunnen ook zoet water uit het Haringvliet of het Volkerak-Zoommeer halen’, stelt Geert van de Velde . ‘Je kunt het water via een pijpleiding bij Bruinisse aan land krijgen. Maar de vraag is dan hoe je het daarna verder over het land van Schouwen-Duiveland verspreidt.’

Volgens hem is dat plan lang geleden al eens gelanceerd, toen hij nog niet eens geboren was. ‘De helft van de boeren was vóór, de andere helft vanwege de hoge kosten tegen, dus is het niet doorgegaan’, weet hij. ‘Maar als we nu niks doen, hoe is het dan over veertig jaar? Dan kun je hier misschien niet meer boeren.’

Voedsel leek tot voor kort niet schaars te zijn, vervolgt de jonge boer, maar door de oorlog in Oekraïne is iedereen weer met de neus op de feiten gedrukt. ‘We mogen vruchtbare gebieden niet verloren laten gaan door gebrek aan water’, aldus Van de Velde.

Enorme bak met zout water

Een vriend van hem heeft onlangs voor zijn knolselderij een vrachtwagen met zoet water gehaald bij Bruinisse en over het land gesproeid, vertelt hij. Dat doen meer boeren, maar het blijft behelpen en is met de hoge brandstofprijzen duur.

Bij collega-boer Wilco Doeleman (46) staan de cichoreiplantjes, half april gezaaid, er door de droogte bijzonder slecht bij. De meeste zaadjes zijn nog niet eens ontkiemd. Her en der steken wat groene blaadjes boven de grond. Boeren zijn gewend aan extreme situaties, zegt Doeleman. ‘Maar het wordt wel steeds extremer met het weer.’

Hij noemt de cichorei, waarvan de wortel vroeger vooral werd verwerkt in koffie en tegenwoordig in de zoetstof inuline, ‘een soort tropische plant die het bij deze temperaturen fantastisch kan doen’. Maar ja, water, water, water. Hij wijst op de dijk verderop. ‘Daarachter ligt een enorme bak met water’, verzucht hij. ‘Maar dat is alleen maar zout water, van de Grevelingen. Dat is voor een boer best een hard gelag.’

Meer over