'Boeren praten niet snel over hun gevoel'

Varkenshouders luchten hun hart bij de maatschappelijk werker. Die voelt de problemen goed aan...

Materieel, maar vooral geestelijk gesloopt door een wispelturige overheid. Zo voelen Jan en Maria Gevers zich, sinds op 2 juni 1997 bij hun bedrijf de varkenspest toesloeg. Vijftienhonderd varkens werden die dag geëlektrocuteerd, achter op het erf. Een jaaromzet viel weg, de schulden liepen op. Na drie jaar gestoei met drie opeenvolgende landbouwministers hebben ze nog steeds geen zicht op bedrijfsbeëindiging.

Die onzekerheid maakt hen langzaam maar zeker gek, vertelt het varkenshoudende echtpaar uit Ysselsteyn. Vorig jaar september zocht Maria Gevers contact met Huub van Mil, een maatschappelijk werker uit de regio. Hij biedt boeren in psychische nood een luisterend oor. Van Mil komt eenmaal per veertien dagen bij de twee op bezoek. Gedrieën bespreken ze aan de keukentafel de individuele problemen van de varkensboer anno 2000.

Zij: 'Vorig jaar hadden we ons voor de opkoopregeling van Apotheker aangemeld, maar we hoorden maar niks van het ministerie. Ik liep iedere dag naar de brievenbus, belde met ambtenaren, maar niemand wist iets. Ik kon er niet meer tegen. Als ik iets over de herstructurering las, barstte ik in janken uit, het vloog me naar de keel. Sindsdien slik ik antidepressiva.'

Hij: 'Ik heb niks verkeerd gedaan. Ik ben niet meegegaan in die expansie van de sector, maar we worden er nu wel op afgerekend. Je kunt geen kant meer op, dat maakt het zo moeilijk te verteren.'

Zij: 'We konden er met niemand over praten. Boeren in de buurt zitten echt niet te wachten op onze verhalen, die hebben precies dezelfde sores. Dus heb ik Van Mil gebeld. Hij voelt heel goed aan wat er in ons boeren omgaat. Je kunt je hart bij hem luchten. Hij zet je neus de andere kant op.'

Hij: 'Van Mil komt zelf uit een boerenfamilie, dat praat wat makkelijker. Het is geen geitenwollensokkenfiguur.'

Zij: 'Toch kostte het wel enige moeite om hem te bellen. Wij boeren praten niet snel over onze gevoelens. Van huis uit is het bij ons: ge moet niet zeuren, maar werken.'

Hij: 'De varkenshouderij is de ziel van ons bestaan. Logisch dat je emotioneel wordt zodra je dat wordt afgepakt. Maar waar we psychisch aan onderdoor gaan, zijn al die veranderingen en nieuwe regelingen die we iedere keer in onze maag gesplitst krijgen. Ik heb nu net de 'stallenregeling' van minister Brinkhorst van internet geplukt. Weer zo'n stapel papier. Maar geen ambtenaar kan vertellen wat ik voor de 'gecorrigeerde vervangingswaarde', zo heet dat dan, van mijn stallen krijg. Daar word je hoorndol van.'

Zij: 'Je moet onderhandelen over je toekomst maar je krijgt niemand te spreken. Je ziet niemand, je voelt je geblinddoekt. Die flutregeltjes spelen steeds door je kop, het put je volledig uit.'

Hij: 'Na de varkenpest wilden we stoppen. We hadden er geen zin meer in. Ik dacht: ik verkoop die varkensrechten en vind nog wel ergens een baantje. Maar de opkoopregeling van Van Aartsen was zo ongunstig dat we uit pure ellende weer begonnen zijn. Daarna kregen we Apotheker, maar voordat we voor zijn regeling in aanmerking kwamen, was het geld op.'

Zij: 'Dat kregen we twee dagen voor kerst te horen.'

Hij: 'Nu hebben we de stallen regeling van Brinkhorst. Moeten we ineens alles afbreken. Je zit de hele dag te bellen, formulieren in te vullen maar zij bepalen wat er gebeurt. Wat we straks krijgen, weten we niet.'

Zij: 'Ik heb minister Brinkhorst vorig jaar een brief geschreven. Ik had een foto van een schilderij meegestuurd waarop ik mijn persoonlijke ellende heb proberen uit te drukken. Nachtmerrie van een varkensboerin, heette het. Een halfjaar later kreeg ik een telefoontje: de minister kon helaas geen reactie geven.'

Meer over