Boekencarnaval

In Amsterdam kwamen dit weekend duizenden uitzinnige boekenhooligans bij elkaar voor het jaarlijkse Manuscripta, een hardcore leesfestival met de literaire equivalent van sex, drugs and rock-’n-roll: thrillers, kookboeken en hermetische poëzie. De ontmoeting tussen lezers, schrijvers, uitgevers en boekverkopers geldt als het startschot van het nieuwe seizoen. Carnaval van het boekenvak.

Ronald Giphart


Bijna nergens in de wereld – het mag best eens hardop worden gezegd – wordt zoveel gelezen als in ons land. Goed, op IJsland lezen en schrijven ze per hoofd van de bevolking meer, maar daar is het koud en donker en eenzaam. De rest van de wereld kunnen we hebben. De Nederlandse boekenmarkt is spectaculair groot, wat doemdenkers en cultuurpessimisten ook beweren. Vergeleken met een toendra als België zitten wij uitstekend in onze boekhandels. Wij hebben de beste ‘bibliotheekdekking’ en ‘boekconsumptie’ ter wereld.
Regelmatig beweren mensen, ook uitgevers, dat de boekhandel zich de laatste jaren alleen nog maar zou concentreren op bestsellers en dat de moeilijk verkoopbare titels uit het assortiment verdwijnen. Onze cultuur zou hierdoor reddeloos verloren zijn. Dat klinkt aannemelijk, maar cijfers spreken het tegen. De Nederlandse boekenmarkt is ongelooflijk breed. In 2007 werden er 15.338 verschillende boektitels verkocht (dat was in 2005 nog 11.181). Dat zijn natuurlijk niet allemaal bestsellers. Sterker nog, 65 procent van de omzet van de boekhandel komt van boeken die de top-500 niet halen (bron: boekbond.nl).
Ook wordt er nogal eens geklaagd dat het literaire erfgoed in Nederland zou worden verkwanseld. Dit komt mij onzinnig over. Nederland is het land waar voor bijna iedere overleden schrijver een gezelligheidsvereniging wordt opgericht zodat liefhebbers en verzamelaars gezamenlijk kunnen masturberen op handschriften en andere necrofiele resten.
Afgelopen zaterdag werd in het Letterkundig Museum in Den Haag de nieuwe tentoonstelling Een literaire roadtrip geopend (nog te zien tot 14 augustus 2011). De bevlogen directeur Aad Meinderts reisde in dertig dagen langs honderd rustplaatsen van Nederlandstalige schrijvers. Bij iedere plek herdacht hij de overleden schrijver door een witte roos te leggen.
Zijn pelgrimage bracht hem onder andere naar Jeruzalem (het graf van de vermoorde Jacob Israël de Haan), Dublin (Marten Toonder), Bergen Belsen (Anne Frank), Utrecht (W.F Hermans) en Ibiza, waar boven een stuk Middellandse Zee de as van Bert Schierbeek werd verstrooid. In de film die van deze literaire dodentocht werd gemaakt, citeert Meinderts een van zijn favoriete gedichten, toevallig ook een van de mijne. Schierbeek schreef dit na het overlijden van zijn toenmalige vrouw. Bij wijze van ode aan het nieuwe boekenseizoen:
maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten

Meer over