Boekarest in de ban van wederopstanding

Na de glorietijd belandde Steaua in een dal. Nu krabbelt de roemrijke club weer op, net als de nationale ploeg. Het land ziet kansen voor een stunt tegen Oranje, vanavond.

VAN ONZE VERSLAGGEVER WILLEM VISSERS

BOEKAREST - Soldaat Ghinghis is onverbiddelijk. Nee blijft nee. 'Het stadion van Steaua is militair terrein. U mag niet zomaar een kijkje nemen. Het stadion is van ons, het leger.' In de verte lonken de blauwe en rode stoeltjes in de zon.

Het viel te proberen, tijdens deze nostalgische tocht langs de stadions van Boekarest, de stad waar Oranje vandaag de sleutelwedstrijd in de WK-kwalificatie tegen Roemenië speelt. Eerst gaat de reis, vanaf het vliegveld, langs het oude stadion van Rapid, de club van de spoorwegen. Het ligt midden in de zigeunerwijk, waar jongens tussen de auto's doorlopen terwijl ze proberen winterjassen en iPhones te verkopen.

Dan op weg naar stadion Ghencea van Steaua, waar de historisch gezien beste club de meeste duels afwerkt. We hadden een mail gestuurd om het museum te bezoeken. 'De website is fake', verzint Ghinghis. We moeten weg. Liefst snel. Een soldaat van Steaua is en blijft een soldaat.

Opeens, door de zege van afgelopen vrijdag in Turkije, is het Roemeense voetbal weer vervuld van hoop. In de verte gloort het WK van 2014 in Brazilië. 'Romania - Netherland', staat op de sjaal van de verkoper. De s is vergeten door de drukker. Het is een mooie wedstrijd, op papier: twee landen met negen punten uit drie duels.

'Ticket, ticket', slist een handelaar. Hij vraagt 250 lei, ongeveer 60 euro, voor een kaartje. 'Dat is de werkelijke prijs, meneer.' Een hotdog kost overigens maar 60 cent. Ook hier is brood goedkoper dan spelen.

Het is fascinerend, die nog steeds wat tweeslachtige houding ten opzichte van de vrije economie, die na de val van het communisme in 1989 haar intrede deed.

Naast de fenomenaal mooie, in 2009 geopende National Arena, vorig seizoen decor van de finale van de Europa League tussen Atletico Madrid en Athletic de Bilbao en dinsdag van Roemenië - Nederland, ligt een pittoresk, oud atletiekbaantje. Daar lopen tientallen kinderen, volwassen en opa's rondjes, ogenschijnlijk in volstrekte chaos. Tussen de bomen stoot een vrouw een kogel. Het zaaltje met halters en andere fitnessapparatuur is versleten.

Het voetbalstadion daarentegen kostte ongeveer 230 miljoen euro, opgebracht door de gemeente. Roemenen in de straat lachen cynisch om die kostprijs. Voor dat geld kun je hier desnoods twee stadions bouwen, of drie. Hier en daar, zo vermoeden ze, is geld aan strijkstokken blijven hangen. Iedereen blij. Fijn toch.

Op deze plaats lag tot niet zo lang geleden het oude nationale stadion, Lia Manoliu, genoemd naar een discuswerpster die zes keer deelnam aan de Olympische Spelen, met goud in 1968 als hoogtepunt. Ze was geboren in Chisinau, tegenwoordig Moldavië, dat in haar jeugd nog behoorde tot het Koninkrijk Roemenië. Tijden veranderen.

Steaua, de club dus van het leger, was vroeger rijk dankzij de politiek. Wie goed was, vertrok destijds naar Steaua of Dinamo, de club van de politie. Dictator Ceausescu was bezeten van Steaua. De gouden generatie, met de heldhaftige doelman Ducadam, won in 1986 de Europa Cup I, door het favoriete Barcelona na strafschoppen te verslaan.

Na de val van Ceausescu glorieerde de nationale ploeg met spelmaker Hagi. Tijdens het WK van 1994 in de Verenigde Staten had Roemenië de finale kunnen bereiken, maar liet het zich na de heroïsche zege op Argentinië in de achtste finales verrassen door Zweden, dat de strafschoppen beter nam.

Onder Ceausescu was de communistische elite bevoorrecht en kreeg het volk precies genoeg om te overleven. Tegenwoordig is de één rijk en de ander arm. Zie dat prachtige stadion, met het felle licht en de zachte, gekleurde stoelen. De arena, de luxe auto's en de protserige reclames contrasteren met desolate buitenwijken.

Steaua probeert weer aan te haken in Europa en is hofleverancier van de nationale selectie, met acht spelers. Omstreden is de voorzitter, George Becali. Zijn verhaal is typisch voor de nieuwe orde. Hij was schaapsherder en verkocht zijn grond voor miljoenen aan projectontwikkelaars, toen de stad het platteland opslokte. Hij wil dat jonge Roemenen kansen krijgen op het veld van eer, wat weer goed is voor de nationale ploeg van Victor Piturca.

Piturca is blij met de wederopstanding van Steaua. De oud-international drukt zijn ploeg handig in de rol van underdog: 'Het is een voordeel voor Nederland dat het vrijdag tegen Andorra heeft gevoetbald. Wij voetbalden op een heel zwaar veld een moeilijke wedstrijd in Turkije. Een gelijkspel zou vandaag een goede prestatie zijn, maar we gaan voor de overwinning.'

De Roemenen hadden gerekend op één punt uit de twee duels tegen Turkije en Nederland. Nu ze er al drie hebben, hebben ze niets te verliezen. Ze durven zowaar weer te dromen over succes.

undefined

Meer over