Boeddha moet terug in de gapende gaten

Acht jaar geleden rukten de Taliban met dynamiet twee imposante antieke boeddhabeelden uit hun nis. De wereld reageerde geschokt. In het Afghaanse Bamyan wordt nu liefdevol gewerkt aan restauratie....

Door Rob Vreeken

Een stil verwijt vormen ze, de twee lege nissen van de boeddha’s van Bamyan. Vanaf de heuvel aan de overkant gezien zijn het donkere, speculaasvormige gaten, raadsels in de rotswand die beschutting lijkt te willen bieden aan de vredige, groene vallei waarin Bamyan-stad ligt.

Hoe dichterbij je komt, hoe imposanter de boeddhagaten worden, maar ook: hoe lichter, hoe minder dreigend. Afghaanse mannen met gele helmen scharrelen onder aan de rots rond met kruiwagens, ze sjouwen stenen. De kleinste van de nissen, de rechter, is volgebouwd met een stellage; ook op de plankieren zijn mannen aan het werk.

De hele, honderden meters lange klif is bespikkeld met zwarte gaten – openingen van grotten waar ooit boeddhistische monniken woonden. Zij hieuwen in de 6de eeuw eerst de kleine, 37 meter hoge boeddha uit in de zandstenen rotswand, en vijftig jaar later de grote (53 meter).

Aan hun imposante bestaan kwam bijna 1.500 jaar later een eind. De Talibanregering in Kabul besloot in maart 2001 dat de afgodsbeelden vloekten met de islam en vernietigd moesten worden. Dat had nog enige voeten in de aarde. Talibanstrijders schoten eerst hun kalasjnikovs en mortieren leeg op de beelden, maar daardoor beschadigden alleen de delen die bestonden uit een mengsel van modder en stro, zoals de handen. Aan de rest moesten ladingen dynamiet te pas komen.

Het zinloze geweld tegen het cultureel erfgoed schokte de wereld misschien nog meer dan andere wandaden van de Taliban. Dit was pure barbarij. Een half jaar later was het – na de barbarij van Al Qaida in New York – gedaan met het Talibanbewind.

Sindsdien wordt er gesproken over restauratie van de kolossale boeddha’s in een of andere vorm. Menigeen heeft geopperd de beelden compleet opnieuw op te trekken, uit beton desnoods. Maar herbouw is als serieuze optie eigenlijk van tafel, volgens Bert Praxenthaler, een Duitse historicus en sculptuurexpert. ‘Als dat gebeurt, zullen de beelden ogenblikkelijk van de werelderfgoedlijst van Unesco worden geschrapt’, zegt hij, gezeten op een bankje met uitzicht op de rotswand. In de kring van archeologen geldt vernieuwbouw als fake, als nep.

Een spectaculair restauratieplan kwam van de Japanse lichtkunstenaar Hiro Yamagata. Hij dacht de boeddha’s te kunnen herscheppen met laserprojectie op de rotswand. ‘Een onzinnig idee’, zegt Praxenthaler. ‘Yamagata is hier zelfs nooit geweest. Hij heeft de boeddha’s aangegrepen om zichzelf te promoten.’

Liefdevol
Intussen wordt er al vijf jaar liefdevol gewerkt om nog zoveel mogelijk van de cultuurschat te bewaren, maar dan op minder groteske wijze. Het dynamiet heeft de beelden niet geheel tot stof verpulverd. Onder aan de nissen bleven in maart 2001 brokstukken en -stukjes liggen. Fragmenten zijn in de rotswand achtergebleven. Van de kleine boeddha hingen er nog de rechterschouder en delen van de romp. Van de grote boeddha zijn de voeten gespaard, gehavende hompen zandsteen van 12 meter lang.

Mensen als Praxenthaler van de internationale organisatie voor monumenten en archeologie Icomos, prof. Tarzi uit Straatsburg en de Japanse hoogleraren Maida en Yamahuchi hebben de supervisie, de Afghaanse werklieden doen het handwerk. Zorgvuldig verzamelen zij stukjes steen. Met een deskundig oog worden die onderzocht, genummerd en in kisten geborgen. De grootste restanten – er zijn er zelfs van 80 ton – staan afgedekt met zeil op het werkterrein onder aan de klif.

Binnen, in de grotten, wordt onder leiding van de Japanners gewerkt aan conservering en restauratie van de muurschilderingen. Praxenthaler: ‘Zij zijn de cavemen, wij zijn de buddha guys.’

Bescherming van de boeddhabeelden is urgent. Bij contact met regenwater valt het zachte zandsteen snel uiteen. Praxenthaler: ‘De mensen die hier begonnen, beseften dat nog niet. Ze bewaarden de brokstukken in de open lucht met een genummerd kaartje erbij. Het jaar daarop troffen ze een hoopje zand aan met een nummer erop.’

De Bamyan Expert Working Group, waarin alle betrokken wetenschappers, Unesco en het Afghaanse ministerie van Cultuur samenwerken, is het eigenlijk wel eens over de oplossing voor de boeddha’s: anastylose. Dat is een wijze van reconstructie waarbij de delen van een vernield monument op hun oorspronkelijke plaats worden teruggebracht. Er kan aanvullend materiaal worden gebruikt, maar alleen ter ondersteuning. Ontbrekende delen mogen niet worden opgevuld. Archeologen hebben de regels voor anastylose vervat in het Handvest van Venetië uit 1964.

Voor de boeddha’s zou dat betekenen dat de losse brokstukken en -stukjes op hun oude plaats zouden worden gehangen met behulp van een in de nis verankerde staalconstructie. Van voren zal het staal nauwelijks zichtbaar zijn. Er kan ook met touwen worden gewerkt, en sommige brokken kunnen een stenen ondersteuning krijgen.

Dat het resultaat maar halfbakken zou zijn, spreekt Praxenthaler bevlogen tegen. Het is heel normaal om op een archeologische vindplaats alleen fragmenten te hebben, zegt hij. Neem het Forum Romanum, daar zijn de brokstukken toch ook niet ‘compleet’ gemaakt? ‘Het is niet belangrijk hoeveel er nog over is. Zelfs als je één fragment kunt terugbrengen, is er al iets gered.’

Bovendien: van de kleine boeddha zijn ongeveer vierhonderd fragmenten over, van de grote boeddha drie- tot vierhonderd, waaronder zeer grote. Van beide beelden is ongeveer 30 procent over, schat Praxenthaler. ‘De contouren van de boeddha’s zullen herkenbaar zijn.’

En hoe dan ook: de niet-boeddha’s, hun verwijtende lege nissen, vormen ook nu al een bezienswaardigheid op zichzelf, een monument van middeleeuwse barbarij in het prille begin van de 21ste eeuw. De gaten worden hier nog gewoon ‘de boeddha’s’ genoemd. Wie de nissen ziet, denkt de beelden er zelf in en staat onwillekeurig stil bij de daad van hun verwoesting. Het resultaat is misschien wel indringender dan als ze er gewoon nog waren geweest. Wie had vóór de Taliban ooit van de boeddha’s van Bamyan gehoord?

Zo bieden de vernielde boeddhistische afgodsbeelden nieuwe kansen voor het toerisme in Bamyan, dat aan een heel voorzichtige revival is begonnen. Ooit, in de jaren zestig en zeventig, was de provincie naast Kabul de voornaamste pleisterplaats in Afghanistan van de Europese jongeren die de hippie-trail volgden richting India.

Geïsoleerd
Na dertig jaar oorlog is van Bamyan weinig meer over dan een arme bergregio. In het hart van Afghanistan, en bij gebrek aan fatsoenlijke wegen hopeloos geïsoleerd. De sjiitische Hazara’s – de meerderheid van de bevolking van Bamyan – werden in de scherpe maatschappelijke verhoudingen van de burgeroorlog naar de marge van de samenleving verdreven. De vernietiging van de boeddhabeelden door de Taliban kan ook worden gezien als een wapen in de etnische zuivering die tien jaar geleden op de Hazara’s werd toegepast.

Chauffeur Zabiullah (50) en boer Majloon (69) vertellen tijdens de lunch in restaurant Mama Najib hoe de stad leegliep terwijl de Taliban binnenkwamen. Veel mensen trokken de bergen in. De Taliban moordden, roofden, staken huizen in brand, plunderden de bazaar. ‘Wreed en gek’ waren ze.

Bamyan had het eerder beleefd. Het dak van Roof Hotel, het hoogste punt van Bamyan-stad, biedt een schitterend uitzicht op de landelijke vallei en op de rotswand. Wie daar het hoofd naar rechts wendt, krijgt een grillig gevormde berg in beeld, los in het landschap geplaatst. Een gebombardeerde stad lijkt het, waarover een laag zand is neergedaald. Stad der Schreeuwen heet de berg. Hier richtte de Aziatische veroveraar Dzjengis Khan in 1221 een massaslachting aan uit wraak voor de moord op zijn zoon. Geen inwoner van de vallei bleef gespaard.

Ook de Stad der Schreeuwen, Gholgola, hoort tot het toeristische potentieel van Bamyan – naast de archeologische schatten, de oude kastelen, de Rode Stad, de monnikengrotten, de boeddha’s, de fantastische natuur en nationaal park Band-e-Amir met zijn azuurblauwe stuwmeren. Van 9 tot 11 juli waren de boeddha’s al het decor van het Eerste Bamyan Zijderoute Festival, met dans, muziek, theater, film en lokale sporten als buzkashi, gurg barra en tanab kashi.

De vrouwelijke gouverneur van Bamyan, Habiba Sarabi, heeft een visie voor haar provincie, zegt ze, en toerisme vormt van die visie het fundament. Of nee, eerst moet de asfaltweg vanuit Kabul zijn aangelegd. Pas dan kan het toerisme op gang komen, ecologisch verantwoord toerisme, en daarna wordt volgens haar alles anders en beter in Bamyan.

Helemaal mooi zou zijn als het grootste mysterie van Bamyan zou worden opgelost: dat van de liggende boeddha. Een Chinese pelgrim, Xuan Zang, die in het jaar 630 door het gebied reisde, liet een beschrijving achter van het levendige boeddhistische centrum dat Bamyan was. De grote boeddha, de kleine boeddha, de grotten en kloosters – alles klopt. Maar Xuan Zang beschreef óók een kolossale, liggende boeddha van 300 meter lengte. Archeologische speurtochten hebben nooit iets opgeleverd, maar de liggende boeddha blijft de fantasie prikkelen. Prof. Tarzi uit Straatsburg heeft de hoop nog niet opgegeven.

Dat is Bamyan: de vallei heeft zoveel verleden, dat de Bamyani’s met vertrouwen de blik op de toekomst kunnen richten. Ghulam Nabi, kunstschilder, toont in zijn galerie in de bazaar schilderijen met lokale thema’s. Op het indrukwekkendste doek is de grote boeddha te zien. Uit de lege nis komt een vrouw in een lichtblauwe boerka gelopen, even groot als het door de Taliban vernielde beeld was. Ze draagt een kooi met een vogel in haar hand; haar tred is wilskrachtig.

Hij vraagt welke woorden het beeld oproept.

Optimisme? Hoop?

Nabi glimlacht en knikt. ‘In één keer goed.’

Meer over