Bodem-oorlog

In Nederland valt een wereld te winnen, onder de grond. Daarover wordt bovengronds strijd geleverd. Tussen olieboeren en overheid en verontruste burgers.

Het begon met een berichtje in de regionale krant, zegt Willem Jan Atsma (54), arts-epidemioloog tevens inwoner van het Brabantse Helvoirt, aan zijn houten bureau in een grote woonboerderij. Een bericht over boringen naar aardgas - schaliegas om precies te zijn. In zijn gemeente. 'Ik had er nog nooit van gehoord. Maar ik las er wat over en toen kreeg ik een kaartje onder ogen met de boorlocatie. Precies waar ik altijd mijn hond uitlaat, bij die mooie eikenbomen. Je ziet er wel eens een ree. Ik dacht: dat mag toch niet gebeuren?'

Het begon met een berichtje in de plaatselijke krant, zegt Kees Pieters (56), wiskundig ingenieur tevens inwoner van Barendrecht, in eetcafé Diggels aan de Dorpsstraat. Een bericht over opslag van broeikasgas CO2. Onder de grond, onder Barendrecht. 'Zoiets raars, dat zal wel niet doorgaan, dacht ik, en ging naar een hoorzitting. De gemeente had het over het opstellen van criteria. Ik zei: Ho even, criteria? Dit gaat helemaal niet gebeuren.'

Het begon met een voorlichtingsavond, zegt Wouter Hubers (70), architect tevens inwoner van het Noord-Hollandse Bergen, aan een tafel in zijn gerestaureerde badhuis, met onbelemmerd uitzicht op groen en duinen. Ze wilden het lege gasveld onder zijn huis opnieuw vullen met aardgas. Arabieren, Russisch gas, een miljardeninvestering. 'Ik dacht: jezus, wat is hier aan de hand? Dit kan toch niet zomaar?'

Drie mannen in streepjesoverhemd, soms met een lamswollen trui, op verschillende plekken in Nederland, vormen de voorhoede van een nieuwe verzetsgroep. Atsma, Pieters en Hubers zijn de bovengrondse strijders tegen allerhande ondergrondse plannen. Bovenmodale academici, die zich beschaafd maar verbeten hebben ingegraven, en gewapend met argumenten, rapporten en geologische vaktermen het gevecht zijn aangegaan met olieboeren, overheid en het hele 'fossiele systeem' dat onder hun achtertuin mogelijkheden ziet.

Het gevecht is pas begonnen.

Want er valt nog steeds een wereld te winnen, in de ondergrond, en bedrijven en overheden zien dat steeds meer. Olie en gas hebben Nederland al honderden miljarden opgeleverd - de halve welvaartsstaat heeft er zijn bestaan aan te danken.

Maar er is wellicht nog voor tientallen miljarden aan schaliegas uit de bodem te halen, en er kan aardgas in worden opgeslagen, en er moet kernafval in, en er kan aardwarmte uit - iedereen wil wat.

'Het wordt steeds drukker in de bodem', zegt Barthold Schroot in Zeist, die bij TNO alle vergunningsaanvragen voor de diepe ondergrond ziet langskomen. 'Terwijl het ook boven de grond steeds drukker is geworden. Dat botst.'

Hij adviseert daarom het kabinet bij een 'structuurvisie ondergrond', waarin de 'gebruiksruimte' van de ondergrond wordt gekarakteriseerd. Schroot haalt een grote kartonnen doos uit de kast, met een laagje grijs zand van twee kilometer diepte - ooit woestijnduinen, nu een lekker poreus reservoir.

'Dit kun je goed voor tijdelijke gasopslag gebruiken. En die bodemlaag daar is weer geschikt voor definitieve CO2-opslag. Maar de keuzen liggen uiteindelijk bij de politiek.'

Zaak 1: Barendrecht Kees Pieters

Zaak nummer één, inmiddels afgerond, was natuurlijk Barendrecht. De regering wilde CO2 gaan opslaan in twee lege gasvelden onder twee woonwijken, onder de rook van Rotterdam. Kees Pieters, zelfstandig adviseur bij ict-projecten, ging vragen stellen. Hij sprak op hoorzittingen, praatte aan de keukentafel met minister Jacqueline Cramer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, leek gehoor te krijgen, maar de trein denderde door, zegt hij. 'Toen besloten we ons te organiseren.'

De Barendrechtenaren richtten de stichting CO2isnee op. 'We waren een goed team. Merendeels hbo'ers en academici, die zich vrij snel konden inlezen. Het is toch een moeilijk onderwerp. Maar wat ook belangrijk was: de tactiek.'

Hij schuift een velletje naar voren met gekleurde blokken en pijlen, de thema's en hoe die samenhingen. 'We besloten de opslag op elk van die onderwerpen aan te vallen. Het groene imago, de veiligheid, de kosten, de locatiekeuze.'

Pieters, ingenieur, wist met de anderen een aantal zwakke plekken haarfijn bloot te leggen. 'Die Amesco-criteria, dat was een farce. En de probitrelatie voor CO2 was niet getest.'

En dan was er de Ongelijkheid van Jensen: door het gebruik van gemiddelden krijg je systematische onderschatting van risico's. 'Als je zegt dat ergens gemiddeld windkracht 3 staat, negeer je de situaties waarbij het stormt of juist niet waait - en CO2 wordt gevaarlijk als het windstil is.'

Zaak 2: Bergen (NH) Wouter Hubers

Honderd kilometer noordelijker, in het duindorp Bergen, concentreert renovatiearchitect Hubers zich op een ander gevaar. Het energiebedrijf Taqa uit Abu Dhabi wil aardgas gaan pompen in een leeg gasveld tussen Alkmaar en Bergen, twee kilometer onder zijn huis. Hubers: 'In eerste instantie waren we vooral bezorgd over de boortoren en de herrie. Er moeten veertien extra putten worden geboord om het gas op te slaan. We herinnerden ons de herrie uit de jaren zeventig toen de gaswinning begon, de kettingen die tegen de pijpen klapten. Maar gaandeweg zijn we ons vooral zorgen gaan maken om de aardbevingen.'

Hubers was op 1 januari 2009 gepensioneerd, en zat een maand later bij de voorlichtingsavond waarop hij zijn nieuwe roeping vond. Hij praat inmiddels als een volleerd geofysicus over reverse faulting en pgv's (piekgrondsnelheden). 'Ja, je graaft je in en begint een zekere deskundigheid te ontwikkelen', zegt hij. In zijn team (vier man) zitten verder een voormalig geochemicus van Shell, een wiskundige modellenbouwer en een oud-marineman.

De risico's worden onderschat, zegt hij. Want de huizen, direct op het zand gemetseld, kunnen niet veel hebben. Volgens Hubers heeft het KNMI te lage waarden berekend voor de bewegingen van de grond. Hubers: 'Je denkt aanvankelijk: het is een keurige rekensom. Tot je de formules gaat analyseren en ziet dat ze bepaalde aannamen doen. Er loopt hier een scheur midden door het veld, waardoor de effecten van een aardbeving twee keer zo hoog worden. En dan heb je nog een veenlaag tussen de zandlagen. De bodem wordt een soort trampoline.'

Ze hebben al bevingen meegemaakt toen nog aardgas uit het veld werd gewonnen. De scheuren in de huizen springen nog weleens open, de compensatie is karig. 'Dat willen we geen tweede keer meemaken.'

Op 23 januari dient hun zaak bij de Raad van State. Hun laatste strohalm. Het project valt onder de zogeheten Rijkscoördinatieregeling, waardoor de gemeente Bergen niet kan protesteren. De bewoners zijn op zichzelf aangewezen. 'We hebben altijd gezegd: we moeten ze op de inhoud bestrijden. Wij zijn geen types die met spandoeken gaan lopen. Maar we komen er nu wel achter dat dat een heel zware opgave is. Deskundigen willen niet meer met ons praten. Ze zien ons als een incident, zij moeten verder met bedrijven en overheid, hun vaste opdrachtgevers. We lopen tegen de grenzen aan van wat je als groep verontruste burgers kunt doen.'

Zaak 3: Boxtel e.o. Willem Jan Atsma

Willem Jan Atsma, in Brabant, is ook zo'n verontruste burger. De arts-onderzoeker, werkzaam bij het farmaceutische bedrijf Astellas, heeft net een stapel mapjes laten zien. Wetenschappelijke artikelen over schaliegasboringen in Amerika: het heeft er alle schijn van dat er toch zogeheten fracking vloeistoffen in het grondwater kunnen komen, via scheurtjes die de gasbedrijven opwekken in de diepe ondergrond om het gas te winnen. 'We horen altijd: dat kan hier niet gebeuren, het toezicht is hier veel beter dan in de VS. Maar ik heb 63 vragen gestuurd naar Cuadrilla, dat hier wil gaan boren, en naar het Staatstoezicht op de Mijnen, ik een WOB-verzoek ingediend en ik ben bij hen langsgeweest om erachter te komen welke eisen er dan worden gesteld aan degene die in mijn achtertuin aan het werk gaat. Nou, in de Standard Operating Procedures geen woord over fracking.'

Als je bij hem parkeert, kraakt het grind op de oprijlaan. De Fries is hier elf jaar geleden komen wonen, omdat het zo lekker rustig was. 'En niet om hier kolonnes vrachtwagens te zien langsrijden die straks het boorgruis moeten afvoeren.' In zijn studeerkamer, boven rijen medische handboeken, hangt aan de muur een halve roeispaan uit de tijd dat hij in het Nederlands roeiteam zat, en een diploma van de prestigieuze Franse managementschool Insead. Aan een kast een tekening: voor de allergeduldigste papa van de hele wereld.

Een jaar geleden kreeg hij drie man van Cuadrilla over de vloer. Die zeiden dat olie- en gasbedrijven, behalve naar de eigenschappen van de ondergrond, ook kijken naar de sociaal-economische karakteristieken van de bovengrond, voordat ze ergens gaan boren. Hoe armer hoe beter: dan heb je minder kans op protesten.

'Het is heel rot voor ze dat ze juist mij getroffen hebben. Onderzoek is mijn leven. Ik houd van statistiek, ik weet theoretische risico's te kwantificeren, ik weet hoe je eerst moet testen voordat je medicijnen voorschrijft. De Brabanders, de boeren en buitenlui zijn hartstikke blij met ons. Die zagen de bui al hangen. Hadden nooit het idee dat je dit soort dingen kunt tegenhouden. Ze groeten ons nu op straat.'

Cuadrilla heeft niet alleen pech gehad met Atsma, maar ook met een andere machtige tegenstander, de Rabobank. Cuadrilla wilde zijn eerste boring doen in Boxtel, vlak bij een industrieterreintje waar de Rabobank een groot computercentrum heeft staan. De bank ging procederen, uit angst voor trillingen, en de rechter stelde de bank in het gelijk. De voor de boring benodigde bouwvergunning is onterecht verleend, omdat de put geen tijdelijk karakter zou hebben. Redenering: al is het nog maar een exploratieput, daarna gaan ze er toch gas uithalen.

Het gaat mij niet om de boortorens, zegt Atsma. 'Ik maak me zorgen om wat ze straks naar boven halen uit die putten, over de verontreinigingen die meekomen. Die schalie is net havenslib, maar dan van een paar honderd miljoen jaar oud, daar zijn veel zware metalen aan blijven hangen, ook radioactieve stoffen. En wat gebeurt er met de putten als het gas eruit gehaald is? Staal gaat roesten, beton gaat verkruimelen, daar voorziet de mijnwet helemaal niet in. Die stamt uit de tijd van Napoleon.'

In Utrecht, in een bescheiden kantoorgebouw bij winkelcentrum Hoog Catharijne, zetelt het bedrijf dat namens Nederland deelt in alle bodemopbrengsten. EBN (Energie Beheer Nederland) is standaard voor 40 procent partner van alle concessies die aan bedrijven worden verleend. In dit kantoor worstelen ze, met die tegenspartelende burgers. 'Ik noem het the battle for space', zegt Jan-Dirk Bokhoven, directeur van EBN. 'Het is een driedimensionaal gevecht onder de grond, dat in twee dimensies, aan de oppervlakte zichtbaar wordt. Daar is het dringen.'

Volgens Bokhoven moet allereerst de onderliggende noodzaak van exploitatie van de ondergrond beter duidelijk worden gemaakt. Staatsdeelneming EBN, normaal gesproken op de achtergrond, wil zich daarom meer gaan manifesteren. 'Voor Nederland is gas gewoon een belangrijke bron van inkomsten. We zijn nog steeds redelijk verslaafd aan gas. Vorig jaar was de opbrengst 12 miljard euro. Dat schaliegas is ook zeker welkom. Dat kan zo 40 miljard waard zijn. Dat laat je niet zitten.'

Dat moet weer worden uitgelegd, vindt hij. 'Wanneer zijn we opgehouden met adverteren voor aardgas? Niemand weet meer waar het vandaan komt. We zijn te weinig de dialoog aangegaan, hebben onvoldoende geluisterd naar de zorgen van de lokale bevolking. We zijn vergeten te vertellen hoe veilig de gebruikte technieken zijn.'

Het grote verschil met normale protesten tegen grote infrastructurele werken - nieuwe snelwegen, dijken, industrieterreinen - is dat de focus van het ondergrond-verzet steeds op veiligheidsaspecten komt te liggen. Het begint met zorgen over boorlawaai, vrachtwagens of boortorens, maar het eindigt bij ontsnappend CO2, aardbevingen en radioactiviteit. Hoe klein die risico's ook zijn.

Dan begint het draagvlak te verkruimelen. Bij Barendrecht gaf dat de doorslag. Doordat het kabinet 'draagvlak' als voorwaarde had gesteld voor de CO2-opslag kregen Pieters en consorten hun zin: het ging niet door.

Het tegendeel van draagvlak is het not in my backyard-gevoel. Eind vorig jaar signaleerde CDA-Tweede Kamerlid Marieke van der Werf een 'algemene trend' van nimby-gedrag, vooral tegen ondergrondse energieprojecten. Maar de nimby's in Bergen, Barendrecht en Helvoirt voelen zich niet aangesproken. Atsma: 'Het is een raar verwijt uit de mond van een CDA'er. Als het je eigen achtertuin betreft, moet je je mond houden en als het de achtertuin van de buurman betreft, ben je een milieuactivist - en moet je ook je mond houden.'

Hubers, in Bergen: 'Als je burgers van nimby-gedrag beschuldigt, kun je bedrijven even goed van nimbi-gedrag beschuldigen: not in my business interest. Die kijken toch ook alleen naar hun eigen belang? Zij hebben dat gasveld gekocht en daar willen ze wat mee. Onze bezwaren zijn geen emoties, maar rationele bezwaren tegen een bewezen risico. Dat vinden wij onaanvaardbaar.'

Pieters, in Barendrecht: 'Met het nimby-etiket vallen ze je persoonlijk aan in plaats van de zaak. Daarmee proberen ze je weg te zetten. Onze tactiek was om dat te voorkomen, door de kwestie landelijk te maken. We hadden een kaartje van Nederland gemaakt met alle gemeenten die ook gasvelden hadden waar CO2 kon worden opgeslagen. We stuurden dat naar alle plaatselijke en regionale kranten. Het kwam zo in Tubantia, op RTV Oost, in de Stentor. Ons probleem is jullie probleem, was onze tactiek. Als je kunt aangeven dat het halve land er last van krijgt, wordt het al minder nimby.'

Bokhoven van Energie Beheer Nederland: 'De bedrijven die de bodem willen ontginnen, hebben de tegenstand echt onderschat. Wij zijn zelf ook verrast. De olie- en gasproductie in Noord-Nederland heeft nooit grote problemen opgeleverd. Maar de mensen zijn mondiger geworden, informatie ligt overal voor het oprapen. Eén suggestieve documentaire over schaliegas in Amerika en je komt nooit meer van dat imago af.' Zelfs rechters laten zich leiden, zegt hij, wijzend op de uitspraak van de rechtbank over de eerste schaliegasboring in Boxtel. 'Die rechter snapt de Mijnbouwwet kennelijk niet. We moeten alles beter gaan uitleggen.'

'Een kwestie van perceptie? Goed uitleggen? Ik denk dat dat een verkeerde perceptie is', zegt Atsma. 'Wij snappen het beter dan zij denken.'

undefined

Meer over