Bob Stanhope

In plaats van een hostie kun je ook een hap uit een Arendsoog nemen.

Mensen die Arendsoog uitlachen zijn onzin.' Aldus Witte Veder, of anders was het Johan Cruijff. Hoe dit ook zij, er is niks aan als ze je jeugdhelden te kakken zetten.

Met Bob Stanhope - zoals Arendsoog eigenlijk heet, 'Arendsoog' is natuurlijk maar een bijnaam, of beter: een eretitel waaruit de alerte lezer kan opmaken dat de held zonder jampotjes over de prairie trekt - heb ik dat al eens eerder meegemaakt. In de brugklas. En dat was helemaal niet leuk.

U moet zich voorstellen dat ik net alle vijftig meesterwerken van J. en P. Nowee, père et fils, verzameld, gelezen én geanalyseerd had, ik was een fan, ik had zelfs aan een Arendsoogprijsvraag deelgenomen (en een poster gewonnen) - toen we in de klas een soort komisch bedoelde column moesten lezen van ik geloof Nico Scheepmaker.

Een heel laf stukje. Eerst vond die Nico dat Witte Veder per boek slechter Nederlands sprak, slechter zelfs dan Klukkluk. Daarna ging hij allerlei flauwe dingen zitten uitrekenen. In een van de meesterwerken verplaatst Witte Veder zich 's nachts en bovendien tussen twee hoofdstukken in, van randje Arizona naar Chicago, dus let wel, als Bob/Arendsoog rustig ligt te slapen, en ik ook, en waarom die Nico eigenlijk niet? Nee, Nico moest per se midden in de nacht met zijn Bosatlas en een rekenmachientje de snelheid van Witte Veders paard berekenen.

473 kilometer per uur.

Lachen zeg.

Net als nu weer. Eerst kwam mij het heugelijke nieuws ter ore dat het complete Arendsoog-archief aan het Letterkundig Museum is overgedragen. Groot feest in Huize Buwalda. (Suzy in d'r cowboylaarsjes, ik erachter aan.) De wetenschap dat vanaf nu de typemachine waarop bijvoorbeeld Arendsoog en de Verdwenen Rivier is getikt, alsmede De verdwijning van Arendsoog zelf, een plekje heeft naast de stofzuiger van S. Vestdijk.

Maar dan lees ik het persbericht. 'De katholieke cowboyverhalen over Arendsoog en Witte Veder', laat het museum weten, 'vormden het door Rome goedgekeurde antwoord op de ruwe boeken van Karl May.'

Dit is echt Nederlands. Hebben we iets aardigs achter de dijken, dan moet het kleingemaakt. Wat wil het museum suggereren? Het zal toch niet waar zijn dat ieder alineaatje Arendsoog eerst langs de paus moest, zeg.

Enig research wijst uit dat Bob Stanhope zo katholiek was als een abdijkaars. Op die ranch van hem woonde hij heel kuis met zijn moeder, een mensje dat voortdurend rozenkransjes bad voor aanwaaiende indianen en ander revolvertuig dat door haar gelovige zoon op de valreep ter biecht werd gebracht. Al in boek twee is Witte Veder aan de beurt. Hij laat zich bekeren tot een keurige christen. (Onze gedachten gaan uit naar de periode daarvóór, toen Witte Veder nog een kleuter was en Arendsoog zijn katholieke hoeder.)

Op de lagere school werd ik deze Roomse putlucht niet gewaar. Sterker, ik voelde me een kleine ketter in het katholieke Limburg. . Ik studeerde weliswaar aan een openbare lagere school, maar was de enige in mijn klas die niet ter communie ging.

Geen fiets voor Petertje.

Wanneer de rest catechese ontving van een pastoor die altijd laat was en mij op de gang zwijgend voorbij stiefelde, zat ik daar Arendsogen te lezen, denk ik, al is dat wel erg rond, waarvoor excuses.

undefined

Meer over