Boarding time

De belangrijkste vraag over de terreurdaden in Amerika - wie beraamde de plannen? - is nog niet beantwoord. Wel is een eerste reconstructie mogelijk van de voorbereidingen van de kapingen....

door Eric Arends en Alex Burghoorn

HET IS een uur of zeven in de ochtend als de broers Nawaq en Salem al-Hamzi op Dulles Airport in Washington inchecken voor vlucht 77 van American Airlines naar Los Angeles. Ze zijn een van de eersten. De baliemedewerker is verbaasd: de twintigers melden zich onder het bordje economy class terwijl ze business class-tickets hebben - 2400 dollar per stuk, enkele reis. Toch wekt het geen argwaan. 'Oliegeld', denkt de baliemedewerker, vanwege het Arabische voorkomen van de jongens.

Nawaq en Salem zijn niet alleen. Nog zeventien jonge mannen met Arabische namen stappen die ochtend in het noordoosten van de Verenigde Staten op een vlucht naar een bestemming in Californië: drie in het toestel van de al-Hamzi's in Washington, vier op Newark Airport in New Jersey en tien op Logan Airport in Boston. Velen van hen kennen elkaar. Sommigen zijn broers of neven, anderen hebben de afgelopen maanden appartementen en hotelkamers gedeeld of samen gestudeerd en vliegles gevolgd. Ze vormen een team dat, wanneer de omroepers op de vliegvelden aangeven dat het boarding time is, begint aan zijn finale.

Het is dinsdag 11 september 2001, de dag die terroristen hebben uitgekozen om met vier passagiersvliegtuigen de torens van het World Trade Center, het Pentagon en (mogelijk) het Witte Huis te vernietigen.

Nog altijd is veel onduidelijk over de toedracht van de aanslagen. Wie maakte de plannen? Waar? Wanneer? En wie draaide op voor de kosten? De FBI heeft de namen van negentien verdachten vrijgegeven. En al hoeven die niet per se iets te zeggen over de ware identiteit van de kapers, de (Amerikaanse) media gaan hun gangen zo uitgebreid mogelijk na. Nieuwe spellingwijzen van de namen duiken dagelijks op; paspoorten blijken vaak jaren geleden gestolen. Hoewel op de vier belangrijkste vragen nog geen antwoord voorhanden is, is duidelijk dat de aanslagen zorgvuldig zijn voorbereid.

Al in juni 2000 vertrekken twee van de mannen uit hun woonplaats Hamburg naar New Jersey. Het zijn de 33-jarige Mohamed Atta, vermoedelijk een Egyptenaar die zich geregeld voordoet als Saudi of burger van de Verenigde Arabische Emiraten, en zijn 23-jarige neef Marwan al-Shehhi, die is opgegroeid in de Verenigde Arabische Emiraten als zoon van een Egyptische moeder en een islamitische geestelijke.

Doel van de reis: een vliegbrevet halen. Daarvoor gaan ze naar Florida, dat vanwege de vele vliegscholen ook wel bekendstaat als de Aviation State. Gladgeschoren melden de twee zich aan bij Huffman Aviation, een vliegschool in Venice aan de kust. Bij Huffman vlieg je al in een eenmotorige Cessna 150 voor 55 dollar per uur; de felle concurrentie leidt tot aantrekkelijk lage prijzen. De sfeer is er niet minder om: in de kantine hebben de snacks jolige namen als Noodlanding (voor een bacon-cheeseburger).

Overdag oefenen Atta en al-Shehhi langdurig in eenmotorige vliegtuigjes. De avonden brengen ze de eerste tijd door bij Huffman-boekhouder Charlie Voss, die hun voor zeventien dollar per dag een kamer aanbiedt in zijn huis. Ze leiden er een teruggetrokken leven en wisselen nauwelijks een woord met Voss en zijn vrouw. Dat werkt het echtpaar flink op de zenuwen, ook al omdat ze van de douche en het toilet een bende maken. Na een week vraagt Voss de twee het huis te verlaten.

Van adres naar adres gaat het dan, terwijl ze bars en restaurants in de buurt verkennen en de vlieglessen doorgaan. Atta haalt op 31 december zijn vliegbrevet, met 250 vlieguren op de klok - totale kosten: 18.700 dollar. Maar Atta is nog niet tevreden. Twintig uur oefenen op een Boeing-vliegsimulator in een voorstad van Miami moet hem klaarstomen voor het grotere werk.

Andere leden van de groep hebben dan al een vliegopleiding afgerond. Waleed al-Shehri, een twintiger uit Saudi-Arabië, studeert in 1997 af aan de Embry-Riddle Aeronautical University in Daytona Beach, Florida. De universiteit waar bijna een kwart van de Amerikaanse burgerluchtvaartpiloten zijn opleiding krijgt. Hani Hanjour volgt in 1996 vlieglessen bij het CRM Airline Training Center in Scottsdale, Arizona; de kosten bedragen 4749 dollar. In 1999 haalt hij zijn vliegbrevet, maar dat wordt hem na zes maanden ontnomen wanneer hij niet slaagt voor opfrisexamens.

De Libanees Ziad Jarrahi (27) studeert eind jaren negentig vliegtuigbouwkunde aan de Hogeschool voor Techniek in Hamburg. Hij zoekt er zijn weg in de islamitische studentengemeenschap en ontmoet Mohamed Atta en Marwan al-Shehhi, die zich enkele jaren eerder als student hebben aangemeld bij de Technische Universiteit. Al-Shehhi zou er beland zijn na een mislukt huwelijk in de Emiraten, Atta studeert sinds 1992 stedenbouwkunde (afstudeeronderwerp: de stadsplanning van de Syrische stad Aleppo). Gedrieën wonen ze enige tijd in de Marienstrasse.

Hoewel in Hamburg volgens de politie zo'n 2500 radicale buitenlanders wonen, staan de drie juist bekend als zachtmoedige jongens, die hooguit opvallen omdat ze uit religieuze overwegingen geen alcohol drinken. Atta's grootste vergrijp is het niet terugbrengen van drie videofilms (waaronder Ace Ventura en Vampire). Zonder veel moeite krijgt hij van de universiteit toestemming om een gebedsruimte te openen; Al-Shehhi, die vroeger zijn vader steevast vergezelde naar de moskee, en Jarrahi, die vijf keer per dag bidt en volgens zijn vriendin enige tijd in Afghanistan doorbrengt, laten zich er geregeld zien.

Onderhuids neemt de frustratie bij de drie over de westerse politiek in het Midden-Oosten toe. Voor medestudenten, docenten en kennissen blijven ze vriendelijk, eerlijk, toegewijd en gezellig, maar Atta laat in kleine kring steeds vaker zijn verbittering horen over het verloop van het vredesproces in het Midden-Oosten. Ook maakt hij zich kwaad over de wijze waarop Irak tijdens en na de Golfoorlog is behandeld.

Van verbittering lijkt bij de broers Salem en Nawaq al-Hamzi aanvankelijk geen sprake. Ze verblijven vanaf 2000 af en toe in San Diego. Eerst in het huis van een plaatselijke moslimleider, die de slecht Engels sprekende Nawaq helpt met het schrijven van een contactadvertentie op internet - Nawaq zoekt een Mexicaanse vrouw, maar geen enkele dame reageert. Later wonen ze in een appartementencomplex met Hani Hanjour en Khalid al-Midhar, die in januari 2000 in Maleisië is gezien in gezelschap van de verdachten van de aanslag op het Amerikaanse marineschip USS Cole. Deze operatie wordt door de FBI toegeschreven aan de Saudische terroristenleider Osama bin Laden.

De mannen houden zich in San Diego afzijdig van de andere bewoners. In het zwembad bij het complex hebben ze graag het rijk alleen: komen er andere bewoners zwemmen, dan gaan ze weg. Al-Midhar probeert vliegles te krijgen, maar wordt afgewezen omdat zijn Engels te beroerd is. Thuis doen ze vliegsimulatiespelletjes op de computer en bellen met hun gsm's. Wanneer de vier San Diego verlaten, loopt het spoor dood. Tot ze vlak voor de aanslag weer opduiken op de luchthaven van Washington, om aan boord te gaan van American Airlines vlucht 77.

Wat Ziad Jarrahi bezighoudt in de maanden na zijn vertrek uit Duitsland, eind 1999, is onduidelijk. Maar in april 2001 neemt hij zijn intrek in een appartement in Hollywood, Florida. Een maand later komen zijn oude maten uit Hamburg, Atta en Al-Shehhi, weer bij hem in de buurt wonen. Als de zomer begint krijgt Atta het druk. Hij rijdt in gehuurde auto's duizenden kilometers naar onbekende bestemmingen.

In die periode verhuizen zeker negen andere kapers naar appartementen in Florida. Ze vestigen zich in Delray Beach en Lauderdale-by-the-Sea. Onder hen is Ahmed al-Ghamdi, een Saudi die twee jaar eerder in Tsjetsjenië aan de zijde van de moslimrebellen vocht. De kapers bezoeken bibliotheken in de buurt om er te internetten. Mogelijk staan ze op die manier met elkaar in contact, zeker is dat eind augustus op deze manier diverse vliegtickets zijn gekocht - Atta boekt op 28 augustus met zijn Visa-card, en geeft het nummer op van zijn frequent flyer-pas.

Op de zaterdagavond voor de aanslag bezoeken Atta en Al-Shehhi de Shuckums Oyster Pub and Seafood Grill in Hollywood. Ze zijn opgetogen. Atta drinkt vijf glazen wodka-jus, Al-Shehhi laaft zich aan rum-cola. Na afloop maken de twee ruzie met het barpersoneel. De rekening van 48 dollar zou niet kloppen. Als manager Tony Amos erbij komt en vraagt of ze de rekening misschien niet kunnen betalen, trekt Atta woedend een dik pak dollars tevoorschijn. 'Ik ben piloot bij American Airlines en ik kan mijn rekening betalen!', zegt hij. De fooi bedraagt twee dollar.

De volgende dag brengt Atta voor de laatste keer een huurauto terug naar Warrick's Rent-a-Car in Pompano Beach. Alle kapers verlaten Florida en reizen naar het noordoosten van het land. In het Panther Motel in Deerfield Beach laat Al-Shehhi een tas achter met daarin vliegkaarten van de oostkust, vlieghandboeken en boeken over vechtsporten.

Voor het oog van de enige beveiligingscamera op het vliegveldje van Portland, Maine checken Atta en Abdul al-Omari om 5.53 uur in voor een korte vlucht naar Boston. In New Jersey verlaten vier kapers rond dat moment het Marriott Hotel van het Newark-vliegveld en wandelen naar de incheckbalies voor hun reis naar San Francisco.

Op de parkeerplaats van Logan Airport in Boston stopt dezelfde ochtend een witte Mitsubishi vol Arabische mannen, onder wie waarschijnlijk Al-Shehhi. Even ontstaat een woordenwisseling met een andere automobilist over een parkeerplek. Het is de vijfde keer binnen een week dat de Mitsubishi op Logan wordt gesignaleerd. In de auto, die geregistreerd staat op het adres van de familie Voss in Venice, ligt een video met vlieginstructies en een pasje dat toegang geeft tot alle delen van het vliegveld.

Binnen een kwartier gaan tien kapers in Boston aan boord van de twee vliegtuigen die later de skyline van New York verminken. Om 7.45 uur en 7.58 uur vertrekken ze. In de bagagehal blijft een tas van Atta achter - daarin: een Koran, een brandstofverbruiksmeter en een vlieghandboek.

Om 8.01 uur vertrekt in Newark de Boeing 757 naar Los Angeles, die twee uur later op raadselachtige wijze neerstort bij Shanksville, Pennsylvania. Het vliegtuig van de gebroeders al-Hamzi, dat het Pentagon moet rammen, stijgt als laatste op, om 8.10 uur.

Meer over