reportagehandhaving

Boa’s proberen in brandhaard Rotterdam vooral begripvol te blijven: ‘Mensen raken veel kwijt’

Rotterdam blijft een van de koplopers bij de toename van het aantal besmettingen. Dat besef zou inmiddels ingedaald moeten zijn. Maar beperkte lockdown of niet, daar is op de Afrikaandermarkt weinig van te merken. ‘Ik waarschuw de hele dag, maar dat werkt niet.’

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Handhavers Sharmila Oedietram en Rewin Soekhai hebben nog geen tien passen over de Afrikaandermarkt gezet als een oude vrouw met omhoog geföhnd dun haar hen verrassend venijnig toeroept: ‘Gooi de boel maar dicht!’ Het is zaterdagmiddag en ze staat voor de vleeskar in de Afrikaanderwijk in Rotterdam-Zuid. ‘Jullie moeten gaan kijken bij de viskraam’, zegt ze. ‘Verschrikkelijk!’

Ze maakt vandaag een rondje met haar zoon, schoondochter en hun hondje – ‘wij willen alle vier anoniem blijven’ – omdat ze toch in de buurt was ‘voor een verjaardag’. Maar, zegt ze omstandig, dit is meteen de laatste keer. Veel te druk. Ze wijst op een groepje vrouwen: ‘Kijk dan daar bij de snijbonen!’ Haar zoon, nadat hij in één hap een halve worst naar binnen werkt: ‘Of bij die patatkraam!’

Woensdag begon de ‘gedeeltelijke lockdown’ die een rem moet zetten op de snelle verspreiding van het coronavirus. Restaurants en cafés gingen dicht. De maximale groepsgrootte werd verder beperkt. En mensen mogen thuis nog minder anderen ontvangen. Alles om de sociale contacten, en daarmee de kans op overdracht van het virus, te minimaliseren. ‘Wees niet de eigenwijze persoon die de randjes van de regels opzoekt’, voegde premier Rutte daar nog aan toe.

Duizelingwekkend

Of de maatregelen genoeg effect hebben, zal pas over anderhalve week blijken. Voorlopig blijven de cijfers nog even duizelingwekkend als de afgelopen weken. Op deze zaterdag worden door heel Nederland ruim 8.000 mensen positief getest. Rotterdam is met 616 besmettingen weer een van de koplopers. Afgelopen week was de toestroom van coronapatiënten hier zo groot dat twee van de grootste ziekenhuizen van de stad – het Franciscus Gasthuis & Vlietland Ziekenhuis en het Maasstad Ziekenhuis – de spoedeisende hulp moesten sluiten.

Op de Afrikaandermarkt – de derde markt van het land – is er weinig van te merken. Vrouwen met boodschappentrolleys drommen samen rond de voedselkramen. Een marktkoopvrouw is gestopt met waarschuwen omdat ze er moe van is geworden. ‘Doe ik de hele dag al, werkt niet.’

Coronateam

Oedietram (49) en Soekhai (25) banen zich al groetend een weg tussen de marktdrukte door. Ze zijn ingedeeld in het coronateam van de boa’s in Rotterdam-Zuid. Ze surveilleren door hun deel van de stad, wijzen mensen op de anderhalve meter en gaan af op meldingen van overtredingen. Op de markt houden ze het bij verbale waarschuwingen.

Ze vullen elkaar aan, vinden ze. De kleine Oedietram (1,55m) lacht hard en praat veel, volgens haar noodzakelijk om haar gebrek aan massa te compenseren. In lijn met die stelling is de breedgeschouderde Soekhai een man van weinig woorden. Zijn motto: rustig blijven ademhalen, anders krijg je stress.

Door naar Carnisse, Oedietrams zorgwijk waar ze ‘bijna iedereen kent’. Twee jongemannen die naast elkaar staan in de rij voor slijterij Gall & Gall zetten op haar verzoek zonder morren een pas uit elkaar. Vier mannen met petjes slenteren na een waarschuwing weg uit een portiek. Je kunt hier een stoel neerzetten, zegt Oedietram, en de hele dag waarschuwen en boetes uitdelen.

Handhavingsketen

Maar wat moet je als handhaver zeggen tegen mensen die te dicht bij elkaar staan? Hoe moet je reageren als voor de zoveelste keer de minister van Justitie erbij wordt gehaald? De man aan de top van de handhavingsketen die het volk zo streng kon toespreken, maar na zijn uit de hand gelopen bruiloft eerder blaft als een schuldbewuste golden retriever die een vaas van tafel heeft gestoten dan als een herder waarvan je weet dat hij zo nodig z’n tanden in je vlees zet.

‘Vooral jongeren onthouden dat’, zegt Oedietram. Als ze de overtredingen van de minister ter sprake brengen, gaat zij er niet op in. Het zijn ‘politieke dingen’ waar ze weinig mee heeft. Maar het tekent ook hoe de stemming op straat het afgelopen half jaar is omgeslagen. De oplopende frustratie. De lichtgeprikkeldheid. De toegenomen agressie. ‘Mensen raken veel kwijt’, zegt Oedietram. ‘Je moet daarom begripvoller zijn’, zegt Soekhai.

Een man op straat wordt gevraagd niet meer te bedelen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Laatst reden ze hier door de wijk, werden ze ineens met stenen bekogeld door jongeren. Nog nooit eerder voorgekomen, zeggen ze. Ze wijten het aan coronafrustratie. Veel uitlaatkleppen zijn verdwenen. Het uitgaansleven ligt al tijden stil. Voetbal – dit weekend de stadsderby tussen Feyenoord en Sparta – is zonder publiek. Er komt een lange winter aan, vol beperkingen, en dat voelt iedereen.

Het is vlak voor zessen als er een oproep binnenkomt. Een bewoner heeft bij de gemeente een illegale bijeenkomst gemeld in een openbare gelegenheid in de wijk Hillesluis. Haastig stappen de handhavers in hun kleine auto en spoeden zich er naartoe.

In de Riederlaan staan plukjes mannen op straat voor het pand van de Turkse Stichting Ouderen Ay-Yildiz. Een jongeman rijdt, al dan niet gewaarschuwd door de komst van de uniformen, snel een bureaustoel naar buiten. Binnen kijken zeven mannen keurig op afstand van elkaar naar voetbal op het grote scherm.

Rekkelijk

Een voorbijganger zou zomaar kunnen denken dat het hier een café betreft, maar volgens leidinggevende Ömer Kara is niets minder waar. Dit is een stichting voor ouderen, zegt hij, al blijkt dat begrip rekkelijk. Kara: ‘Je moet het zo zien: vier jaar is ouder dan drie.’

De stichting mag van de gemeente openblijven, en dat is volgens hem maar goed ook. ‘Jullie weten ook dat de blijf-van-mijn-lijfhuizen helemaal vollopen en dat er veel scheidingen zijn’, zegt hij vol overtuiging tegen de handhavers. Volgens hem zoeken mensen ‘een lifestyle voor deze maatschappij’. Bij de stichting kunnen ze ‘een filmpie of voetballen kijken’. Kara: ‘Even de ruzie met hun vrouw vergeten. Als die woede dan weer is gezakt, komt het meestal wel goed. Ja toch?’

Van een afstandje kijken de mannen op straat naar de handhavers. Sommigen hebben hun capuchon opgezet. Een auto stopt voor de deur. ‘Moet ik hier even helpen handhaven?’, vraagt een man aan Kara. ‘Nee joh’, zegt hij, ‘komt goed’.

Meer over