Blues Brother

Hij leerde de blues niet van het leven, maar uit de boeken. Nu is Joe Bonamassa een van de beste gitaristen ter wereld. Morgen staat hij op North Sea Jazz.

Een bleek, wijsneuzerig, om niet te zeggen nerdy gitaarmannetje was Joe Bonamassa een jaar of acht geleden. Een lefgozer van midden twintig, met een enorm lijkende Gibson Les Paul ('hé gitaar, waar ga je met dat jochie naar toe?'), die de wereld wel eens zou laten horen hoe je de blues speelt. Ook al bestond die wereld voorlopig uit kleine pop- en jazz-zaaltjes waar zich hooguit een paar honderd man verzamelden.

Hij heeft geknokt, gestudeerd, zich de vellen van de vingers gespeeld. Ging volcontinu op tournee: is drie keer de aarde rondgegaan met een pak vintagegitaren in de kofferruimten van vliegtuig en bus. En nu liggen we in duizendtallen aan de voeten van Joe Bonamassa, het gitaarbeest, of zoals het toonaangevende Duitse gitaarblad Guitar hem onlangs betitelde, uiteraard op de cover: 'Joe Bonamassa, der Bluesgigant, lädt zur Gitarrenstunde.' Bonamassa geeft gitaarles.

Precies dat doet de New Yorker nu, in zalen als het Amsterdamse Carré, die hij met gemak drie keer achter elkaar uitverkoopt. Of Op North Sea Jazz, dit weekeinde, waar hij op het affiche staat als 'een van 's werelds grootste gitaarhelden'. En op een eindeloze stroom cd's, zoals het net verschenen Driving Towards The Daylight, vol stompende blues en meeslepende grotestadsballades. Of de hardrockplaat 2, van Bonamassa's ruige band Black Country Communion, die hij er als hobby bij doet.

Met Bonamassa wil je tegenwoordig gezien worden, blijkt op de recente live-dvd Joe Bonamassa Live From New York. Zijn concert in het Beacon Theatre, een podium op stand, is een kleine sterrenparade: John Hiatt, Beth Hart en Paul Rodgers komen een nummertje meezingen naast de man van 35, die inmiddels pakken draagt en een stoer zonnebrilletje. Bij een concert in de Britse Royal Albert Hall was Eric Clapton eerder al eens special guest.

Al speelde Bonamassa op 8-jarige leeftijd met de legendarische 'Blues Boy' B.B. King, de gitarist mag toch worden gezien als een exponent van de blanke gitaarblues. Zijn helden en naar eigen zeggen de artiesten die hem het meest hebben beïnvloed, komen van overzee: John Mayall, Clapton, Jeff Beck, Gary Moore. Britten en een Ier dus, zonder voorouders met wat voor plantageverleden dan ook. Bonamassa speelt bluesrock, waarin we ook echo's horen van de jammerlijk vroeg overleden Stevie Ray Vaughan en Jeff Healey.

Maar, zeggen critici: Joe Bonamassa speelt anders dan die laatste twee, te netjes, te gelikt. Al scheurt zijn gitaar soms het theaterpluche aan flarden, Bonamassa is ook een techneut, een hypermuzikant die net even te keurig de blues zingt in een al net zo goed verzorgde band.

Een recensent merkte na een concert van Bonamassa in Carré op: 'Er is zelfs een trapje bij de drumverhoging geplaatst. Waar is de tijd gebleven dat daar roekeloos op- en afgesprongen werd?'

Wie de blues niet in zijn genen heeft zitten, kan hem ook niet vertolken, zeggen fanatici en bluespuristen die zijn blijven hangen bij de katoenpluk. In een interview met de Volkskrant zei Bonamassa eens dat hij niets kan met dit soort wartaal, die volgens hem komt van 'middelbare mannen met oversized zwarte T-shirts en een biertje in de hand die in een rokerige tent door eentonige muziek heen staan te ouwehoeren'.

De blues is volgens Bonamassa een hooggecultiveerde kunstvorm die op klassieke wijze, uit de boeken, te bestuderen valt. Zoals hij dat zelf heeft gedaan, zo ongeveer vanaf het moment dat hij een kindermaatje gitaar kon vasthouden en hij de platen van zijn vader eigenhandig op de draaitafel kon leggen. Die jeugdopleiding heeft Bonamassa gevormd en vandaar dat hij zich nu inzet voor educatieve bluesprojecten als Blues in the Schools en bestuurslid is van de Blues Foundation te Memphis, een organisatie die waakt over de Amerikaanse bluesnalatenschap.

Toch hebben ook de onverdachte blueskringen kritiek aan te merken op Bonamassa's kunst. Medegitaristen uit het New Yorkse clubcircuit zeggen soms te weinig emotie te bespeuren in zijn blues. Bonamassa kan veel op de gitaar, maar hij wil het allemaal tegelijk laten horen, is de kritiek; zijn feilloze feedbacktechniek, waarmee hij melodisch kan toveren, en bij voorkeur een enorme hoeveelheid noten per seconde.

Al neemt Bonamassa op zijn laatste albums wat gas terug en lijkt hij meer stilte te laten vallen in zijn akkoordopvolgingen: zijn gitaarspel blijft spectaculair. Een energiebom, die hij vooral live graag laat ontploffen. Scheuren dus, in razendsnelle solo's, waarbij een bluesduiveltje de lichaamsfuncties van de gitarist lijkt over te nemen. Dan gaat zijn rechterhand de lucht in, als de linker het alleen af kan. Gaat hij met de benen wijd staan, als een rockgod in een vol stadion.

Dan is het bluesmannetje Bonamassa de blueskerel die hij altijd had willen worden en die het publiek volgens hemzelf het liefst wil zien. 'Er zijn mensen die naar mij komen luisteren voor de snelle dingen', zei hij in de Volkskrant. 'Als ik die niet meer zou spelen, zou ik ze teleurstellen.'

Joe Bonamassa

over de blues in een interview met de Volkskrant.

undefined

Meer over