Bloom gallery De wijsheid van een grijsaard

Herinneren we ons eerst het ondubbelzinnige commentaar van kunsthistoricus/schilder Carel Blotkamp, in een uitgave van kunstcentrum Witte de With (1993), toen hij zich bezon op de schilderkunstige apocalyps....

WILMA SUTO

Zijn essay Lof der Schilderkunst (Crisis? What Crisis?) is een liefdesbetuiging aan de schilderkunst en haar onuitputtelijke spel op de grens van materialiteit en illusie. Toch klinkt steeds opnieuw, gedurende inmiddels zeker een eeuw, stelde Blotkamp wrevelig vast, die roep om rouw.

Nog altijd heeft hij gelijk: ook exposities en beschouwingen die het onheil menen te moeten weerleggen zijn er te over. Het laatste Schilderij, een artikel ter gelegenheid van de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst in 1994, van criticus Mark Kremer, is één van de mooiste uit de rij - en niet alleen vanwege het hoopvolle motto: 'Ik droom van een schilderkunst die trilt van toekomstreflexen.'

Kremer citeert een metaforisch onderscheid (uit 1986 van Yve-Alain Bois) tussen de begrippen game en play, het schaakspel als spel en als partijtje schaak: 'If the play modernist painting is finished, it does not necessarily mean that the game painting is finished.'

Nu het postmodernisme het homogene beeld van de schilderkunst heeft versplinterd en schilders meer dan voorheen ieder hun eigen stelling betrekken, pleit Kremer voor een terugkeer naar 'het enkele schilderij', parafraserend: het doek als individu en niet als manifestatie van een algemene ontwikkeling.

Over deze kwestie toont de Bloom Gallery op twee achtereenvolgende exposities de Painters' Opinion, met werk van tien kunstenaars. 'In Bloom kun je zappend van het ene schilderij naar het andere overgaan, ze onderling vergelijken, maar bovenal apart bekijken', heet het, blijkbaar indachtig Kremers pleidooi.

Deel 2 van Painters' Opinion zal worden ingeleid met een debat, onder leiding van Metropolis M-hoofdredacteur Dominic van den Boogerd, over de (on)mogelijkheden van de schilderkunst. Getuige de levensvatbaarheid van deze telkens herhaalde discussie kan het onderwerp ervan evenmin morsdood zijn, zou je zeggen.

Voor wie die conclusie te cynisch vindt, herinneren we ons behalve Blotkamps modieuze prietpraat-sneer ook de bemoedigende bescheidenheid van de Japanse meesterschilder en prentkunstenaar Hokusai, uit 1834, toen hij al een wijze grijze was, over het eindeloze mysterie van mens, dier èn doek:

'Pas op mijn drieënzeventigste begon ik de werkelijke aard van de natuur, van planten, bomen, vogels, vissen en insecten enigszins te begrijpen. Met mijn tachtigste zal ik geleidelijk vooruit zijn gegaan en als ik negentig ben zal ik eindelijk tot het wezen van de dingen doordringen. Als ik honderd ben zal ik een hogere, niet te beschrijven werkelijkheid aanschouwen. Maar pas als ik honderdtien ben zal alles wat ik teken, iedere punt, iedere lijn, vol leven zijn. Ik verzoek allen die dan nog leven zich ervan te vergewissen dat ik me aan mijn woord houd.'

Op Painters' Opinion I treden Mark Francis en Carla Klein het sterkst uit de schaduw van de traditie, terwijl zij op het doek bovendien iets aanschouwelijk maken uit die 'niet te beschrijven werkelijkheid'. Francis verlevendigt het minimalisme. Wegglijdend of juist opdoemend in de duisternis, bestaan zijn zwartwitte rasterpatronen uit wolkige spermatozoïden. Kleins enige doek is het grootst, raarst, misschien mooist en zeker modderigst. Haar virtuoze doorkijkje naar vetbruine salamanders in een vitrine onder een landkaart, geïnspireerd op een foto die ze nam in een natuurhistorisch museum, verenigt strijdige gedachten over de transparantie van de schilderkunst, natuur en cultuur, leven en dood.WS

Painters Opinion I met behalve Klein en Francis, Tim Ayres, Glenn Brown en Laurent Haro, t/m 1 februari, II van 3 t/m 18 februari in Bloom Gallery, Amsterdam, open: di-za 13-18 uur. Discussie: 3 feb., 20 uur.

Meer over