Bloedrode magnetronappelmoes

ZUIVERE culturen bestaan niet. Zelfs de ooit zo geïdealiseerde beschaving van het klassieke Griekenland blijkt bij nadere beschouwing een abstractie die moeilijk te verenigen valt met de heterogene en steeds veranderende elementen waaruit de cultuur was opgebouwd....

Zijn de Nederlandse en de Arabische cultuur dus nauwelijks te definiëren concepten, het probleem doet zich ook in de kunsten voor. Waar eindigt jazz en begint wereldmuziek? Is Rushdie een Brit of een Indiër?

Het zijn vragen die er weinig toe doen, mits het huwelijk tussen de afzonderlijke culturen gelukkig en vruchtbaar is. Rabih Abou-Khalil maakt prachtige muziek en The Satanic Verses is een schitterend boek.

Omdat aan de Nederlandse literatuur een onuitwisbaar odium van gereformeerde bekrompenheid en penetrante spruitjeslucht kleeft, zouden juist wij wel wat exotische impulsen kunnen gebruiken. Het lijkt erop dat we die ook krijgen, want de laatste jaren zijn nogal wat schrijvers met een allochtone achtergrond gaan publiceren, van wie, bijvoorbeeld, Hafid Bouazza en Mustafa Stitou echt een aanwinst betekenen.

Dat impliceert echter niet dat culturele kruisbestuiving in alle gevallen een succes is. Het noemen van een Berlijns plein of een Toscaanse rivier maakt een gedicht nog niet Europees, en het citeren uit rituele teksten van Papoea's is geen garantie voor kwaliteit. Wie zijn materiaal overal vandaan plukt, loopt bovendien het gevaar dat niemand begrijpt waarover hij het heeft: Ezra Pound is een afschrikwekkend voorbeeld van uit de hand gelopen internationaal eclecticisme.

Nu heeft uitgeverij Vassallucci een jonge dichter met een Iraanse achtergrond ontdekt. Ayatollah Musa werd twintig jaar geleden in Rotterdam geboren, maar leerde naast Nederlands ook Engels en Farsi. Zijn nadrukkelijk als on-Nederlands gepresenteerde gedichten willen een fusie van oosterse en westerse, van oeroude en postmoderne elementen tot stand brengen.

De eerste afdeling van het magere bundeltje gaat over de Taj Mahal, het mausoleum dat de Indiase sjah Djahan in de zeventiende eeuw voor zijn overleden lievelingsvrouw Mumtaz liet bouwen. Hoewel op schaarse momenten doorschemert dat Musa een tijdgenoot van ons is, stort hij onbekommerd alle clichés uit de sfeer van Duizend-en-één Nacht over de lezer uit:

Waar is mijn Hoeri

die het paviljoen schoon bedeelt

het paviljoen aan wie mijn Hoeri

zwanen leent

zwanen die kwatrijnen zingen

prevelgebeden uit het hoofd

Mijn Hoeri ingesloten in een ruimte

waar de muren met zilver en brokaat

zijn bedekt

de vloeren met zware tapijten geschetst

haar reinheid met zijde en polyester

geëtst

Betere gedichten zijn in de afdeling 'Buurmeisjes International' te vinden, al kost het Musa moeite het juiste evenwicht tussen exotisch effectbejag en ongemotiveerde duisterheid te bewaren. Typerend is de beschrijving van een paring, die begint met de woorden: 'In mijn koudbloedig/ cellenhart/ danst// rook van amethist', waarin de edelsteen kennelijk voor de couleur locale moet zorgen. Maar na de vermelding van soepele heupen gaat het pas echt mis:

in stevige palmen gevat

strekken zich de akkers

openen zich over lengtegraad

geurend sterrenstof vloeit

traag over de gebronsde dijen

omlaag tot in scharlaken nevelen

verdwijnt de sikkel

in haar akkervelden

Lengtegraad? Scharlaken nevelen? Akkervelden? Er is weinig op tegen de geslachtsdaad als een kosmisch evenement te beschouwen, maar haalt Musa sikkel en ploeg niet door elkaar?

De laatste reeks heet 'In het land van mijn Vader'. In zes gedichten spreekt de dichter zijn vader aan, in de laatste twee zijn moeder:

Moeder,

mijn oren in

fluisterde je

geheime beelden

bloedrode

magnetronappelmoes

In dit eenvoudige gedicht slaagt Musa er eindelijk in de verbeelding van de lezer op gang te brengen. Maar de rest van de afdeling is helaas weer tamelijk vervelend.

Over taalfouten als 'de zonen zij hun zonden vergeven' en 'nooit zakte hem de rulle voeten weg' moeten we misschien niet zeuren, maar wat zouden toch 'requia' zijn? En wat moeten we ons voorstellen bij 'uw entasis van Mahal'?

'In de perfecte timing/ van mijn tribale afkomst/ stopt de legendarische/ vertelling zijn dolk/ in mijn tong', denkt de dichter. Maar wat hij zegt is verstoken van kracht en scherpte.

Het is jammer, maar de combinatie van Perzische pronk en praal en Rotterdamse nuchterheid heeft bij Ayatollah Musa geen interessante poëzie opgeleverd.

Meer over