Bloedproces

IN FRANKRIJK is de colère uitgebroken na de uitspraak in het proces over met het aidsvirus besmette bloed. In brede kring heerst onbegrip en onbehagen over de vrijspraak van Fabius en Dufoix, ten tijde van het bloedschandaal respectievelijk premier en minister van Sociale Zaken, en over het rechterlijk pardon voor...

In 1985 ontvingen duizenden Franse hemofiliepatiënten donorbloed dat was besmet met het HIV-virus. Inmiddels zijn 600 van hen overleden. Het drama is feitelijk ontstaan door roekeloosheid van artsen, die willens en wetens het risico namen dat besmet bloed zou worden gebruikt voor transfusies.

Er is echter ook in ernstige mate bestuurlijk gefaald, omdat het bloedschandaal had kunnen worden voorkomen als de overheid alerter was geweest. Het gebrekkige en riskante Franse donorsysteem werd te lang in stand gehouden. Onder politieke verantwoordelijkheid van de bewindslieden werd om economisch-protectionistische reden een Amerikaanse aidstest van de Franse markt geweerd, omdat het gerenommeerde Pasteur-instituut nog werkte aan de ontwikkeling van een eigen test. Nadat er een verplichte aidstest op donorbloed was ingevoerd, werd nog oud, ongekeurd plasma gebruikt.

Een politieke sanctie op het falen van de ministers bleef uit, maar strafrechtelijke beoordeling werd onvermijdelijk na een strafklacht van een slachtoffer. De bewindslieden hadden hun post al verlaten toen in 1993 het Hof van Justitie van de Republiek werd ingesteld, dat delicten berecht die door ministers in hun functie zijn gepleegd.

De interessantste vraag die het proces heeft opgeroepen, is of politici in persoon aansprakelijk zijn voor hun beleidsdaden of bestuurlijke nalatigheid. Dat is zonder meer het geval - ook in Nederland -, maar dan moet er wel sprake zijn van van handelen in strijd met de wet en moet de politiek verantwoordelijke zich ook bewust zijn van de risico's van zijn doen of nalaten.

Het verwijt dat het bloedproces een politiek proces was, ligt gezien de samenstelling van het hof voor de hand: drie beroepsrechters en twaalf politici. De uitspraak van het hof versterkt ongetwijfeld veler veronderstelling dat de meerderheid van de politici in het gerecht hun (ex-)collegae de hand boven het hoofd heeft gehouden.

Dit neemt niet weg dat er voor een veroordeling keihard bewijs nodig is. Het is niet onomstotelijk komen vast te staan dat de bewindslieden beseften aan welk risico de hemofiliepatiënten werden blootgesteld. Louter onwetendheid is niet voldoende om een politicus er strafrechtelijk op af te rekenen.

Meer over