'Bloed, zweet en vaderlandsliefde'

China is een van de grootste klanten van Boeing en Airbus. Peking vindt dat het hoog tijd wordt voor eigen jumbojets....

Van onze correspondent Hans Moleman

PEKING/SHANGHAI ‘U mag niet naar binnen. Dit is een geheim bedrijf!’ De drie receptionistes, dames van zekere leeftijd met de uitstraling van gestaalde kaders, weten van geen wijken. Nee, het hoofdkantoor van AVIC blijft verboden terrein. Zelfs een simpele bedrijfsfolder zit er niet in.

De ontvangst in het Pekingse hoofdkwartier van Aviation Industry of China (AVIC) duidt erop dat openheid nog een uitdaging is voor China’s vliegtuigbouwers. Het is geen wonder: de firma is een prominent onderdeel van het militair-industriële apparaat, waar het afweren van de buitenwacht de kern van de bedrijfscultuur is.

AVIC is een staatsconglomeraat met tientallen fabrieken en onderzoeksinstituten verspreid over het hele land, met als historische taak vliegtuigen en helikopters bouwen voor de luchtmacht.

De levensgrote J-10 Fierce Dragon die in het park voor het hoofdkantoor staat, kenschetst de militaire genen van het concern, net zoals de vloot zwarte Audi-limousines met legerkentekens op het parkeerterrein. De J-10, die in 2007 voor het eerst in het openbaar werd getoond, is het modernste gevechtsvliegtuig van China. Door AVIC zelf ontworpen: een Chinese tegenhanger van de Amerikaanse F-16.

De tekst op de sokkel waarop het toestel prijkt, herinnert aan de inspanningen (‘Bloed, zweet en vaderlandsliefde’) die het ontwikkelingsproces vergde. In een adem door belooft AVIC dat de Chinese vliegtuigindustrie ‘de wereld zal schokken’ met haar verdere ontwikkeling: ‘De draak verrijst uit het Oosten.’

Het hoofdkwartier, gelegen aan een brede avenue enkele kilometers ten oosten van Pekings Verboden Stad, mag dan geheim zijn, het is wel openlijk van vele gemakken voorzien. Zoals alle grote staatsbedrijven zorgt de firma goed voor zichzelf. In een zijbeuk van het AVIC-complex ligt de No. 1 Relaxing Club, een wat duister ogende massage-inrichting, ernaast ligt het eigen AVIC-hotel.

De Chinese vliegtuigbouwers moeten er wel wat voor terugdoen. Op militair gebied is de opdracht zelfstandig van de Russen te worden, een proces dat al jaren met horten en stoten lijkt te geschieden. De Vurige Draak is er het beste voorbeeld van. Peking doet het graag voorkomen of het nieuwe paradepaardje van de luchtmacht geheel Made in China is, maar voor de krachtige straalmotoren is men nog steeds van het buitenland afhankelijk, langdurig eigen ontwikkelingsgeploeter ten spijt.

Peking probeerde zijn vliegtuigingenieurs nog op scherp te krijgen door de AVIC-kolos (er werken meer dan honderdduizend mensen) in twee helften te splijten. De onderlinge concurrentie werkte kennelijk niet, want de opsplitsing is inmiddels weer ongedaan gemaakt.

De nieuwe AVIC heeft opdracht gekregen zich ook meer te richten op passagierstoestellen. De afgelopen twintig jaar is China uitgegroeid tot een van de grootste klanten van Boeing en Airbus. De politieke leiding vindt dat het hoog tijd wordt voor eigen vliegtuigen, nadat twee eerdere pogingen in de jaren tachtig, met de Yun-10 (een soort kloon van de Boeing 707) en assemblage van de DC-9, mislukten.

De eerste stapjes zijn gezet. Een klein regionaal vliegtuig is inmiddels in de lucht, dankzij een joint venture met het Braziliaanse Embraer. En Airbus heeft een assemblagefabriek voor zijn kleinste model bij Peking neergezet die volgende maand het eerste toestel aflevert. Maar het echt Chinese werk moet nog komen.

Daarvoor is Shanghai uitverkoren. Daar wordt hard gewerkt aan de ARJ21, de Advanced Regional Jet voor de 21ste eeuw. In een gloednieuwe hangar op het geheime (geen stadsplattegrond maakt er melding van) militaire vliegveld Dachang, aan de noordkant van de stad, worden nu de eerste exemplaren gebouwd.

Het prototype ging op 8 november vorig jaar de lucht in, de leveranties moeten in 2012 beginnen. AVIC claimt al 208 orders voor de ARJ te hebben genoteerd, waaronder 25 stuks voor het Amerikaanse leasebedrijf GE Commercial Aviation Service.

De trots over de eerste vlucht van de eigen passagiersjet is te zien op de gezichten van de hoogwaardigheidsbekleders die de maiden flight vanaf de grond bekeken. Het luchtvaartmuseum van Shanghai heeft er een video van, met partijbazen en ingenieurs die elkaar opgelucht omhelzen. Onder de beelden is een meeslepende Chinese popsong gemonteerd: ‘Mijn geluk is in hoger sferen – laten we vliegen, almaar hoger.’

Het museum ligt naast het kantoor van de Commercial Aircraft Corporation of China, de kersverse AVIC-dochter die naast de ARJ, die negentig passagiers kan vervoeren, de Chinese ‘jumbo’ moet ontwikkelen.

Onder een jumbo verstaat men in China wat anders dan je zou verwachten. Het wordt geen vliegtuig met 300 tot 500 stoelen, zoals de grootste machines van Boeing en Airbus. Het Chinese ‘grote vliegtuig’ is voorlopig een tussenmaat met 150 tot 190 stoelen, die als werknaam C919 heeft.

De ontwikkeling ervan staat nog in de kinderschoenen: in 2017 zal het eerste toestel pas de lucht in gaan, meldde hoofdontwerper Wu Guanghui dit voorjaar. De naam C919 vertolkt de ambitie van Peking ‘om te concurreren in de internationale markt van grote vliegtuigen’. China moet volgens Wu de C worden in ‘het ABC’ van de sector: Airbus, Boeing, Comac.

De jumbofabriek komt op een nieuw staatsindustriepark in de Yangtzedelta, 20 kilometer van Shanghai’s internationale luchthaven Pudong. Het Comaccomplex wordt onderdeel van een cluster nieuwe hightechbedrijven dat onder meer kerncentrales en automotoren maakt. Alle bedrijven zijn gelieerd aan de gemeente Shanghai, die ernaast een nieuwe stad met luxe woningen en flats aan het bouwen is om de ontwerpers en het personeel te huisvesten.

Zo doen ze dat in China: de staat als grote bouwmeester van megaprojecten, en alle neuzen dezelfde kant op. ‘Gebruik het politieke voordeel van het socialisme – bundel de krachten om grote doelen te halen’, zoals een eigentijdse propagandaposter in het AVIC-museum het verwoordt.

Dat China’s vliegtuigbouwers een nationale missie hebben – het versterken van het zelfvertrouwen op hoogtechnologisch gebied – blijkt uit de woorden van premier Wen Jiabao. Met opgeheven vinger spreekt hij vanaf een grote poster de schoolklassen toe die het museum bezoeken. ‘De nationale ziel, dat is een groot Chinees vliegtuig dat in de blauwe lucht omhoog klimt. Ik ben er vast van overtuigd dat deze dag uiteindelijk zal aanbreken. De droom van generaties zal werkelijkheid worden.’

Meer over