Blind voor de burger

Het kabinet-Balkenende is het meest ideologische kabinet sinds de roemruchte ploeg van Joop den Uyl in de jaren zeventig. Het beperkt zich niet tot de sanering van de overheidsfinanciën, maar presenteert een actief programma: de overheid treedt terug, de burger moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen....

Door Peter Giesen

Balkenende II is ook uiterst impopulair, blijkt uit een onderzoek van het bureau Motivaction en de Volkskrant. Maar liefst 79 procent van de Nederlanders vindt dat de regering haar werk niet goed doet. Slechts 20 procent is gecharmeerd van het persoonlijke optreden van de premier zelf. 'Natuurlijk is het kabinet nog maar een jaar bezig. Als over drie jaar de economie weer is aangetrokken, kan het weer heel anders liggen', zegt Martijn Lampert, onderzoeksdirecteur bij Motivaction. 'Maar zulke lage cijfers heb ik bij een kabinet nog nooit gezien.'

Waarom is de regering zo impopulair? Was de ruk naar rechts toch minder heftig dan na de moord op Pim Fortuyn algemeen werd aangenomen? Of schuilt het probleem veeleer in de houterige presentatie van de voorman, Jan Peter Balkenende? Presentatie speelt zeker een rol, zegt Lampert: 'Balkenende en zijn ministers zeggen wel vaak dat de economie er slecht voor staat, maar daarmee weten ze de harten van de burgers niet te raken'. Zo hamert het kabinet voortdurend op de noodzaak van loonmatiging. Toch gelooft slechts 20 procent van de burgers dat loon inleveren tot economisch herstel zal leiden. Daarnaast blijkt de premier geen bindende figuur. Slechts 10 procent beschouwt Balkenende als de premier van alle Nederlanders, waar zijn voorganger Kok op populariteitsscores van 50 tot 60 procent mocht rekenen.

De slechte cijfers voor de ploeg-Balkenende berusten echter niet louter op onhandigheid of gebrek aan overtuigingskracht. Het kabinet heeft een paar buitengewoon impopulaire maatregelen afgekondigd. De meeste burgers zijn fel tegen een langere werkweek en een later pensioen. De gemiddelde Nederlander vindt 60 jaar de beste leeftijd om met werken te stoppen. Maar zelfs de voorstanders van het kabinetsbeleid vinden het met 62 jaar wel welletjes. Het kabinet houdt echter vast aan 65 jaar, en heeft zelfs een studie naar 67 jaar aangekondigd. Volgens het onderzoek is de actiebereidheid tamelijk groot: zo'n 16 procent van de burgers is bereid te demonstreren of zelfs te staken tegen de kabinetsplannen.

'Burgers ervaren deze maatregelen bijna als een directe aanval op de kwaliteit van hun leven, om een reden die ze niet begrijpen. Want 81 procent van de burgers gelooft dat het kabinetsbeleid de economie niet beïnvloedt of zelfs verslechtert', stelt Lampert. 'De samenleving wordt complexer en onzekerder. Daardoor richten mensen zich meer op hun directe leefomgeving, op vrienden en familie. Wie langer werkt en later met pensioen gaat heeft nog minder tijd om die banden te onderhouden.'

Ook het ideologische project van Balkenende II – de burger moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen – kan op weinig waardering rekenen. Van alle Nederlanders is 54 procent het oneens met dit beleid, 33 procent is het eens en 13 procent heeft geen mening. Toch zijn burgers, althans volgens dit onderzoek, helemaal niet te beroerd om voor nabije anderen te zorgen als de overheid terugtreedt. Tweederde doet al onbetaalde klusjes voor familie en vrienden, zoals boodschappen doen, op de kinderen passen of klussen in huis. Opvallend is ook dat 30 procent van de Nederlanders 'zeker' of 'waarschijnlijk' bereid is zijn bejaarde ouders in huis op te nemen. 'Dat zal te maken hebben met de omstandigheden in verzorgingshuizen waar de media veel aandacht aan besteden', zegt Lampert. 'Het is wel opmerkelijk dat de protestgeneratie minder bereid is om zijn ouders op te nemen, wellicht omdat ze ooit een heftige generatiestrijd in huis hebben gevoerd.'

Hoe dan ook, er lijkt een flink potentieel voor informele zorg. Het kabinet zou daar op een slimme manier gebruik van kunnen maken, denkt Lampert, ook om kosten te besparen. Burgers moeten dan wel het gevoel krijgen dat ze gesteund worden en niet, zoals nu vaak het geval is, dat ze het zelf maar moeten uitzoeken. Zo verwees het ministerie van Sociale Zaken chronisch zieke tachtigjarigen naar de website van Financiën, waar zij zelf mochten uitrekenen of zij recht hadden op compensatie voor hogere eigen bijdragen aan de zorg.

Dat is ook het cruciale probleem, denkt Lampert: de ideologie van eigen verantwoordelijkheid behandelt iedereen gelijk, maar lang niet iedereen is even goed in staat zijn eigen boontjes te doppen. Het kabinetsstreven om burgers meer verantwoordelijkheid te geven is nog het populairst onder hoger opgeleiden: 49 procent van de burgers met een universitaire of hbo-opleiding kan zich erin vinden. Bij lager opgeleiden is dat maar 20 procent.

In haar 'mentaliteitsmonitor' heeft Motivaction de bevolking opgedeeld in acht 'mentaliteitsgroepen', ieder met een eigen levensstijl. Van deze groepen zijn alleen de 'nieuwe conservatieven' enthousiast over het kabinetsbeleid. Lampert: 'Dat is de behoudende bovenlaag. Ze zijn hoog opgeleid, sterk op de vrije markt georiënteerd, ondernemend, stemmen veelal VVD en hebben hun schaapjes vaak al op het droge en hun pensioen geregeld.'

Deze groep beslaat echter maar 8 procent van de bevolking. Volgens Lampert is het kabinetsbeleid dan ook geënt op een ideaalbeeld waar slechts een kleine groep aan kan voldoen. 'De zelfredzame burger is een modelplaatje waar vooral hoger opgeleiden aan voldoen', zegt hij. 'Het kabinet is blind voor de gemiddelde Nederlander', vindt zijn collega-onderzoeker Reyn van Ewijk.

Behalve de 'nieuwe conservatieven' oordelen alle groepen negatief over het kabinetsbeleid, ook de 'traditionele burgerij', waarin het CDA sterk is, en de 'moderne burgerij' en de 'gemaksgeoriënteerden', waarin de LPF twee jaar geleden zo goed scoorde.

Toch leek het kabinet-Balkenende bij zijn aantreden helemaal in de lijn met de tijdgeest. Volgens velen snakte de mondige, steeds beter opgeleide burger naar vrijheid, dynamiek en ondernemingszin. Zelfs onder minder welgestelden was een radicale vrije marktdenker als Fortuyn plots populair. Nederland leek daarmee het voorbeeld te volgen van de Angelsaksische landen, waar de revoluties van Reagan en Thatcher ook omhelsd werden door de lagere middenklasse, de harde werkers die zich steeds meer ergerden aan het misbruik van sociale voorzieningen. Links werd verweten dat het er een puinhoop van had gemaakt met zijn slappe optreden inzake sociale fraude, veiligheid en vreemdelingenbeleid.

Maar na twee jaar Balkenende ligt het electorale speelveld er weer anders bij.

Vervolg op pagina 14

Angstige burger vreest nu het kabinet

Vervolg van pagina 13

Wouter Bos heeft het vertrouwen in de PvdA weten te herstellen. En gezien de negatieve reacties op het beleid van Balkenende lijken burgers toch erg gehecht aan goede publieke voorzieningen. Blijkens het onderzoek zijn de meeste burgers tegen hogere collegegelden en de no claimkorting in de gezondheidszorg. Het gros van de mensen voelt er niets voor zelf zijn pensioen te regelen. Wel is er veel belangstelling voor een combinatie van collectieve regelingen en keuzevrijheid.

Centraal in deze omslag staat de 'moderne burgerij', in de woorden van Motivaction 'de statusgevoelige burgerij die evenwicht zoekt tussen traditie en hedonisme' en die 22 procent van de bevolking uitmaakt. Deze groep heeft een voorkeur voor commerciële televisie, is niet zo hoog opgeleid, maar werkt hard en heeft een behoolijk welvaart bereikt. Eerder zorgde zij voor een omslag in de Brent Spar-affaire, toen de bevolking zich plots massaal tegen Shell keerde en bij de opkomst van Fortuyn. Lampert: 'De moderne burgerij heeft niet één duidelijke identiteit. Er zitten veel zwevende kiezers bij. Ze opereert heel sterk vanuit gevoel, hetgeen nog eens versterkt wordt door de moderne beeld-en ervaringscultuur.'

Ten tijde van Pim Fortuyn stond de moderne burgerij lijnrecht tegenover de 'postmaterialisten', de progressieve en welvarende linkse elite. Dat leek destijds een voorbode van een duurzame scheiding, een diepe culturele kloof zoals die ook in de Verenigde Staten te zien is: rechts is voor de kleine man, links voor de elite. Ook de mentaliteitsmonitor van Motivaction liet dit beeld zien. Maar nu, twee jaar later, hebben moderne burgerij en postmaterialisten elkaar weer gevonden in een afwijzing van het kabinetsbeleid.

'Voor de moderne burgerij stond links voor alles wat fout was. Maar het beleid van Balkenende geeft de oppositie de kans om deze middengroep weer te bereiken. De onvrede over de politiek is nog steeds groot, en nu wordt zij ook nog eens getroffen door de economische achteruitgang. De moderne burgerij is wat minder zelfdredzaam, niet zo hoog opgeleid en sterk afhankelijk van CAO-lonen en collectieve regelingen. Het is ook een vrij materialistische groep die zich tijdens de economische hausse flink in de schulden heeft gestoken. Nu zien deze mensen hun positie verslechteren, door loonmatiging en hogere lasten. Veel van deze mensen hebben bijvoorbeeld kinderen in de opvang, die ook steeds duurder wordt.'

De 'angstige burgers' die in 2002 'in opstand' kwamen, zijn nu bang voor hun economische positie. Daarom trekken ze weer naar links, naar Wouter Bos die veel populairder is dan Balkenende of Zalm. Het snelle herstel van links laat ook zien dat de opmars van Fortuyn vooral te danken was aan zijn ferme stellingname tegen islam en immigratie, en niet aan een 'verrechtsing' in bredere, sociaal-economische zin.

Maar bovenal blijkt hoe wispelturig en vrijblijvend het electoraat opereert. Veel minder dan vroeger wordt stemgedrag bepaald door sociale klasse of duurzame verbindingen met één bepaalde partij. In de beeldcultuur is het helemaal niet zo'n grote stap van het 'TMF-gevoel' van Pim Fortuyn naar de jongensachtige uitstraling van Wouter Bos. De kunst is uiteraard om die grillige kiezer vast te houden. Want misschien staat er in 2007 wel een man met een Mozartkapsel.

Het onderzoek is gebaseerd op de Mentaliteitsmonitor van het bureau Motivaction. Het is uitgevoerd onder 2818 Nederlanders, via internet en telefoon. De steekproef is representatief voor Nederlanders van 18 jaar en ouder.

Meer over