BLIJF TOCH THUIS!

'Ben je al geweest of moet je nog?' De vraag is dwingend; onmogelijk te zeggen dat je je in deze tijd niet verplaatst....

VIER OP de vijf Nederlanders gaan minstens eenmaal per jaar op vakantie en gemiddeld doen we het 2,6 maal per jaar, waarvan ongeveer de helft in het buitenland. Vakantie is een groeimarkt: in het jaar 2000 vonden 30,6 miljoen reizen plaats, zo'n 38 duizend meer dan in 1999. Wij zijn niet het enige land van globetrotters. Vorig jaar gingen wereldwijd 600 miljoen mensen naar een ander land ter ontspanning en vermaak; als de trend doorzet, zullen dat er in 2020 anderhalf miljard zijn.

Vanwaar toch die vanzelfsprekendheid?

Er zijn veel redenen om niet op reis te gaan in de zomervakantie. Een kwart van alle vakantiegangers geniet er sowieso nauwelijks van door het gebrek aan comfort, ander eten, jetlag, of ruzies met reisgenoten. Eén op de acht Nederlanders komt er rond voor uit helemaal niet van vakantie te houden, en dat percentage stijgt. Een onderzoek onder Duitse leraren, van wie de helft thuis bleef met vakantie en de andere helft op reis ging, toonde aan dat de stressvermindering voor de thuisblijvers langzamer op gang kwam, maar ook langer standhield dan voor de reizigers. Die waren hun werkdruk direct kwijt, maar binnen drie weken na thuiskomst was alles weer als tevoren.

De reis zelf is in verreweg de meeste gevallen onprettig tot gruwelijk oncomfortabel. De files op de Franse en Italiaanse autowegen in de zomervakantie zijn berucht om hun lengte en de hitte. Het vliegtuig is geen oplossing, tenzij je dol bent op lange rijen voor incheckbalies en hangerige uren op luchthavens, wachtend op je vertraagde vlucht. Terwijl Nederlanders steeds langer worden, krimpt de ruimte in vliegtuigen. Slechts één op de negen toeristen zit comfortabel in de doorsnee-toeristenklasse, voor de anderen is het afzien. Bovendien lijdt elk weldenkend mens inmiddels onder het schuldbewuste besef dat een vliegreis voor één persoon Amsterdam-Kreta evenveel brandstof kost als een hele familie in een jaar thuis verstookt. Verre bestemmingen leveren status op, maar evenredig veel ellende: bijna de helft van de toeristen naar exotische bestemmingen loopt een tropische ziekte op. Minstens diarree, maar ook hepatitis A, malaria en geslachtsziekten zijn in de aanbieding. Hier moet ook het milieugeweten knagen. Hele landen leven van onze toeristendollars, maar ondertussen bezwijken hun flora en fauna onder de mensenmassa's die er niet thuishoren. Het zeewater rondom toeristenplaatsen in Thailand is door afvalwater van vakantiegangers zo vervuild dat het niet meer voldoet aan de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie. In Nepal neemt de ontbossing van de Himalaya door toerisme steeds naargeestiger vormen aan.

Bovendien is de vraag wie je steunt met je vakantiegeld. Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi doet al jaren een beroep op touroperators en toeristen niet naar Birma te komen, omdat elke vakantie in dat sprookjesachtig mooie land het militaire regime weer een beetje vaster in het zadel drukt.

Ook dichter bij huis loeren de ongemakken. Het holiday heart syndrome vergt vele slachtoffers: hartritmestoornissen veroorzaakt door overmatig alcoholgebruik op vakantie. Steden als Florence en Jeruzalem zijn berucht om het Stendhal-syndroom, waarbij mensen overweldigd raken door alle kunst en/of religieuze symbolen om hen heen en waarna grootheidswanen toeslaan. Slaapproblemen, constipatie, zonnebrand, diefstal, heimwee en teleurstelling zijn vaste prik. Kunst en cultuur? De meeste mensen zijn zo verwend door tv-documentaires en kwaliteitsreproducties dat al dat fraais in het echt, half verscholen achter drommen zweterige toeristen, vaak toch een tikje tegenvalt.

Nog gekker is de trend naar 'druk, druk, druk'-vakanties, terwijl we het thuis al zo druk hebben. In de jaren tachtig lagen we nog massaal lui te bakken op stranden rond de Middellandse Zee. Uit een ANWB-onderzoek van vorig jaar naar vakantietrends in Europese landen blijkt dat de doe-vakanties sterk in opkomst zijn: mensen gaan sporten of op avontuur en willen in hoog tempo zoveel mogelijk beleven. Hoewel het woord vakantie komt van het Latijnse vacuus dat leeg betekent, proppen wij onze vakanties steeds voller met actie. 'Als reactie op het drukke en geautomatiseerde leven van alledag groeit de belangstelling voor de multi-entertainment-trips, waarbij men in relatief korte tijd diverse ervaringen opdoet en verschillende soorten emoties beleeft', stond er in het ANWB-persbericht. Als reactie op het drukke leven van alledag gaan we op zoek naar drukke vakanties? Dat is geen reactie, dat is verslaving.

Waarom moeten we zo nodig weg in de vakantie? Waarom blijven we niet gewoon thuis om uit te rusten en te genieten van wat onze eigen omgeving in de zomermaanden te bieden heeft?

Macht der gewoonte.

Het vakantiegeld dat op moet. Sociale controle en het gevoel dat je een sukkel bent als je thuisblijft, omdat thuisblijven voor de meesten van onze nabije voorouders de norm was, uit armoe. Alleen de elite trok vroeger naar de Rivièra of andere luxe vakantie-oorden. Wij willen ons ook wel eens elite voelen.

Mass after class heet dat in vakjargon. Volgens prof. dr. Frank Go, bijzonder hoogleraar toerisme-management aan de Erasmus Universiteit, is onze overdadige koopkracht de voornaamste reden van ons overvloedige gereis. Er zijn vijf miljoen tweeverdieners in Nederland van wie de meesten jonger zijn dan 35 jaar; zij hebben twintig procent meer te besteden dan de rest van de bevolking en dus geven ze tijdens hun vakantie veel uit. Mensen zoeken ook naar het andere, denkt Go, naar diversiteit.

Maar is dat niet te vinden in ons eigen land? In Rotterdam wonen 162 verschillende nationaliteiten. Hoe ironisch dat we onze multiculturele samenleving zo moeizaam accepteren en ondertussen massaal op zoek gaan naar andere culturen! Kennelijk voelen we pas dat we grenzen verleggen als we fysiek duizenden kilometers afleggen, met alle milieubelasting van dien. Als derde motief voor het reizen stelt de hoogleraar toerisme-management dat vooral kenniswerkers flink onder druk worden gezet en dat er daardoor een vluchtpatroon ontstaat om uit de routine weg te komen.

Anders gezegd: een interessante reis maken in de zomervakantie geeft hoogopgeleide loonslaven het gevoel dat ze eindelijk eens zelf de controle hebben over hun leven - in plaats van zich te voegen in een bestaan van codes, verplichte prestaties en andere wetmatigheden. Of, zoals een man die ik eens interviewde, zei: 'Op vakantie heb ik het gevoel dat ik de hoofdrolspeler ben in mijn leven en tegelijk de regisseur.'

Maar hier zit een adder onder het gras, want een groot deel van het fenomeen vakantiestress ontstaat juist doordat je mínder controle hebt over je bestaan in een vreemd land. Je kunt niet terugvallen op vaste gewoonten en routines, je spreekt vaak de taal niet of gebrekkig, je bent gedeeltelijk je sociale rol kwijt. Bovendien was het niet toevallig een pater familias die het had over 'hoofdrolspeler én regisseur' zijn; er kan er maar één de baas zijn in het gezelschap en de rest moet zich voegen. Hoeveel echtscheidingen zouden het droevige eindresultaat zijn van frustrerende vakanties?

Dat vluchten uit je dagelijkse routine uiteindelijk toch niet werkt, wisten de oude Grieken en Romeinen al. Datgene waarvoor je vlucht, reist met je mee. In zijn Lesbrieven aan Lucilius citeert Seneca Socrates, die zegt: 'Wat verbaas jij je erover dat die rondreizen geenszins nuttig zijn voor jou, wanneer je jezelf ronddraagt? Dezelfde oorzaak die je wegdreef, bedrukt je.'

Ten overvloede voegt Seneca er zelf nog aan toe: 'Wat kan de nieuwheid van landen en de kennismaking met steden of plaatsen helpen? Dit heen en weer geslinger loopt op niets uit. Vraag jij waarom die vlucht je niet helpt? Je vlucht met jezelf. De last van de geest moet worden afgelegd - niet eerder zal enige plaats je bevallen.'

De gejaagde reiziger sleept de last van zijn gejaagde geest met zich mee. Als je heel hard rent, kun je de illusie koesteren dat je je bagage voorblijft - vandaar onze 'druk, druk, druk'-vakanties - maar uiteindelijk wordt hij altijd op je stoep afgeleverd. De illusie dat je er toch even helemaal uit bent, helpt alleen maar de status quo in stand te houden die de rest van het jaar te veel van je vraagt.

Blijf toch thuis. Ga gewoon niet. Als je niet tevreden bent met je woonomgeving, kun je al dat vakantiegeld en die energie beter besteden aan verbetering van je huis of verhuizing. Dan heb je het altijd naar je zin - en niet alleen die paar weken in de zomer. En als je in een prettig huis in een mooie omgeving woont, hoef je natuurlijk helemaal niet weg in de zomer. Onze grote steden zijn nu op hun leukst; overal zijn er vrolijke, culturele en kunstzinnige activiteiten, festivals en parades. In de natuur in en om de stad kun je genieten van de geuren en kleuren van de zomer. Gakkende ganzen, bolle zeilen, zoete geuren van gemaaid hooi, mijn liefje, wat wil je nog meer?

Een beetje verveling, misschien. Niets zo goed voor het opladen, verfijnen en inspireren van een creatieve geest als ledigheid en verveling. Iedereen kent het probleemoplossende effect van een goede nachtrust. Juist als hersens zogenaamd op inactief staan, zijn ze in feite bezig met het ordenen en verwerken van gegevens. Het heilzame effect van meditatie berust op dat effect.

Een eindeloze stroom onrustige prikkels stompt af; je hebt steeds grovere prikkels nodig om nog ergens opgewonden of enthousiast over te raken. Stilte en rust doen het tegenovergestelde. Je wordt er gevoeliger van, zodat je weer ontroerd kunt raken door subtiliteiten. Het resultaat is een gevoel van frisheid, nieuwheid, openheid. Een volgepropte geest kan alleen herkauwen wat er in zit, in een lege geest komen nieuwe ideeën op.

Niets doen en niets willen. Daar was vakantie eigenlijk voor.

Meer over