Blijf messcherp en trek geen foute broek aan

Een voetbaltrainer is net een pak melk: de houdbaarheid is beperkt. Dat bleek zondag weer bij AZ, dat Gertjan Verbeek ontsloeg. Hoe kan een trainer wel lang meegaan?

AMSTERDAM - Co Adriaanse bedacht hem ooit, de term houdbaarheidsdatum voor een voetbaltrainer. Dat was in 2005, toen hij ondanks drie succesvolle jaren bij AZ toch besloot om op zoek te gaan naar een andere werkgever. 'Trainen kan iedereen wel', zei Adriaanse. 'Maar hoe ga je het elke dag weer zeggen? Op een gegeven moment is je rol als motivator uitgespeeld.' Dat moment wilde hij voor zijn.

Gertjan Verbeek was dat niet. Afgelopen zondag, een dag na de 2-1 overwinning op koploper PSV, werd hij ontslagen bij AZ. De resultaten waren goed, maar de chemie tussen hem en de spelersgroep bleek verdwenen. 'Kennelijk is mijn houdbaarheidsdatum drie jaar', sprak Verbeek verbaasd. 'Daarna komt er te veel weerstand.'

Eén troost voor Verbeek: hij is niet de enige trainer die zich vergiste in zijn eigen houdbaarheidsdatum. In de schaduw van Verbeek werd deze week ook Eric Meijers op straat gezet, bij Helmond Sport. Er klonken in Helmond dezelfde teksten als in Alkmaar: geen klik meer, niet zien aankomen, geen andere mogelijkheid.

Adriaanse schatte de maximale houdbaarheidsdatum van een trainer in op drie jaar. Bij FC Den Haag liet hij zich ooit verleiden wél een vierde jaar in te gaan. 'Ik zakte van bovenin de eredivisie naar de vijfde plaats van onderen, waar de ploeg hoorde. Maar ik werd uitgekotst.'

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Guy Roux was 44 jaar lang trainer van AJ Auxerre, Arsène Wenger is al sinds 1996 in dienst bij Arsenal en in Nederland was Ron Jans lange tijd de meest duurzame trainer in de eredivisie. Hij vond het maar onzin, die discussie over de houdbaarheid van een trainer. 'Zes jaar in dienstverband bij hetzelfde bedrijf is toch niet opvallend lang?'

Toch vliegen er elk seizoen weer trainers de laan uit. Dit seizoen staat de teller al op drie: Alex Pastoor, Gertjan Verbeek en Eric Meijers.

Hoe kun je er als trainer voor zorgen dat je lang houdbaar blijft? Als één iemand daar het antwoord op weet, is het Foppe de Haan wel. De Fries was maar liefst 19 jaar verbonden aan Heerenveen. Zijn belangrijkste advies aan de oefenmeesters: ken u zelf.

'De mens overschat zich van nature', zegt hij. 'Je denkt vaak: het gaat nog wel. Maar hoe vaak gebeurt het niet in relaties dat men achteraf zegt: ik had al een half jaar eerder moeten stoppen.'

In zekere zin heeft een coach ook met zijn spelers een soort huwelijk. 'Daarin heb je altijd wel wat botsingen. Maar heb je die te vaak, dan wordt het vervelend en weet je: die datum komt er aan. Dan ga je ook uitstralen dat je er minder plezier in hebt. Spelers voelen dat.'

Zelf had De Haan jaarlijks één keer overleg met voorzitter Riemer van der Velde. 'Dan vroeg Riemer: 'en wil het nog een beetje?' Pas in 2003 zei ik: 'Nee, het piept en het kraakt, ik ben moe.' Uiteindelijk ging De Haan, op voorspraak van Van der Velde, toch nog anderhalf jaar door. Hij nam afscheid met Europees voetbal.

De Haan onderschrijft de stelling van Bert van Marwijk dat je als trainer elke dag messcherp moet zijn. Eén onhandige actie, een verkeerde broek aan of een slechte teambespreking, en je geloofwaardigheid staat op het spel. 'Had ik in mijn laatste jaar bij Heerenveen', zegt De Haan. 'Ik was doodop. Kon ik soms niet meer op namen van spelers van de tegenstander komen. Dan gaan spelers ginnegappen. De kunst is dan om dat met humor op te lossen. Humor is zo belangrijk om het lang vol te houden.'

Wat zijn positie ook sterk maakte, was dat De Haan een echte clubman was. 'Dat straalde ik ook uit. De spelers wisten: daar valt niets tegen te beginnen.' Hij zocht daardoor ook minder het conflict op. 'Dat doe je eerder als je in korte tijd iets neer moet zetten. Beter is van niet. Een conflict kost veel energie en ettert nog lang na.'

'Nooit de spelers raadplegen'

De Haan merkte al in zijn tijd dat de machtsverhoudingen in het voetbal veranderden. Waar voor het Bosman-arrest het bestuur bepaalde, zijn nu de spelers de baas. Zij vertegenwoordigen het kapitaal van de club. 'Dat betekent dat niet alleen spelers een steeds grotere stem krijgen, maar ook alles wat daaromheen zit: zaakwaarnemers, investeerders. Je moet als club heel duidelijk zijn waar de grens ligt.'

Met verbazing nam De Haan zondag kennis van de beweegredenen voor het ontslag van Verbeek. 'Ik zou nooit aan de spelers vragen wat ze van hun coach vinden. Ik had het er nog met Riemer over. Hij zei: als ik dat had gedaan, dan had je nooit zo lang bij Heerenveen gezeten. Ik was ook iemand van veel en hard trainen. In het begin klaagden veel jongens daarover. Maar drie maanden later, toen ze superfit waren, hoorde ik niemand meer. Het is maar een momentopname.'

Wellicht dat Verbeek niet buigzaam genoeg is geweest, vermoedt De Haan. Want wie lang houdbaar wil bijven, moet flexibel zijn. 'Gertjan zei dat het programma altijd boven de spelers gaat. Ik zou zeggen: het programma is leidend, maar nooit allesbepalend. Je werkt met mensen hè, niet met robots. De coach is autoritair. Maar hoe je die autoriteit gebruikt, moet je laten afhangen van de situatie. Als trainer wil je het liefst altijd rechtdoor. Soms moet je ook een bochtje naar links kunnen nemen.'

undefined

Meer over