Blauwe vuilnisbakken en een donkere tunnel

Tien jaar na de val van het communisme zijn er in het voormalige Joegoslavië nog bijzonder weinig tekenen te bespeuren van een nieuwe democratie....

tekst Chris Keulemans fotografie Zijah Gafic

Na 1989 had de televisie nieuwe gezichten nodig. De voorpagina's van de kranten stonden leeg. Mijn generatie stapte in dat vacuum. Klassieke machtsposities ambieerden we niet. De macht, vonden wij, zat in ideeën. Het communisme had samenlevingen opgeleverd die naar binnen keken. De maatschappij zat vol samenzweringstheorieën. Aan ons om de ratio te laten spreken. Niet om grootse beelden van de samenleving te schetsen, maar om te spreken over het leven na de utopie. De post-communistische politiek miste vertalers, mensen die konden bemiddelen tussen bestuur en kiezers, maar ook tussen Oost en West.'

Ze noemen hem The Explanator, zegt Ivan Krastev (35) met een grijns. Hij hangt onderuit op de bank, pillen slikkend tegen de kater. De vloer ligt bezaaid met kranten en politieke theorie. Hij regelt dingen aan de telefoon en maakt grappen over de politici die intussen op televisie verschijnen. (De minister van Natuurrampen komt in beeld. Wat doet zo iemand? 'Niet zo moeilijk. Je hoeft alleen maar de hele dag bezorgd te kijken.')

Het is zaterdagmiddag, vier hoog in het centrum van Sofia. Beneden geven de sjofele, maar ruim bemeten boulevards de stad een merkwaardige grandeur. Krastev is net terug uit Belgrado, waar hij voor de International Crisis Group een analyse heeft gemaakt van de Servische oppositie. Hij verdient zijn brood als onafhankelijk politiek adviseur, een mooie term voor achter alle schermen zitten. Hij zorgde als bemiddelaar tussen Bulgarije en Mace donië voor de doorbraak in de slepende taalkwestie, en hielp de nieuwe Macedonische president Trajkovski vorig jaar aan de overwinning door hem op het juiste moment een alliantie te bezorgen met de leider van de Albanese minderheid. Hij geniet van zulke verhalen. Politiek is voor hem een spel, geen beroep. 'Er is iets esthetisch aan. Ik raak altijd opgewonden als ik weer iets heb uitgedokterd.'

Bij hem begint mijn tocht door de republieken van het voormalige Joegoslavië. Vanuit zijn eigen land, waar geen oorlog heerst en toch ook alles is veranderd, ziet hij bij de buren iets groeien. Een alternatief voor de hopeloze mengeling van nationalisten, buitenlanders en nep-democraten die er nu de dienst uitmaken. Hij kent de mensen van wie het alternatief zou moeten komen.

Tien jaar na de val van het socialisme moet in deze hoek van Europa de democratie opnieuw worden uitgevonden. Oorlog en economische crisis heb ben alles overhoop gehaald. Nu proberen de nieuwe republieken hun zelfstandigheid uit. Het is een chaotisch, moedeloos makend proces. De vlaggen en retoriek van het nationalisme brengen de onwennige bevolking een besef van eenheid bij. De oude, regionale structuren van het communisme blijven op de stadhuizen en ministeries nog lang intact. Op straat ontstaat een wild kapitalisme, van haastig in elkaar getimmerde trattoria tot de handel in wapens, wasmachines en sigaretten. Patrouillerend langs bergwegen en stadsgrenzen, vergaderend in opgelapte hotels en staatsgebouwen, creëert het Westen zijn protectoraten, een bestuursvorm die niemand precies begrijpt. In naam zijn ze tijdelijk, maar een alternatief is niet in zicht. De verre toekomst heet 'Europa', de economische grootmacht die hier beurtelings onverschillig en agressief is opgetreden. Er wordt met gemengde gevoelens naar uitgekeken.

Van de nieuwe leiders valt weinig te verwachten. Die hebben meestal meer talent voor jaloezie en achterklap dan voor empathie en vooruitdenken. Van wie dan wel? Misschien van mannen als Veton Surroi, Senad Pecanin, Boris Buden en Veran Matic. Jonge mannen nog, die de afgelopen tien jaar invloed hebben uitgeoefend op hun nieuwe samenlevingen, zonder in de politiek te gaan. Als scholier of student maakten ze de verveelde repressie van het communisme nog mee. Daarna viel Joegoslavië uit elkaar. Ze richtten een krant of een radiostation op en begonnen de publieke opinie te bewerken. De politieke partijen hielden ze op afstand, ze verzetten zich tegen nationalisme en religieus fundamentalisme, bewaarden hun gevoel voor bijtende humor en legden contact met fondsen en regeringen in het Westen.

Op conferenties en prijsuitreikingen komen ze elkaar tegen. Ze koesteren voor elkaar een soort ironische waardering, alsof ze in de spiegel kijken. Heiligen zijn het niet; eerder straatvechters, die zich staande houden temidden van gekonkel en intimidaties. Om aan geld te komen en hun kantoren open te houden hebben ze leren ritselen met wetgevers en donoren. Maar hun gevoel voor rechtvaardigheid zit diep. Ze lopen op de woede tegen domheid en geweld.

De afgelopen maanden bezocht ik ze in de steden waar ze werken en vroeg ze waar de macht in hun samenleving tegenwoordig huist. 'In Kosovo is er nog geen autoriteit', zei Veton Surroi. 'Er is iets dat lijkt op een regering maar het niet is. Er is geen rechtssysteem, geen veiligheid voor de burgers, en het hele land leeft nog op humanitaire hulp.'

In Bosnië, dat de oorlog al vijf jaar langer achter zich heeft, is het volgens Senad Pecanin niet veel beter. 'Politiek, mafia, religie, geheime dienst, handel, alles ligt in de handen van de drie leiders van de etnische partijen. Buiten hun persoonlijke medeweten gebeurt er niets.'

Ook in Servië lopen macht en misdaad dwars door elkaar heen. 'Politieke, militaire en financiële macht zijn innig verweven', volgens Veran Matic. 'Een politieman met aanzien heeft vaak ook invloed in de politieke sfeer en is tegelijk extreem rijk. Vaak weet je niet wie wie is, de politicus is een crimineel en omgekeerd.'

De nieuwe democratie is er nog lang niet. Toch proberen zij hem koppig te ontwerpen. 'Het is aan ons om hem opnieuw uit te vinden', schreef Boris Buden vorig jaar vanuit Zagreb, toen hij vond dat de Amerikaans-Europese variant zich met de navobombardementen definitief had gediskwalificeerd. Als de leiders op de Balkan bereid zijn hun land in de oorlog te storten, en die in het Westen geen andere oplossing weten dan bommen, dan is het tijd om op zoek te gaan naar een alternatief.

Dit viertal kiest daarvoor de positie van intermediair. Tussen politiek en bur gers, tussen regering en oppositie, tussen eigen land en buitenland. 'Daar ligt je mogelijkheid om invloed uit te oefenen', zegt Ivan Krastev. 'En je po pulistische potentieel perk je in door ook de brenger van het slechte nieuws te zijn. Veran Matic in Belgrado levert kritiek op de oppositie in Servië, omdat ze maar geen eenheid weten te vormen tegen Milosevic. En in Pristina gaat Veton Surroi tekeer tegen het Albanees fascisme, omdat het nu de Serviërs zijn die verjaagd worden. Net als zij bekritiseer ik de nieuwe politici. Juist omdat ik de democratie serieus neem. Ik wil geen criminelen aan de macht. Ik wil leiders die ik kan wegstemmen.' De intermediairs bekritiseren iedereen, ook de mensen die het dichtst bij ze staan. Dat is bijna uit den boze in een cultuur die altijd de ander de schuld geeft. Maar ze blijven met beide kanten in gesprek. Daardoor vormen ze ook een onmisbare autoriteit: ze hebben altijd de informatie die de ander niet heeft. Het resultaat is dat hun namen net zo vaak voorkomen tussen de Global Leaders for Tomorrow als op lokale dodenlijsten.

In het centrum van Pristina loopt de dag ten einde. De kraaien zitten met honderden in de bomen en op de daken. Hun raspende gekras wordt pas overstemd als de generatoren op de scheve trottoirs in de hoofdstraat grommend aanslaan, omdat de elektriciteit weer eens uitvalt.

Vandaag is het lijk van een overleden Servische man uit de ambulance gesleurd door een woedende menigte. Bij een ander is een bom door zijn winkelruit gegooid omdat hij niet meeliep in de demonstratie naar Mitrovica. Juist tegen de jacht op de Serviërs van Kosovo schreef Veton Surroi afgelopen winter het artikel Victims of the Victims; een waarschuwing tegen Albanees fascisme dat overal ter wereld de kranten haalde. Hij was tijdens de jaren van Servische repressie geen uitgever gebleven van zijn krant Koha Di tore, naar Rambouillet meegegaan als onafhankelijk lid van de Albanese delegatie, en tijdens de bombardementen ondergedoken toen het Servische leger de stad naar hem afkamde, om nu te moeten leven in het spiegelbeeld van de oude intolerantie. 'Mijn redactie kwam me vragen om het te schrijven. Het was riskant, dus ik kon het beter doen dan zij. Ik heb het zo streng mogelijk opgeschreven. Zijn we nu soms beter af dan in augustus, toen we bevrijd werden? De totalitaire mentaliteit waar ik me tegen keer, leidt altijd tot geweld. En zij stopt niet bij etnische verschillen. Daarom vraag ik van de nieuwe politieke leiders dat ze zich aan de regels houden en tolerant zijn tegen minderheden. Je kan niet zomaar na de oorlog uit de bossen tevoorschijn komen en zeggen: nu zijn wij de regering.'

Zelf is hij voor veel mensen de enige geloofwaardige presidentskandidaat van een onafhankelijke republiek Kosova. Op de dag dat hij uit zijn schuilplaats opdook, vroegen de journalisten hem meteen of hij nu een nieuwe partij ging oprichten. 'Het eerste waar ik vanochtend aan dacht', antwoordde hij, 'was: hoe kom ik aan een nieuw espresso-apparaat voor op de redactie van Koha Ditore?'

Het apparaat staat er inmiddels. Maar nu is de waterleiding nog kapot. Surroi zit in zijn kleine, sobere kantoor. Zijn kalme grootheid is bijna intimiderend. Met zijn vierkante bouw en de zorgvuldig getrimde baard zou hij familie kunnen zijn van de Corleones. Zijn pak lijkt om hem heen gegoten. 38 en nog geen scheurtje in zijn principes. Zijn werk: nadenken over de toekomst van een land dat nog nooit eerder heeft bestaan. 'De hele samenleving moet worden hervormd en opnieuw gedefinieerd. De bevolking is jong. De druk tot verandering is hoog. De antwoorden moeten sneller komen. Neem de rechtspraak. Er is nog geen wet vastgelegd. Er zijn nog nauwelijks rechters. En worden ze wel gevonden, dan is er geen geld. De gemiddelde rechter verdient ruim vierhonderd gulden per maand, een schoonmaker bij de vredes troepen van Unmik het dubbele. Dat is vragen om corruptie.'

Hij is tegen de internationale orde net zo kritisch als tegen zijn landgenoten. 'vn-resolutie 1244, die onze tijdelijke status bepaalt, is het resultaat van compromissen en tegenstrijdigheden. Hij functioneert hooguit als een soort bismillahi-gebed: je prevelt hem dagelijks braafjes, en gaat vervolgens aan het werk. Alles komt neer op je persoonlijke lenigheid.' Daarom houdt hij zich voorlopig buiten de provisorische dubbelregering van buitenlanders en Kosovaren. Hij kiest voor de combinatie van journalistiek en mensenrechten. Niet voor de compromissen van een politieke positie. Veton Surroi heeft liever invloed dan macht. 'Ik verbind me aan geen enkele partij. Ook al kunnen sommige mensen me daarom niet uitstaan. Ze zoeken me steeds minder als bemiddelaar. Mij komt dat niet slecht uit. Het scheelt tijd.'

Is Pristina tenminste nog een stad in aanbouw, in Sarajevo is het leven stil blijven staan. De beroemde hoofdstad van de Bosnische oorlog is teruggevallen tot wat het altijd was: een charmante, maar middelmatige provincieplaats. De zoveelste nieuwe hoofdstad zonder allure.

De blauwe vuilnisbakken vertellen het verhaal. Ze staan overal langs de straat te verstoffen. Een gift uit het buitenland, waarschijnlijk. In Nederland kennen we het model ook: een soort brievenbus voor afval, op twee poten in de trottoirs gestoken. Alleen staan ze hier nog steeds los op de stoep te wankelen op hun betonnen sokkeltjes. Niemand neemt de moeite er een gat voor in het plaveisel te graven.

Onverschilligheid. Luiheid. Senad Pecanin (34) wordt er gek van. Zijn massieve lijf trilt in het veel te kleine kantoorstoeltje op het redactielokaal van weekblad Dani. Zijn temperament is berucht. Aan het begin van de oorlog was hij nog even woordvoerder van Defensie en Binnenlandse Zaken, maar toen hij wereldkundig moest maken dat Karadzic een bedplasser was en dat Arkan dood en begraven lag in Montenegro, koos hij voor de onafhankelijke journalistiek. De politiek ziet hem niet meer terug. 'Wat zou ik als minister meer kunnen uitrichten dan nu? Mocht het ooit zover komen, dan zou ik op mijn eerste werkdag een plakkaat aan de muur boven mijn bureau hangen: Als je mijn vriend bent, kom je me niet vragen de wet te overtreden.'

Net als veel stadsgenoten noemt hij de oorlog de mooiste tijd van zijn leven. Het leven had toen een reden. Als hoofdredacteur schreef hij op het hoog tepunt van het belegerde patriottisme woedende artikelen tegen de islamisering van de stad, de terreur tegen de overgebleven Kroaten en Ser viërs, het nepotisme van Izetbegovic, de warlords die de zwarte markt beheersten.

Nu, vijf jaar na Dayton, zit hij klem tussen de moslim-nationalisten en de nog altijd voorzichtige buitenlanders. 'Natuurlijk ben ik dankbaar voor de hulp aan Bosnië. Nog altijd is het me een raadsel hoe Westerse regeringen aan hun belastingbetalers uitleggen waarom ze ons hier moeten steunen. Maar nu ze hier een protectoraat hebben gevestigd, vind ik ook dat ze de volle verantwoordelijkheid moeten nemen. Feitelijk hebben ze de macht al. Daarom heb ik vorige week een open brief gepubliceerd aan Petritsch, de hoogste vn-bestuurder, waarin ik hem oproep een jaar lang de volledige macht uit te oefenen. Op alle bestuurlijke posten de juiste mensen neerzetten, de staatsbedrijven in goede handen geven, de verkiezingswet aanpassen. En pas dan de macht aan ons over te dragen. Want de huidige opzet is alleen maar verspilling van geld en energie.'

Natuurlijk zal het Westen hiervoor terugschrikken. En voor het eerst zegt Pecanin ook hardop waarom. 'Omdat ze bang zijn voor moslims. Om die reden zijn we tijdens de oorlog jarenlang aan ons lot overgelaten, en het is nog steeds zo. Lang heb ik geweigerd dat te denken. En ik wil het hier nooit opschrijven omdat de islamitische racisten dat misbruiken in hun strijd tegen het Westen. Maar ik zie het aan elke grens. Ik zie het aan de ambassadeurs. Zelfs bij Holbrook merkte je het. Het Westen heeft nog altijd moeite om in te zien dat hier gewone mensen wonen. Mensen die van popmuziek houden en hun tanden poetsen. Wij zijn geen extremisten. Maar als ze nu niet ingrijpen wordt dit alsnog een islamitische staat. De huidige regering is gijzelaar van de Arabische steun tijdens de oorlog. Dat is de prijs die we betalen voor de veronachtzaming door het Westen.'

Zijn tirade wordt onderbroken door Noel Malcolm, schrijver van standaardwerken over de geschiedenis van Bosnië en Kosovo. Hij valt even binnen met een plattegrond van Boston. De goede koffiebar die een gevluchte Bosniër er net heeft geopend, staat met een kruisje gemarkeerd. Pecanin is er blij mee. Eind augustus vertrekt hij voor acht maanden naar Harvard, waar hij met een prestigieuze beurs onderzoek gaat doen naar de politieke islam in de wereld. Geen slechte timing: deze week riep een website van radicale moslims in Sarajevo op om hem en zijn weekblad te vernietigen.

Wordt het territorium van deze mannen kleiner? Raken ze gemarginaliseerd omdat ze almaar weigeren voor het centrum van de macht te kiezen? Hun aanzien is nog altijd groot, maar ze zitten vast tussen giftige stadsgenoten en hardhorende buitenlanders. Ik ging op reis met de vage hoop in hun verhalen de contouren van een nieuwe democratie te ontdekken. Maar dat was al te optimistisch. De parallelle samenleving die ze ontwerpen, wordt er niet groter op.

Boris Buden kijkt me meewarig aan. We zitten in een zonnige biertuin, hartje Zagreb. Met zijn spottende, toegeknepen oogjes lijkt hij op Klaus Maria Brandauer in het klein. 'Dat hier de toekomst van de democratie ligt is een uitvinding van het Westen. De superioriteit van de vrije markt moest hier bewezen worden, in maatschappijen in transitie, zoals de onze, waar niets het meer doet: geen eigendom, geen rechtssysteem, niets. Hier kon het spel nog gespeeld worden. Daarom kregen wij de democratie aangeboden, met de vrije markt in zijn kielzog. Als een gesloten systeem. Als een ideologie.'

'Maar de werkelijkheid was anders dan de ideeën die ons verkocht werden. Van de democratie kregen wij de slechtste kant te zien. Het bracht dood en vernietiging. In dit land kun je met de feiten in de hand zeggen dat het communisme beter werkte dan de democratie. Toen werden er geen moskeeën afgebrand, waren er geen kerkhoven met honderdduizenden doden. Niet dat ik het communisme terug wil. Dat ligt achter ons. Ik wil de ideologie van de vrije markt relativeren, die nu alom heerst. Alsof het de natuur zelf is.'

De filosoof Buden (42) woont tegenwoordig vooral in Wenen. Ja ren lang schreef hij in het oneerbiedige weekblad Arkzin zijn stukken tegen zowel de nationalisten als de nieuwe democraten, die vorig jaar de macht overnamen. Daar verscheen ook de essaybundel Barikade en de speciale Engelse editie van zijn tijdschrift Bas tard, waarin de belangrijkste kritiek op de navo-interventie werd verzameld, direct na de wapenstilstand. Eerder dit jaar verdween Arkzin; sindsdien beschouwt hij zich als een dakloze intellectueel. 'Geen Kroatische, en ook geen Oostenrijkse! Ik ben een statenloze in Europa. En op dat niveau moet de oplossing gezocht worden. De heilloze natiestaatjes op de Balkan, maar ook de opkomst van Haider, het zijn Europese problemen. Politieke problemen, waarvoor Europa politieke oplossingen moet zoeken. Pas als Europa verandert, en zijn onzichtbare racisme afwerpt, zal ik me hier in Zagreb weer thuisvoelen. Op dit moment sluit de Europese Unie zijn grenzen nog voor migranten zoals ik, en bepleit het tegelijk hier de multiculturele samenleving. Dat kan niet tegelijke Je mag veel van de Balkan-bewoners verwachten, maar niet dat ze bétere democraten zijn dan anderen!'

Na het gesprek loop ik door het Habsburgse centrum van de stad. De terrassen zitten vol. De etalages glanzen. Zagreb is een stad die goed kunt vergeten. Het bestaan van Joegoslavië, de verwoesting van andere steden in het land, de oorlog bij de buren, het pralende nationalisme van Tudjman - de nieuwe kitsch ligt als een laagje glazuur over het geheugen van een samenleving die het er liever niet meer over heeft.

De volgende dag zit ik in de trein naar Belgrado, de hoofdstad van vroeger. Onder een bleekblauwe hemel glijden de korenvelden voorbij. Lang zaam stijgt de hitte. In de dorpen langs de spoorlijn staat de tijd stil. Vlak voor Belgrado duikt de trein een tunnel in. Een paar minuten is het aardedonker. Ik zie letterlijk geen hand voor ogen. Er is nergens ook maar een glimpje licht te zien, niet in de coupé en niet daarbuiten. En niemand in de trein zegt een woord. De duisternis is volledig.

Betekent die tunnel iets? In elk geval dat er geen belangstelling en waarschijnlijk geen geld is voor licht. Dat de openbare ruimte aan zijn lot wordt overgelaten. En eigenlijk is het precies die ruimte, de publieke sfeer, waarin de mannen die ik bezoek proberen hun werk te doen. De somberheid laat me niet meer los. Zelf zitten ze indrukwekkend in hun kantoren. En hun jonge redacties ademen de losse, nieuwsgierige sfeer die je mag verwachten. Maar zodra je naar buiten loopt, sta je weer in de verziekte, verwaarloosde straten.

Het is een morele verwaarlozing waar bijna niet meer tegenop te vechten is. Jarenlang hebben deze mannen geloofd dat hun werk de meeste waarde heeft als ze blijven, in hun nieuwe hoofd steden. Maar nu vraag ik me af of ze niet aan de grens van hun kunnen zijn geraakt. Pecanin en Buden verhuizen; tijdelijk misschien, maar toch. Surroi en Matic blijven nog, maar hebben de toekomst niet in eigen hand. Volgend jaar kunnen ze tot president gekozen worden, maar ook het land uitgejaagd of vermoord. De democratie zit bij hen van binnen. Daarbuiten krijgt zij nauwelijks kans zich te verspreiden.

De trein verlaat de tunnel en stopt in Belgrado. Ik kom terecht in een stoffige, uitgeputte stad waar de mensen niet weten welke oorlog ze nu weer boven het hoofd hangt. 'Vroeger was verschrikkelijk. Vandaag is een drama', zeggen ze hier. 'Het is maar goed dat we geen toekomst hebben.'

Veran Matic moet er hard om lachen. Zelf is hij zijn optimisme niet kwijt. Al tien jaar staat hij aan het hoofd van B92, de opstandige stadsradio die uitgroeide tot een alternatief medianetwerk en sinds 1997 ook de spil vormt van Anem, een netwerk van regionale radio- en televisiestations die samen bijna het hele land bestrijken. Matic (38) zit achter het bureau in zijn zoveelste kantoor, een privé-appartement ergens in het centrum. De politie heeft de kantoren en studio's van B92 al een paar keer gesloten, 16 mei nog, maar Matic en zijn staf duiken steeds weer ergens anders op. Hun programma's blijven via satelliet en internet de wereld ingaan. Milosevic heeft geen koppiger en vindingrijker opponent.

Hij is net terug van een conferentie in Berlijn over het stabiliteitspact voor de Balkan. Madeleine Albright en Joschka Fischer wilden weten hoe het verder moet. Krastev gaf zijn sombere analyse van de Servische oppositie. En Matic hamerde er nog eens op dat het Westen met zijn chaotische optreden de verwarring hier alleen maar vergroot. Hun leiders moeten dezelfde lijn kiezen, en ook hier alleen gezamenlijke initiatieven steunen, zoals de nieuwe campagne voor vrije verkiezingen.

Hoe krijgt hij het voor elkaar dat Albright en Fischer naar hem luisteren? 'Om ze te overtuigen moet je informatie absoluut betrouwbaar zijn. En je moet je verhaal met volle overtuiging neerzetten. Zorg dat je authenticiteit niet in twijfel kan worden getrokken, zoals het onze oppositiepartijen overkwam. Als je jezelf democraat noemt, wees het dan ook. Verder moet je vooraf de tegenargumenten al kennen en weten te pareren. Je mag nooit geloven dat het eenmaal gewonnen vertrouwen ook blijft. Elke nieuwe ontmoeting moet de indruk van de vorige keer versterken. En controleer na afloop altijd of je verhaal niet alleen welwillend is aangehoord maar ook feitelijke consequenties heeft. Of ze ook doen wat ze je beloven.'

Matic paart zijn boerenslimheid aan een bijna visionaire strategie. Dat zijn alternatieve netwerk, na een decennium Milosevic, zich nog steeds uitbreidt en overal ter wereld geldt als een nieuw model van cyber-oppositie zegt genoeg. Maar het gaat hem niet alleen om B92. Hij is ook nu al bezig met de voorbereidingen voor The Day After. 'We mogen het, als Milosevic eindelijk verdwijnt, niet aan de volgende regering overlaten. Het risico bestaat dat die, bij gebrek aan democratische instituties, een nieuw soort Oost-Europese schijndemocratische dictatuur vestigt. We zorgen nu al voor boeken, conferenties en radioprogramma's over oorlogsmisdaden en de manier om de publieke verantwoordelijkheid daarvoor onder ogen te zien. We moeten straks ook openbaar over Sarajevo, Srebrenica en Kosovo kunnen praten. Ook daarvoor is het nodig dat onafhankelijke media het overleven.'

En als ze hem vragen president te worden? 'Nee. Mijn gevoel voor rechtvaardigheid zou me in de weg zitten. In een samenleving als deze moet een politicus ook dingen doen die onrechtmatig en onprincipieel zijn. Ik zou daar niet tegen kunnen. En ik hoop nooit in een positie te komen waar mensen me blind zouden volgen. Dat verschijnsel kennen we hier veel te goed. Op mijn hoogtepunt als radiopresentator begrepen we dat ook wij bezig waren een cult te worden. Toen lanceerden we onze slogan: Vertrouw niemand, zelfs ons niet. Niet dat het hielp, hoor. Onze invloed werd alleen maar groter!'

Hij lacht weer. Ik moet denken aan Krastev en zijn plezier in het politieke spel. Het is hetzelfde grimmige plezier waarmee Surroi zijn nieuwe landgenoten, Pecanin de radicale moslims en Buden heel Europa te lijf gaat. Is dat misschien wat hem gaande houdt, tegen de verdrukking in, dat plezier in het onmogelijke? De lach verdwijnt meteen van zijn gezicht. Hij verstrakt. 'Als dit een spel is, dan wel een gevaarlijk spel. Ik kan elke dag, op elke straathoek neergeschoten worden. Het is godverdomme levensgevaarlijk.' Hij slaat de mok zwarte koffie die een uur lang onaangeroerd voor hem heeft gestaan, in één teug achterover.

Meer over