Blauw Wit, de club van het Stadion, kwam, zag en verdween

We zaten vak AB die avond en zagen maar één doelpunt, een rake vrije schop van Henk Groot. Meer oor- dan ooggetuigen, maar we waren erbij op 7 december 1966....

LIVERPOOL 1

AJAX 5

Het was een wedstrijd in de tweede ronde van de Europa Cup voor landskampioenen. Engeland was die zomer wereldkampioen geworden en Liverpool zou bewijzen dat dat geen toeval was. Twee keer eerder, in 1957 en 1960, had Ajax zonder veel succes aan het toernooi deelgenomen. Hoewel de Amsterdammers twee weken na de 'mistwedstrijd' Liverpool op eigen terrein een gelijk spel afdwongen (2-2), was de opmars dat seizoen van korte duur. In de kwartfinale bleek Dukla Praag te sterk.

Pas in het seizoen 1968-'69 bereikte Ajax voor het eerst de Europa Cup-finale, die ondanks een nederlaag (1-4 tegen AC Milan) een voor het Nederlandse voetbal nooit eerder vertoonde bloeiperiode inluidde. Feyenoord (1970) en Ajax (1971, '72 en '73) wonnen vier Europa Cups op rij en het Nederlands elftal werd tweede in het WK van 1974. De mistwedstrijd van 1966 wordt echter algemeen beschouwd als hèt keerpunt in de Nederlandse voetbalhistorie.

Ajax mag nadien nog vele triomfen hebben gevierd in het Olympisch Stadion, het is zich desondanks altijd gast in eigen huis blijven voelen. De enige echte 'club van het Stadion' was Blauw Wit. De in 1902 onder de naam Victoria opgerichte vereniging speelde aanvankelijk cricket, omdat een leren voetbal te duur was, vernoemde zich twee jaar later naar het beroemde blauw-witte zebra-shirt en werd meteen na de Olympische Spelen in 1928 de vaste bespeler van het Stadion.

'De club van het Stadion, kwam zag en overwon', schalde honderden keren door de luidsprekers van het Olympisch; als amateurclub kwam Blauw Wit echter nooit verder dan zeven afdelingskampioenschappen, een landstitel zat er in weerwil van het clublied helemaal nooit in. Ook na 1954, toen het betaald voetbal in Nederland werd ingevoerd, bleef Blauw Wit een club in de marge. Met Piet Koekebakker als midvoor promoveerden de Zebra's in 1957 naar de eredivisie. De rivaliteit ten opzichte van Ajax was groot. Maar de supportersslogan 'Blauw Wit heeft één Koekebakker, Ajax elf' was omgekeerd evenredig aan de resultaten van beide clubs.

Onder leiding van een andere roemruchte midvoor, die nota bene afkomstig was van Ajax, veerde Blauw Wit nog één keer op. Drie doelpunten scoorde 'het geheime Ajax-wapen', Wim Bleijenberg in het Stadion op Hemelvaartsdag 1960 in de beslissingswedstrijd tegen Feyenoord om het kampioenschap van Nederland (5-1), terwijl Blauw Wit op dezelfde dag in de Rotterdamse Kuip degradeerde.

'Het was mijn allereerste wedstrijd in het Olympisch Stadion', herinnert Bleijenberg (65) zich nog goed. 'Ik had de laatste wedstrijden in het tweede elftal van Ajax gespeeld, al een tijdje niet getraind en moest in dat beslissingduel plotseling invallen. Mijn conditie was niet al te best. Henk Groot zei nog tegen me: doorzetten. En na rust liep het ineens. Drie doelpunten, ja, en ik gaf de aanzet tot het vierde.'

Die avond, terwijl de Blauw Wit-aanhang mokkend thuisbleef, had het feestvierende bestuur van Ajax in Krasnapolsky een onderonsje met de voorzitter van de Zebra's. Een jaar later bracht Bleijenberg Blauw Wit terug in de eredivisie. De club eindigde in 1962 als derde in de hoogste klasse, zelfs een plaats boven Ajax. Het Stadion glom.

Glippen was in die dagen een bekend begrip in Amsterdam. Vanaf de staanplaatsen - 'Jongenskaarten 'n kwartje' - klommen tientallen lefgozertjes in de rust over de wielerbaan naar de zitplaatsen van vak PQ. Vaak lukte het, maar wie de helling van de wielerbaan niet kon nemen, ging af in de ogen van het stadion.

Blauw Wit verging het min of meer ook zo. In 1964 vielen de Zebra's definitief terug in de anonimiteit van de eerste divisie. Toch moest Ajax ook dat seizoen weer een Amsterdamse club boven zich dulden. DWS veroverde de landstitel. De oorspronkelijk uit de Spaarndammerbuurt afkomstige club was in 1958 met Amsterdam gefuseerd, een profclub die vanaf de oprichting in 1954 het Olympisch Stadion met Blauw Wit mocht delen. Dank zij die samensmelting kreeg het Stadion voor het eerst en tevens voor het laatst zijn eigen landskampioen.

En ook zijn dubbelwedstrijden. DWS en Blauw Wit samen thuis op één middag in het Stadion. Eerst DWS, als in een voorwedstrijd, daarna Blauw Wit op een omgeploegd veld. Een programmaboekje met 'de opstellingen der elftallen', kostte een kwartje.

Terwijl Blauw Wit, dat bij gebrek aan toeschouwers in 1967 al naar het bijveld van het Sportpark was verhuisd, steeds verder wegzakte in de eerste divisie, belandde ook DWS begin jaren zeventig uiteindelijk in de staart van de eredivisie. In 1972 werd besloten beide clubs samen te voegen. FC Amsterdam, waarin later ook de profs van de Volewijckers werden opgenomen, hield het nog tien moeizame jaren vol. Op 20 mei 1982 verloor het Olympisch Stadion zijn laatste vaste bespeler. 'Humor is het karakter van de ploeg', stond er op een plaquette bij het spelershome. Maar ondanks dat verstierf ook FC Amsterdam op het bijveld.

Gevoetbald werd in het Olympisch Stadion sindsdien alleen nog incidenteel. Ajax bleef een regelmatige huurder en het Nederlands elftal trad er nog een paar keer op. Het laatste bezoek van Oranje dateert van 6 september 1989. Tegen Denemarken werd het 2-2, voor tienduizend toeschouwers. Vanaf dat moment gingen de grote interlands nog uitsluitend naar het Feijenoord-stadion en week de KNVB voor de kleinere wedstrijden uit naar de provincie.

Erg succesvol is het Nederlands elftal nooit geweest in het Olympisch Stadion. Van de 76 wedstrijden die er werden gespeeld, won Oranje er 31, de Rotterdamse Kuip toont met 54 uit 91 een veel fraaiere balans.

Memorabel was de interland tegen Tsjechoslowakije in november 1966. Scheidsrechter Rudi Glöckner stuurde Johan Cruijff van het veld. 'Ik trapte na, ja.' Maar de tegenstander was ook 'geen lief dametje', bekende hij later. De scheidsrechter werd vervolgens door woedende toeschouwers bekogeld met zitkussentjes. Die kussentjes, voor een duppie te huur, waren daarna taboe.

Cruijff had nòg een slechte ervaring in het Olympisch Stadion. Op 7 november 1978 speelde hij er met Ajax - onder het motto 'Bedankt Johan' - een afscheidswedstrijd tegen Bayern München. De Duitsers 'bedankten' met een overwinning van 8-0. Nadien heeft Cruijff nog jaren gevoetbald, maar aan nòg een afscheidsduel heeft hij nooit meer gedacht.

Spectaculaire Europa Cup-wedstrijden zijn er genoeg gespeeld in het Olympisch Stadion. De halve finale van Ajax tegen Panathinaikos, woensdag, wordt de 83ste Europese bekerwedstrijd in Amsterdam. Drie maal werd er daadwerkelijk een Cup uitgereikt. In 1962 mocht Benfica na een van de mooiste finales uit de voetbalgeschiedenis (5-3 tegen Real Madrid en een hoofdrol voor Eusebio) de beker der landskampioenen in ontvangst nemen. Ipswich Town, dat in 1981 thuis met 3-0 won en uit met 4-2 verloor van AZ'67, en Ajax, dat in 1992 2-2 en 0-0 speelde tegen AS Torino, haalden er een UEFA Cup af. Het Stadion dreunde nog uren na.

Behalve AZ, dat één keer naar het Olympisch Stadion uitweek, speelden DWS en FC Amsterdam (dertien) Europese wedstrijden in Amsterdam. De andere 67 Europa Cup-duels staan op naam van Ajax, dat in 1957 met een overwinning van 1-0 op Wismuth Chemnitz debuteerde. Daarna volgden nog vijftig overwinningen en slechts vier verliespartijen.

Eén daarvan is ook iedereen bijgebleven. Op een besneeuwd veld verloor Ajax in 1969 met 3-1 van Benfica, dat desondanks na een zelfde nederlaag in Lissabon en een beslissingswedstrijd in Parijs (3-0) toch werd uitgeschakeld. De hoofdrolspelers van het schimmenspel tegen Liverpool waren daar nog bijna allemaal bij: Cruijff, Swart, Groot, Muller, Pronk, doelman Bals en trainer Michels.

Slechts één man ontbrak: Cees de Wolf, een twintigjarige jongen uit Purmerend. Na de Europa Cup-wedstrijd tegen Liverpool, waarin hij Piet Keizer verving, speelde hij nog één beker- en twee competitiewedstrijden voor Ajax 1. Zijn Europese afscheidsdebuut heeft hij altijd als een dierbare herinnering met zich meegedragen.

Het was De Wolf, die al in de derde minuut raak kopte, en daarmee de aanzet gaf tot een unieke gebeurtenis. De 'wave' bestond nog niet. Maar het gejuich cirkelde de tribunes rond. Die decemberavond in 1966 werd het Olympisch Stadion op geluidsgolven gedragen.

Meer over