Bizet: Les pêcheurs de perles

De parelvissers blijkt ineens een lichte, fijn genuanceerde, zeer Franse opera vol subtiele vondsten.

Het ZaterdagMatineeseizoen is begonnen met een eye-opener. Wie dacht dat Bizets opera Les Pêcheurs de perles, beter bekend als De parelvissers, gedijt bij het vette stemgeluid van volkszangers, moet zijn idee bijstellen.

Traditiegetrouw graaft de Matinee zich een weg naar het oorspronkelijke, naar versies die zo onversneden mogelijk de opvatting van de componist zelf weergeven. Voor De parelvissers betekende dat een breuk met oude, ingesleten gewoonten. Het blijkt een lichte, fijn genuanceerde, zeer Franse opera vol subtiele vondsten.

Zelfs het duet waaraan de opera zijn roem ontleent, meezinger bij Una voce particolare en Opera Pietje, moet er in de oorspronkelijke versie aan geloven. Het werd tamelijk abrupt afgebroken, nog voordat de bariton en de tenor hun broederliefde voluit hebben bezongen. Vlak voor het hoogtepunt nemen trombones het over. Dat is wennen.

Met die mannenvriendschap begint het drama. De heren zijn zo eensgezind dat ze ook vallen op dezelfde vrouw, de priesteres Leïla. Dankzij de warme, zacht glanzende sopraan van Annick Massis wilde je dat onmiddellijk geloven. De Franse stersoliste begon aarzelend, maar ging in de loop van de uitvoering steeds zekerder zingen. In de laatste acte liet ze zich heen en weer slingeren tussen woede en berusting - vocaal theater waardoor in deze concertuitvoering decors en spel overbodig werden.

Ook de mannenrollen waren met zorg gekozen. De bariton Zurga (Jean-François Lapointe) heeft de macht, de tenor Nadir (Charles Castronovo) de liefde van Leïla en precies zo klonken ze. Lapointe heeft een indrukwekkend, groot geluid maar kan binnen zijn formidabele volume ook kwetsbaarheid laten horen. De stem van Castronovo is kleiner en leek in het begin gevaarlijk kwetsbaar, maar zijn lichte, lyrische geluid won in de loop van de middag aan kracht.

De dirigent Michel Plasson, oude rot in het operavak, maakte optimaal gebruik van de wendbaarheid van de musici van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. Hij kneedde ze tot transparante ensembles waarin meestersolisten als de fluitiste Barbara Deleu een glansrol speelden.

undefined

Meer over