Bitterzoete weemoed en lyrische jazz

'Verlangen zonder vorm en zonder naam': J. C. Bloem bezong het in vele gedichten, die bitterzoete weemoed naar een voorgoed verloren geluk....

Nog altijd wellen er pareltjes op uit zijn ziel; hij legde er een aantal vast op zijn prachtige nieuwe cd O Destino en toert er tot ver in het volgend jaar mee langs de zalen. Eén van die nieuwe songs, Da Saudade, haalt de titel aan van een Amalia Rodrigues-klassieker, Todo isso é fado, maar Lameirinhas voegt heel veelzeggend het woordje 'meu' toe: dit alles is mijn fado. Want in zijn geboorteland houden ze naar zijn mening te star vast aan de traditie, en is de 'Portugese blues' verworden tot een artistiekerig, pretentieus genre. Lameirinhas laat zich leiden door zijn gevoel, en verrijkt de vorm met andere sensueel swingende stijlen: samba en bossa nova uit Brazilië, morna uit Kaapverdië, reggae of lyrische jazz.

Gitaarvirtuoos Leonardo Amuedo is er niet bij op deze tournee, maar pianist Juan Pablo Dobal en rietblazer Paul Stocker zijn zulke fantasievolle muzikanten dat de arrangementen nog altijd rijk worden versierd. Michael Vatcher is de perfecte slagwerker voor deze muziek: rotsvast begeleidend, maar met een lichte toets, en talloze subtiele toefjes en tinten.

Fernando's broer Antonio is zo vergroeid met diens werk dat zijn bas er de hartslag van is geworden. Stocker en Vatcher zijn afkomstig uit de jazz en geïmproviseerde muziek; voor ongebreideld loosgaan is in deze context geen plaats, maar dat geeft hun bijdragen juist een samengebalde kracht.

Met die vier begeleiders, die al jaren met hem samenspelen en hem volmaakt aanvoelen, glijdt Fernando Lamerinhas zachtjes zijn sets binnen. En voor je het weet raak je bedwelmd door de melodieën, die vol briljante vondsten zitten, maar klinken alsof ze altijd al hebben bestaan: O Menino, Abraça-me, O Pastor, A Janela: inmiddels heeft hij een oeuvre opgebouwd dat zich kan meten met dat van Jobim.

Af en toe doorbreekt hij de melancholieke, maar nooit naargeestige sfeer met een vrolijker noot, zoals een plaagstoot naar de Nederlanders: ze eten alles, en zeggen altijd dat het heerlijk is. Ze praten hard en plat, terwijl ze oranje kleren dragen.' Agressie en woede ontbreken echter volkomen, en dat verlangen, dat raakt ook die Hollanders diep.

Meer over