BITTERE NOODZAAK

Hij mag dan 65 zijn, de Duitse schrijver Günter Wallraff gaat onverdroten door met de undercoververhalen waarmee hij al in de jaren zeventig zijn naam vestigde....

Günter Wallraff (65) geeft het toe, lachend. ‘Ja, met die nepsnor en zwarte pruik heb ik wel iets weg van een oudere Ali.’ Wat heet, als broodjesinpakker Frank K. ís hij de oudere Ali, de gemaltraiteerde Turkse gastarbeider uit Ik, Ali – Wallraffs bestseller van alweer dertig jaar geleden.

De Duitse schrijver is terug bij waar hij ooit begon en waarmee hij wereldfaam verwierf: undercoverjournalistiek van de beste soort. ‘Het is weer nodig’, zegt hij. ‘De werkomstandigheden in menig bedrijf, niet in Roemenië of China, maar bij ons voor de deur, ongetwijfeld ook in Nederland, zijn verschrikkelijk. Mijn reportages zijn bittere noodzaak.’

Zijn doel: publieke druk, boycot van verdachte bedrijven en producten, en uiteindelijk wetswijzigingen, zoals hem vorig jaar in Duitsland is gelukt met nieuwe wettelijke richtlijnen voor callcenters.

In februari dit jaar stond hij vier weken aan de lopende band bij de firma Weinzheimer, een broodfabriek met vijftig werknemers in de idyllische Hunsrück in de deelstaat Rijnland-Palts. Het bedrijf bakt en levert voorgebakken broodjes, exclusief ten behoeve van de ruim 7.200 Europese filialen van discounter Lidl (geschatte omzet in 2006: bijna 9 miljard euro), ook die in Nederland.

Zijn schrikbarende bevindingen beschreef Wallraff vorige week in het magazine van weekblad Die Zeit. Een citaat: ‘Al snel maak ik kennis met de afdelingschef. Er zijn weer eens stapels met broodjes onder de lopende band beland. Die moeten worden opgeraapt. Vanaf de grond tot de onderkant van de band is een ruimte van 60 centimeter, niet veel voor een volwassen man. De chef gelast mij niettemin onder de lopende band te kruipen. ‘Maar dat is toch gevaarlijk. Kunnen we niet eerst de band even stilzetten?’, zeg ik. De chef: ‘Doet u altijd zo moeilijk? Let op, ik doe het u nu één keer voor.’

‘De chef is behoorlijk gezet. Nauwelijks is hij onder de band gekropen, of hij raakt met zijn stofjas beklemd tussen de ketting en de tandwieltjes van de lopende band. Hij wordt meegesleurd. Met een stap ben ik bij hem, trek met volle kracht aan z’n stofjas en bevrijd hem uit z’n benarde positie. De chef, van schrik wit weggetrokken, zegt geen dankjewel, daar is hij kennelijk te trots voor. De met olie bevlekte jas gooit hij in een afvalton. Ik pak de gescheurde jas er later weer uit als souvenir.’

Wallraff ontdekt dat menig werknemer van Weinzheimer gewond is geraakt bij het rapen van broodjes. Doktersbezoek wordt door de directie niet op prijs gesteld. Zelf verbrandt Wallraff zijn arm. Oorzaak: een herhaaldelijk optredende stagnatie aan de lopende band omdat beschadigde blikken bakplaten over elkaar schuiven zodra ze, kokend heet, uit de ovens rollen.

Op zijn suggestie nieuwe bakplaten aan te schaffen zodat de productie vloeiender verloopt en het personeel veiliger kan werken, krijgt hij van een andere chef het volgende antwoord: ‘Jullie zijn goedkoper dan nieuwe bakplaten.’

De storingen aan de lopende band zijn volgens Wallraff eerder regel dan uitzondering. Citaat uit zijn verslag: ‘Als de stalen ketting van de band plotseling breekt, breekt chaos uit. Collega’s schreeuwen naar elkaar, grijpen met hun handen in de lopende band om de ketting weer op zijn plek te krijgen. Pas na een week hoor ik dat zich een rode knop aan de zijkant van de band bevindt. Die knop mag alleen in het aller-uiterste geval worden ingedrukt. Want als de knop wordt bediend, blijven de broodjes te lang in de oven, worden ze te donker en zijn ze niet meer te gebruiken. Met veel nadruk krijg ik te horen nooit met mijn vingers aan die knop te zitten.’

Het ‘pre-kapitalistische regime’ in de broodfabriek is volgens Wallraff het gevolg van de wurgcontracten waarmee grootafnemers als Lidl hun toeleveranciers uitpersen. Wallraff: ‘Voor iedere niet of te laat geleverde pallet, waarop zich 336 zakjes met elk 10 broodjes bevinden, moet Weinzheimer een boete van 150 euro aan Lidl betalen. Onlangs gingen er 87 pallets te laat de deur uit, dat kostte de fabriek dus ruim 13 duizend euro.’

Voor een baantje bij een van de toeleveranciers van Lidl nam Wallraff de identiteit aan van een 51-jarige vriend, Frank K. Hij meldde zich op de racefiets bij de fabriekspoort, waar hem nadrukkelijk te verstaan werd gegeven dat Weinzheimer ‘20- tot 30-jarige mannen zoekt die er robuust uitzien en belastbaar zijn’. Wallraff: ‘Dat maakte de zaak natuurlijk zo spannend. Ik ben 65, maar kon dankzij mijn vriend Frank K. aantonen dat ik 51 was. Vervolgens moest ik opscheppen. Dat ik een geweldige sportman was, geoefend deelnemer aan triatlon en marathon, en een dokterbewijs kon overleggen waaruit blijkt dat ik over de fysieke krachten van een 30-jarige beschik. Ik overdreef behoorlijk en de vrouw van de personeelsafdeling was onder de indruk. Ik kon gelijk beginnen voor 7,66 euro bruto per uur, nog geen 6 euro netto.’

Hij kreeg een plek aan het einde van de lopende band, waar hij de plastic zakjes moest controleren waarin de broodjes zijn verpakt.

Dat Wallraff, alias Frank K., zich zo topfit kon presenteren, vereiste vele maanden van intensieve voorbereiding. ‘Tien jaar geleden was ik lichamelijk een wrak’, vertelt hij. ‘Stramme ledematen, gewrichten die het niet meer deden, een kapotte rug. Ik ben verschillende keren geopereerd en heel langzaam weer teruggekomen. Dankzij uitputtende trainingen en een goede medische begeleiding.’

‘Tijdens mijn sollicitatie bij de broodfabriek overdreef ik natuurlijk geweldig om indruk te maken, maar in werkelijkheid loop ik inderdaad weer marathons en probeer ik de triatlon. Lichamelijk voel ik me een jonge kerel.

‘Daarmee wil ik zeggen dat je je ook fysiek zeer zorgvuldig moet voorbereiden op een undercoverreportage. Misschien dat het genre ook daarom niet of nauwelijks nog wordt beoefend. Een ander aspect zijn de kosten. Ik heb een contract met Die Zeit, waarmee ik de krant vrijwaar van alle mogelijke schadeclaims. En die kunnen oplopen.

‘Stel je voor dat Lidl, om zijn imago te beschermen, nu ineens het contract verbreekt met die broodfabriek. In dat geval zal de fabriek een enorme claim bij mij neerleggen. Het beste is, zoals ik doe, om via een stichting te werken, waarmee ik mij persoonlijk kan afdekken voor mogelijke financiële gevolgen. Dan nog moet een undercoverjournalist zorgen dat hij over zo veel mogelijk bewijzen en getuigen kan beschikken indien het tot een rechtszaak komt.’

Overigens heeft Lidl de auteur tot nu toe ongemoeid gelaten, afgezien van de nietszeggende verklaring waarmee het concern vorige week reageerde. Van Weinzheimer kreeg Wallraff een strafklacht aan de broek wegens huisvredebreuk. Wallraff: ‘Let wel, vrédebreuk, terwijl er oorlog heerst op de werkvloer.’

Het verslag over zijn werkzaamheden aan de lopende band kent nog een tweede, niet gepubliceerde versie. ‘Die is een stuk harder, maar moet nog door mijn advocaten worden gecheckt.’ Wallraff geeft al vast een detail prijs. Controle van het productieproces in de broodfabriek vindt niet alleen ter plekke plaats, maar door de directie tevens via videocamera’s en internet vanaf elke willekeurige plek ter wereld.

Wallraff: ‘Op een nacht belde de directeur vanaf zijn Spaanse vakantieadres. Hij was hoorbaar dronken en gaf onverstaanbare commando’s. Toen hij merkte dat niemand hem kon volgen, eiste hij dat er onmiddellijk een nieuwe telefoon werd aangelegd, zodat hij wel was te verstaan.’

De ‘harde versie’ zal uiteindelijk in boekvorm verschijnen. De titel is al bekend: Aus der schönen neuen Arbeitswelt, berichten uit de mooie nieuwe arbeidswereld. De titel verwijst naar Brave New World, de sciencefictionklassieker uit 1932 waarin Aldous Huxley een totaal ontmenselijkte en door techniek overgenomen wereld beschrijft. Wallraff: ‘We bevinden ons intussen midden in zo’n angstaanjagende wereld.’

Het boek wordt een bundeling van zijn undercoverreportages, waarvan er nog een aantal zal volgen. Details blijven vanzelfsprekend geheim, al is de auteur bereid te verklappen dat hij woensdag opnieuw is ondergedoken. Dit keer in Oost-Duitsland, bij een concern dat volgens hem op grote schaal werknemers uit Polen en andere Oost-Europese landen ‘als slaven behandelt’.

Meer over