Bisschop Ter Schure kon niet eens misbruik plegen

Eind november was er rumoer over seksueel misbruik door de salesiaan en latere bisschop van Den Bosch Jan ter Schure. Wie de nuchtere feiten op zich laat inwerken ziet al snel hoe weinig grond die beschuldiging heeft en hoe groot het risico dat ze bij de categorie 'Bolderkar' terechtkomt.


De twee meest spraakmakende misbruikverhalen tot nu toe gingen elk over een bisschop: Jo Gijsen en Jan ter Schure. Het eerste was een flinterdun surveillantenverhaal van om en nabij 1960, dat binnen de kortste keren aan zijn irrelevantie bezweek. De tweede geschiedenis, die over Ter Schure, speelt nog langer geleden, namelijk eind jaren veertig, begin jaren vijftig. En ze lijkt al even wankel. Tenminste voor wie de moeite neemt de omstandigheden van destijds en het c.v. van de beweerde dader na te gaan.


Wat heeft Ter Schure (volgens NRC Handelsblad van 26 november 2010) op zijn kerfstok? Een nu 76-jarige oudleerling van Huize Don Rua te Ugchelen bij Apeldoorn beweert dat Ter Schure zich in de periode van september 1948 tot 1 februari 1953 samen met zes andere salesianen seksueel aan hem heeft vergrepen. Afgezien van dat zevental (op zich al wonderlijk, hoe stelt men zich zoiets concreet voor?) zijn er in het geval van Ter Schure, toen een jong salesiaan, zijn biografische gegevens die de mogelijkheid van seksuele misstappen in Ugchelen tot vrijwel niets reduceren. Over wat de klager destijds is overkomen valt na zestig jaar niets meer met volledige zekerheid te zeggen, over de omstandigheden weten we heel wat meer.


Jan ter Schure legde op 16 augustus 1943 zijn eerste tijdelijke gelofte af in de congregatie van de salesianen van Don Bosco. In de zomer van 1947 vertrok hij naar het Noord-Italiaanse Bollengo, een dorp in de provincie Turijn, om daar te beginnen aan zijn studie theologie ter voorbereiding op het priesterschap. Het was in die tijd zo dat de buitenlanders gedurende heel het studiejaar bleven waar ze waren. Wel konden ze in de grote vakantie naar Nederland, waar hun medebroeders hen druk bezig hielden, onder meer met het ledigen van bij salesiaanse medewerkers in het hele land geplaatste missiebusjes.


Geen enkele tijdgenoot heeft destijds gemerkt dat de theologant Ter Schure, die overigens moeilijk contacten maakte, zich met jongens inliet. En de jongens van Don Rua waren vanwege de zomervakantie naar huis. Dus er was die vier jaar in Ugchelen geen gelegenheid om ontucht te bedrijven. Blijft over de anderhalf jaar van 1 juli 1951 (de datum van Ter Schure's priesterwijding) tot 1 februari 1953, de datum waarop de klager uit Ugchelen vertrok.


Direct na zijn terugkeer in Nederland kreeg Ter Schure een benoeming voor het startende jeugdwerk van de salesianen in Den Haag. Ze betrokken er in 1951 eerst een voorlopige vestiging in de Riouwstraat en verhuisden in 1952 naar Huize Den Burgh in Rijswijk, een internaat waarin aanvankelijk vooral kinderen van uit de Oost gerepatrieerde Nederlanders werden opgevangen.


Ter Schure was daar eerst prefect (econoom) en na enkele jaren directeur, wat hij bleef tot 1962. Hij zal er zijn handen vol hebben gehad aan het opzetten en consolideren van de onderneming en maar weinig tijd voor bezoek aan andere salesiaanse huizen. Hij is in die tijd nu en dan toch in Ugchelen geweest, is er terecht opgemerkt. De Huiskroniek van Don Rua, die ik ooit voor andere doeleinden raadpleegde, kan daar opheldering over geven. In die Kroniek worden de bijzondere gebeurtenissen in Ugchelen genoteerd, waaronder ook de bezoeken van medebroeders uit andere huizen. Daarin komt Ter Schure in de betreffende periode drie keer voor. Op 7 juli 1951, nog geen week na zijn priesterwijding, doet hij zijn eerste mis in Ugchelen. Geen gelegenheid, stel ik me voor, waarbij je je direct aan seksuele vergrijpen schuldig maakt.


Op 19 maart 1952, feest van Sint Jozef, houdt pater Ter Schure in Ugchelen de feestpreek. 'Hij laat zien hoe St. Jozef in het volle leven stond door zijn innige vereniging met God', noteert de kroniekschrijver braaf. De predikant zal dezelfde dag weer zijn vertrokken, want een echte logeergelegenheid was er in dat primitieve en overvolle huis niet of nauwelijks. Bovendien blijft in de dagen erna elke verdere vermelding in de Kroniek achterwege. In datzelfde jaar is hij nogmaals in Ugchelen en wel begin augustus bij de jaarlijkse retraite van de medebroeders, die altijd viel in de grote vakantie van de leerlingen. En verder houdt het op tot weer ruim twee jaar later.


Maar waren het bos rechts en de boerderij links van het hoofdgebouw geen ideale gelegenheid voor zaken die het daglicht niet konden verdragen? Misschien als je tijd had om het zorgvuldig te plannen, maar die tijd was er juist niet en bovendien kon je er elk ogenblik door anderen overlopen worden, een risico dat Ter Schure zeker niet heeft willen lopen. Al met al: nauwelijks kans om met succes op jongensjacht te gaan, eenvoudig omdat de gelegenheid ontbrak om enig contact te leggen.


Dat de dames en heren van Hulp en Recht de klacht van de 76-jarige klager geloofwaardig hebben geoordeeld zegt niet zoveel, zeker niet nu de commissie-Deetman hun aanpak als amateuristisch heeft neergezet. Het lijkt er niet op dat ze moeite hebben gedaan de geografische voetsporen van de beweerde dader te volgen. Evenmin als de salesianen die in 2003 met een vergoeding zijn afgekomen die de zaak had moeten afsluiten. De klager heeft zich aan die afspraak niet gehouden en wil nu meer geld, wat de betalers wel achter hun oren zal hebben doen krabben. Wisten zij wat er werkelijk is gebeurd, wat precies de aard van dat 'misbruik' was en wie er zich wanneer en waar aan hebben schuldig gemaakt? Hun reactie was waarschijnlijk meer schrik dan schuld, wat jammer is voor het (meer) helder krijgen van de feiten.


Jan ter Schure heeft in zijn leven van maar weinig mensen enige sympathie ondervonden. Ook tussen hem en de Nederlandse salesianen was er een flinke afstand gekomen. Een medebroeders schreef: 'Ik kan me gewoon niet indenken dat Jan ter Schure schuldig zou zijn. Kon hij wel vrienden (vriendjes?) maken?'


Er zou nooit aandacht voor deze onbeduidende maar ambitieuze man zijn geweest als hij niet begin 1985 bisschop van Den Bosch was geworden. Een evidente miskleun van Rome, die prompt werd afgestraft met de mislukking van het pausbezoek in mei van datzelfde jaar. Maar alles wat je tegen Ter Schure kunt inbrengen rechtvaardigt niet dat hem ook seksuele misdrijven in de schoenen worden geschoven. Zeker niet op de rijkelijk vage, suggestieve, en hetze-achtige manier waarop dat nu is gebeurd.


Meer over