Bisdomcijfers

De opwinding rond de bisschoppelijke professor, of professorale bisschop - hij maakt het onderscheid immers zelf - Eijk is vrij snel geluwd....

Toen de aartsconservatieve Simonis indertijd in Rotterdam aantrad, was er gemurmureer. De katholieken van toen hadden zich, aan de losse hand van de betreurde bisschop Bekkers en welwillend aangezien door kardinaal Alfrink, een te grote vrijheid verworven. Rome probeerde hen weer in een keurslijf te persen. Rond Gijsen leek het zelfs even opstand te worden, maar dat ging toch niet door. Het doorschuiven van Simonis naar Utrecht, het aartsbisdom en de traditioneel bijbehorende kardinaalshoed, werd al met enig schouderophalen begroet. Je deed er immers niks aan. Maar bij latere benoemingen (Ter Schure) flakkerden de gevechten toch weer flink op.

Opvallende constante rond bisschopsbenoemingen is de laatste decennia altijd geweest dat niet alleen de katholieken zélf er zich mee bezig houden. Een roomse bisschop schijnt van ons allemaal te wezen. Hoe dat komt, is niet direct duidelijk. Misschien is het traditionele Nederlandse bemoeizucht. Feit is dat bij ontstentenis van een echt katholieke dagblad de commentaarschrijvers van vrijwel álle kranten zich over de onzalige collegedictaten van de Rolduciaan Eijk hebben gebogen.

Lawaai schoppen rond bisschopsbenoemingen is een soort gezelschapsspel. Elke nieuwe bisschop wordt hier met gepaste argwaan begroet, zeker wanneer de betreffende prelaat het grootste deel van zijn leven elders heeft doorgebracht en de Nederlandse verhoudingen dus alleen van horen zeggen kent. Een van de laatsten uit deze categorie was bisschop Muskens van Breda. Hij zou pas een potje bij gelovigen en heidenen tegelijk gaan breken toen hij zijn geruchtmakende these omtrent het te stelen brood poneerde. Zelfs de politiek (Kok hoogstpersoonlijk) vond het opportuun erop te reageren. Ermee eens of niet, sindsdien hebben wij Muskens in ons hart gesloten. De media beschouwen hem dientengevolge als de enige serieus te nemen Nederlandse kerkvorst.

Het is dus zelden goed en vaak verkeerd.

Maar wat stelt zo'n benoeming als die van Eijk nu eigenlijk voor in cijfers? Groningen is qua oppervlakte een flink uit de kluiten gewassen bisdom, maar het aandeel katholieken op de totale bevolking is er 8,3 procent. Daarmee bestiert prof. Eijk straks veruit het geringste aantal katholieken van al zijn bisschoppelijke collega's. Roermond, qua oppervlakte een stuk kleiner dan Groningen, heeft - zoals te verwachten - de meeste katholieken (95,3 procent van de totale bevolking in dat gebied).

Maar die 8,3 procent Groningers, Drenten en Friezen blijken wel weer de trouwste kerkgangers: 17,2 procent van hen gaat regelmatig naar de mis. Van de Utrechtse volgelingen van kardinaal-aartsbisschop Simonis (25,4 procent van de totale Utrechtse bevolking) gaat 16 procent regelmatig naar de kerk. In Roermond wenst slechts 15 procent met enige regelmaat de preek van meneer pastoor aan te horen.

Maar het is opvallend dat zowel het Centraal Bureau voor de Statistiek als het Katholiek Documentatie Centrum (Nijmegen) percentages noemt en absolute getallen uit de weg gaat.

Daarom volgen ze hier. In Nederland wonen (binnenkort) zestien miljoen mensen. Van hen zijn er ruim zeven miljoen katholiek, althans in naam. Van die zeven miljoen gaan er rond de zevenhonderdduizend met enige regelmaat ter kerke.

Het bisdom Groningen had per 1 januari 1999 121 duizend ingeschreven katholieken. 17,2 procent van hen is, zagen we al, min of meer trouw kerkganger.

Bisschop Eijk gaat dus effectief over 20.812 personen. Alle andere Nederlanders die zich met zijn benoeming bemoeien, doen mee aan een hoogst vrijblijvend gezelschapsspelletje.

Meer over