Nieuws

Biologische veehouderij blijkt middel in de strijd voor herstel van natuurgebieden

Natuurgebieden gaan erop vooruit als melkveehouderijen in hun buurt overschakelen naar biologische bedrijfsvoering. Dit leidt tot aanzienlijk minder uitstoot van ammoniak. Natuurgebieden hebben ernstig te lijden onder te veel stikstof, die onder meer voortkomt uit ammoniak afkomstig van de veehouderij.

Jongeren die normaal op festivals werken aan het werk op een biologisch-dynamisch boerenbedrijf in Noordeloos. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Jongeren die normaal op festivals werken aan het werk op een biologisch-dynamisch boerenbedrijf in Noordeloos.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Onderzoekers van Wageningen Universiteit & Research hebben onderzoek gedaan naar de ammoniakemissies van gangbare en biologische veehouderijen. Daaruit blijkt dat stallen met biologische koeien 22 procent minder ammoniak uitstoten dan gangbare bedrijven. De emissie per hectare grond is 53 procent lager.

Dat komt vooral doordat biologische bedrijven minder koeien houden, geen kunstmest gebruiken en meer weidegang toepassen, zegt onderzoeker Gerard Migchels. Ook voeren zij hun dieren minder krachtvoer, wat tot een lagere uitstoot leidt. ‘Alles wat je er aan de voorkant niet in stopt, komt er aan de achterkant niet uit’, aldus Migchels. Volgens de onderzoekers maakt dat biologische bedrijven zeer geschikt als ‘bufferbedrijf’ in de buurt van natuurgebieden.

Dat geldt niet voor biologische kippen- en varkenshouderijen. Die stoten per dier juist meer ammoniak uit dan gangbare bedrijven, vooral doordat zij minder dieren hebben per oppervlakte. Overigens kunnen melkveehouders niet zomaar overschakelen, omdat de markt voor biologische zuivel nog beperkt is.

Commissie-Remkes

Volgens het rapport Niet alles kan overal van de commissie-Remkes is de landbouw verantwoordelijk voor 46 procent van de uitstoot van stikstof op natuurgebieden in Nederland. De melkveehouderij neemt daarvan het leeuwendeel voor haar rekening: 60 procent. De varkenshouderij is goed voor 20 procent, de pluimveehouderij voor 10 procent.

In de nieuwe stikstofwet die onlangs is aangenomen is afgesproken dat in 2025 40 procent van de stikstofgevoelige natuur in Nederland weer gezond moet zijn. In 2035 moet dat zijn opgelopen tot 74 procent.

In 2019 werden er in Nederland bijna 40 duizend melkkoeien biologisch gehouden. Dit is 2,5 procent van het totaal aantal koeien. De hele biologische veestapel in Nederland bedraagt 4,2 miljoen dieren. Dat zijn met name leghennen (3,8 miljoen dieren).

Meer over