Binnenstebuiten gekeerd na moreel doodvonnis

Fictie Christa Wolf was een gewaardeerde dissidente schrijfster uit de DDR, tot een Stasi-dossiertje opdook.Door Jan Luijten..

Jan Luijten

Een leven wordt bezichtigd, en wel door de eigenaresse zelf. Het wordt beschreven en vooral geanalyseerd, want ergens in dat leven is er iets fout gegaan; een geestelijke dwaling die na vele jaren een haast ondraaglijke pijn veroorzaakt.

We hebben het over Christa Wolf, 81 jaar oud, en haar jongste, autobiografische roman Stadt der Engel oder The Overcoat of Dr. Freud, waarin ze rekenschap aflegt van haar leven in de twintig jaar geleden opgeheven DDR. Maar dit zeer lezenswaardige boek gaat ook over haar verblijf in Amerika eind 1992, begin 1993 en het smartelijke, innerlijke proces, waar ze in die tijd doorheen moest.

Wolf heeft tot de Duitse eenwording in 1990 in de DDR geloofd. Niet in de DDR van Erich Honecker, maar in een DDR waarin haar utopie van een menselijk en democratisch socialisme zou worden verwezenlijkt. Haar hoop op hervormingen werd in de loop der jaren steeds onrealistischer, maar zij bleef de DDR trouw.

Haar kritische houding tegenover het communistische regime en haar doorgaans zeer gewaardeerde literaire werk verleenden haar in de DDR een morele autoriteit. Veel mensen luisterden naar haar, maar toen de Oost-Duitsers in 1990 konden kiezen tussen een democratisch socialisme of het westerse kapitalisme ging hun voorkeur duidelijk uit naar het laatste.

Wolf moest haar socialistische utopie begraven. Daarbij kwam nog dat in 1990 haar beeld in de West-Duitse publieke opinie kantelde. Plotseling was ze niet meer de geprezen dissidente schrijfster, maar de Staatsdichterin van die gehate DDR; de intellectueel die niet had willen inzien in een totalitaire staat te hebben geleefd.

De sensibele schrijfster raakte door deze harde kritiek in een ernstige crisis die geruime tijd heeft geduurd, want de aanvallen en verwijten werden begin 1993 nog heftiger.

Die crisis is in Stadt der Engel oder The Overcoat of Dr. Freud steeds voelbaar. Het verklaart waarom ze regelmatig schrijft dat zich in haar een gevoel van vruchteloosheid heeft vastgezet en in haar hoofd haast permanent een geluidsband wordt afgedraaid.

De ‘stad van de engelen’ is Los Angeles, waar Wolf in het najaar van 1992 landt. Ze zal ongeveer een half jaar als gast van het Getty Center in Santa Monica verblijven. De ‘overjas van Freud’ is de metafoor voor een diepgaand zelfonderzoek. Die jas wordt binnenstebuiten gekeerd, want zoals bij Freud gebruikelijk moet de patiënt zijn ziel blootleggen. Steeds weer blikt Wolf terug op bepaalde episodes in haar leven. In gesprekken, in gedachten en zelfs in haar dromen duikt steeds het verleden op.

Die stroom van herinneringen is op gang gekomen door iets wat ruim een half jaar voor haar vertrek naar de VS gebeurde, maar waarover ze pas ver van huis in Santa Monica kan praten. Begin 1992 ging Wolf tien dagen lang naar het voormalige hoofdkantoor van de Stasi in Oost-Berlijn om te lezen in de 42 ordners, waarin de gevreesde geheime dienst van de DDR alles had vastgehouden, wat hij over haar doen en laten te weten was gekomen. Uit deze Opferakte bleek onder meer dat een vriend haar jarenlang had bespioneerd, en dat de Stasi haar houding tegenover de DDR als ‘vijandig-negatief’ had gekwalificeerd.

Op de tiende dag had een medewerkster haar nog een dun dossier voorgelegd met de mededeling dat ze dit eigenlijk niet mocht doen, maar binnenkort zou dit dossier zeker worden gepubliceerd en dan was Wolf voorbereid. Het was haar Täterakte, waarin was vastgelegd dat ze tussen 1959 en 1962 als informele medewerker (IM) voor de Stasi actief was geweest, niet intensief maar toch. Dit feit had ze volledig verdrongen en de schrik was dan ook groot, want ze besefte dat de letters IM een ‘moreel doodvonnis’ behelsden.

Haar ontdekking blijft ongeveer een jaar geheim. Maar begin 1993 wordt Wolf publiekelijk ontmaskerd als IM. In het Getty Center komen reeksen artikelen uit Duitsland aan, waarin ze op hoge toon wordt veroordeeld. Dat er een vele malen dikker dossier bestaat, waaruit blijkt dat Wolf vooral een slachtoffer van de Stasi is geweest, wordt in de Duitse media veelal genegeerd.

Wolf zal haar crisis overwinnen en zich van de last van haar verleden bevrijden. Ze doet dit door zo eerlijk mogelijk te antwoorden op de vragen: ‘Hoe had ik dit kunnen vergeten?’ en ‘Waarom heb ik dit gedaan?’ En ze leert, zo lijkt het althans, te relativeren. Ergens noteert ze in die turbulente tijd: ‘Niet zelfvernietiging, maar zelfbevrijding. De onvermijdelijke pijn niet vrezen.’

Daarbij wordt ze geholpen door een schepsel uit haar fantasie: de nuchtere, zwarte engel Angelina met wie ze in gesprek raakt. ‘Is zij, de engel, een deel van mijn genezing?’

De vraag stellen is haar beantwoorden, en dat lijkt ook te gelden voor de vragen die aan het eind opduiken. ‘Het kleine land, waaruit ik kwam, was het te onbeduidend om belangstelling te verdienen? Stond boven hem vanaf het begin niet het mene tekel van de ondergang: in de afgrond met hem? Zou het mogelijk zijn dat ik vanwege een banale vergissing zo moest hebben geleden?’

En de engel antwoordt: ‘Gemeten werden slechts gevoelens, geen feiten.’ Dat lijkt inderdaad de kern van haar literatuur. Wolf hoeft haar leven niet over te doen. Want haar werken als Nachdenken über Christa T., Kindheitsmuster en Kassandra zijn van blijvende waarde.

Wat ook geldt voor deze roman. Dat er kennelijk vele jaren moesten verstrijken tussen de gebeurtenissen toen en de voltooiing van de roman, heeft waarschijnlijk te maken met de complexe vorm van het boek met vele verschillende verhaallijnen die Wolf tot een bewonderenswaardig geheel heeft verweven. En met het thema: een meedogenloos zelfonderzoek. Daarvoor is moed nodig. Christa Wolf had die.

Meer over