Binnenlopen met je eigen jongensdroom

De sleutel van het extreme succes? We bakken taarten die we zelf lekker vinden, beweren de Vlaamse bedenkers van kinderhelden als Kabouter Plop, Samson & Gert en K3....

Bart uit Gent is chocolatier, hij is 31, en toe aan iets anders. Een uur geleden heeft hij zich bij de receptie van het Vlaamse productiehuis Studio 100 gemeld voor een auditie en is hij langs de hall of fame gelopen, met foto's van Kabouter Plop, Samson & Gert, K3 en Piet Piraat. In de ontvangstzaal heeft hij naar een enorm videoscherm gekeken waarop de wederwaardigheden werden getoond van Bumba, het nieuwste animatiefiguurtje van Studio 100.

Nog een maand, dan opent Plopsa Indoor in Hasselt zijn deuren. Het wordt een overdekt attractiepark, opgetrokken in de sfeer van de figuren van Studio 100. Als Barts auditie goed gaat, loopt hij daar straks vijf dagen per week rond als animator - in een pak van Piet Piraat of van Berend Brokkenpap. Als het goed gaat, speelt hij straks ook drie keer per dag de soloshow van Bumba, in het amfitheatertje dat een plek krijgt naast twee nostalgische carrousels.

Dat wil Bart heel graag. En hij heeft ervaring. Hij is animator geweest op Mallorca, heeft 'figuraties' gedaan bij Samson & Gert, en reclamespotjes. Sinds drie jaar is hij ook animator in Plopsaland aan de kust, maar, zegt hij, dat is een buitenpark, en een buitenpark is zes maanden per jaar gesloten. Hij wil liever een vaste betrekking.

Dus nu staat Bart tegenover Chris Corens, de vaste regisseur van Studio 100. Die vertelt hem dat hij moet spelen dat hij directeur is 'van een luizig circusje waar geen hond meer komt kijken, maar nu heb je een pop op de kop getikt, Pinokkio, en nu moet je publiek binnenhalen. Maar denk erom: we zijn 4 jaar, dus je moet gróót spelen. Overdrijf het. Gebruik de ruimte. Je moet ons echt pakken.'

Bart kijkt alsof hij het in Keulen hoort donderen.

'Vlieg erin, Bart!', zegt Chris Corens.

Bart gaat in een hoek staan, met zijn rug naar de regisseur toe. Dan draait hij zich om, rent naar voren, en spreidt hij zijn armen. 'Dames en heren, jongens en meisjes...'

Afijn, hij is het niet geworden. Hij spéélde niet, hij droeg voor. Sloeg hele zinnen uit de tekst over. En noemde de vader van Pinokkio Gepekko. 'Geen spelintelligentie', zegt Corens. Hij zag het al toen Bart binnenkwam.

Enthousiaster is hij over Tom, die de musicalopleiding heeft gedaan aan het conservatorium in Brussel. Tom improviseert met grote gebaren, gebruikt alle registers van zijn stem, hij holt over het podium, om dan weer 'rust te pakken' zoals Corens dat noemt.

'Dat is geweldig hè, Tom', zegt Corens. 'Ik wil u er graag in hebben.'

Waarom iemand als Tom auditie doet voor een rol waarvoor hij eigenlijk te goed is, dat weet de regisseur wel. 'Omdat hij beseft dat je bij Studio 100 alle kansen krijgt als je je best doet. Omdat de sky hier de limit is. Omdat alles wat Studio 100 doet een succes wordt. Daar wil je bij horen.'

Pratende hond

Het begon allemaal met een man en zijn pratende hond. De man was Gert Verhulst, omroeper bij de Vlaamse televisiezender VRT. In 1989 werd hij, 22 jaar oud, gevraagd om tekenfilmpjes aan elkaar te praten. Samen met Danny Verbiest bedacht hij de pratende bobtail Samson, en die duopresentatie werd zo'n succes, dat de twee al snel een eigen televisieprogramma kregen.

Vervolgens kwamen er van overal in het land telefoontjes: of Samson & Gert ook optredens deden. Dus toen was er een programma, een show, en daarna kwamen de cd's en de boeken en de T-shirts, de pennen, de bekers en de knuffels.

In 1996 richten Verhulst en Verbiest met Hans Bourlon, producent van Samson & Gert, Studio 100 op. Gedrieën bedenken ze de jaren daarna het ene kinderprogramma na het andere: Kabouter Plop, Big & Betsy, Wizzy & Woppy, Piet Piraat. De jongerensoap Spring, Bumba. Ze lanceren meisjesgroep K3, en bouwen de wereld rond hun televisiefiguren net zo uit als ze met Samson & Gert hebben gedaan - met (kerst)shows, musicals en bioscoopfilms, met cd's en stripboeken. Met een eigen pretpark, Plopsaland. En nu dus met Plopsa Indoor.

Zat er ooit een mislukking tussen? 'Nee', zegt Verhulst, 'wel gewoon succes.' Gewoon succes is iets anders dan extreem succes. Extreem succes is twaalf keer Ahoy' voor K3, jaarlijks bijna 800 duizend bezoekers van Plopsaland, dat is in 2004 640 keer een uitverkochte zaal voor de shows.

Plopkoeken

Nu kan het natuurlijk zijn dat u geen kleine kinderen heeft, en u inmiddels wel eens wilt weten wat die Studio 100-figuren eigenlijk allemaal doen. Welnu. Kabouter Plop, een volwassen acteur in een kabouterpak, woont in een melkherberg en draagt net als zijn vrienden Klus, Kwebbel, Lui en Smul een rode kaboutermuts waarvan de punten omhoog gaan als de kabouters een heftige emotie beleven. Dat is bijvoorbeeld het geval als Smul stiekem alle plopkoeken heeft opgegeten die Plop net heeft gebakken. Plopperdeplop, zegt Plop dan.

Samson & Gert wonen in een fictief Vlaams dorpje. Midden op het dorpsplein staat het frietkot van Fred Kroket, en het kan zomaar gebeuren dat Samson & Gert een bestelling laten brengen en net lekker willen gaan eten, als ze ontdekken dat er nog maar drie frietjes in het bakje zitten. Wie o wie heeft dat gedaan?

Buikgevoel

Ja, zucht Gert Verhulst, Studio 100 wordt vaak verweten dat het eendimensionale producten aflevert die niet prikkelen of uitdagen, die te braaf zijn, en nee, hij voelt geen enkele aandrang zich te verdedigen. Hij is er trots op dat zijn bedrijf, tegen alle cartoongeweld in, traditionele programma's blijft maken over een wereld 'waarin we allemaal wel willen leven, een wereld waarin goed altijd wint van kwaad, waar niemand een grap maakt ten koste van een ander, waar slecht kinderlijk slecht is en waar dus nooit wordt gemoord, hooguit een taart wordt gestolen'.

Klinkt dat als een missie? 'Het is gewoon wat we willen maken. Kijk, je hebt bakkers, die bakken taarten met peper en zout. Wij niet. Wij zijn bakkers die van dezelfde taart houden als ons publiek.'

Goed, een kleine nuancering dan: 'Studio 100 is een commercieel bedrijf, dus we zoeken een zo groot mogelijk publiek, en geven de mensen wat ze al kennen.'

Hoe ze dat publiek elke keer weer zo goed weten te bedienen, dat is een wonderlijke mengeling van jongensachtige speelsheid en een feilloos commercieel instinct. Het bedenken van nieuwe figuren begint bijvoorbeeld altijd met wat Verhulst een 'buikgevoel' noemt. 'Daar komt geen marktonderzoek of testpubliek aan te pas.' Maar na die fase is het een kwestie van berekening.

Zo was het al snel duidelijk dat Kabouter Plop in een wereld moest leven zonder moderne communicatiemiddelen, 'want die raken zo snel gedateerd, dat het onmogelijk is om - goedkoop - oude afleveringen te herhalen'.

Of neem de pretparken Plopsaland en Plopsa Indoor. Voor Verhulst, die als kind al De Efteling nabouwde in Lego, was het een jongensdroom die uitkwam, 'een leuke business waar we onze figuren eeuwigheidswaarde konden geven'. Plopsaland is inmiddels wél verantwoordelijk voor bijna eenvijfde van de omzet van Studio 100 - meer dan de televisieprogramma's, de verkoop van cd's, video's, dvd's en boeken bij elkaar. En dat daar geen marktonderzoek aan te pas is gekomen - zo zou Wim Wauters, directeur van Plopsa Indoor, het niet willen zeggen.

Nummerplaten

Het is eind november in een vrieskoude hal net buiten Hasselt. Buiten stromen busladingen pubers de nabijgelegen Grenslandhallen binnen voor het Junior Eurovisiesongfestival 2005. Binnen worden rotspartijen opgespoten, wordt er getimmerd, geverfd, geslepen en betegeld, en rijdt een stoet wagentjes, nog in fabrieksplastic verpakt, proefrondjes op de achtbaan.

'Geen marktonderzoek', herhaalt Wauters, 'dat kan niet in een business als deze. Je moet weten wat je klanten leuk vinden.' En hij vertelt hoe in Plopsaland De Panne aan de Belgische kust, waar hij tot voor kort directielid was, elke dag honderd gezinnen worden ondervraagd over de leukste attractie, de properheid, de bediening, de shows, het eten en de animatiefiguren. Hoe elke dag op de parkeerplaats de Nederlandse nummerplaten worden geteld, om erachter te komen hoeveel Nederlanders Plopsaland bezoeken.

'En dan laten we ons ook één keer per jaar op lage rolwagentjes langs de attracties rijden, om zelf op kinderooghoogte te kunnen zien wat ontbreekt, of beter kan.'

Nog vier weken, dan stromen hier de bezoekers langs de toegangspoortjes. Negen maanden is er dan gebouwd aan bijna 11.000 vierkante meter speelplezier, met behalve een achtbaan ook twee nostalgische carrousels, een bewegende boot, een verkeersplein met stoplichten en echte autootjes, zeventig Playstations en een ballenbad met 63 duizend ballen. Toch zijn het niet de mechanische attracties waar straks jaarlijks honderdduizenden twee- tot twaalfjarigen met hun ouders op afkomen - dat zijn hun helden van de tv.

Echt zeetje

Daar, wijst Wauters, komt het standbeeld van Samson. 'Je weet nu al, dat wordt een fotopunt.' Even verderop: het amfitheater, waar Bumba zal optreden. Rechts daarvan: de Kabouter Plop-zone, met een gigantische klimboom, en daaronder de melkherberg, rood met witte stippen. Daarnaast: vier enorme glijbanen, afgezet met echte rotspartijen. Weer wat verder: De Scheve Schuit, het schip van Piet Piraat. Het water staat nog niet in de vijver, maar straks zal het lijken alsof de boot in een echt zeetje ligt. Met bumperbootjes kunnen de kinderen er dan omheen varen.

Het was precies die Scheve Schuit die artdirector Piet de Koninck voor zich zag toen hij de eerste schetsen van Plopsa Indoor maakte. 'Een boot in een hal, maar dan in water. Dat leek me wel gek.'

Het was ook de Scheve Schuit die de fantasie van Peter Laurier flink op gang bracht. Laurier, net 54 geworden, is ontwerper van de speelzone tussen bos en boot. 'Dan is Piet Piraat kennelijk aangespoeld, hier, vlak voor deze rotspartij, en heeft hij van allemaal oud spul een kraaiennest gebouwd, en dan kun je dus net doen alsof je erbij was, en dan klim je in dat nest, en kijk je door de verrekijkers over zee.'

Fantasieloze wipkippen

Laurier was in een vorig leven ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij zat 'in de criminaliteitsbestrijding'. Maar toen het er na een reorganisatie naar uitzag dat hij alleen nog maar achter een bureau zou zitten, is hij speelplekken gaan ontwerpen voor gemeenten. Zijn filosofie: je mag je best een buil vallen als je speelt. Laurier gruwt van de fantasieloze speelplekken in de grote steden, met een paar wipkippen en een klimtoestel en rechte tunneltjes waar je het einde al van ziet als je er instapt. Hij wil liever op het verkeerde been zetten. Dus die speelplek hoog in de boom in het Plopbos, dat vond hij een briljant idee van artdirector De Koninck. Dat de palen rondom de vijver allemaal een andere hoogte hebben, en de loopbrug is gemaakt van planken die steeds een andere maat hebben - heeft hij allemaal bedacht. 'Ik weet nog precies wat ik zelf leuk vond toen ik jong was. Het hoeft allemaal niet zo netjes.'

Gedrieën staan De Koninck, Laurier en Wauters nu de lopende zaken door te nemen. De Koninck kijkt vol trots naar de hoogwerker die een enorme takkenbos aan het plafond bevestigt - vlak boven de klimboom. Wauters ziet de kindergezichten al voor zich, en zegt: 'We gaan ervoor zorgen dat ze straks allemaal met pret in de ogen naar huis gaan.'

Hoe het kan, dat volwassen mannen zich zo verliezen in een pretpark? Wauters is oprecht verbaasd door de vraag. 'Waarom zou ik daar niet hart en ziel in leggen?' zegt hij. De Koninck begint te glimlachen. 'Ik zeg vaak tegen mijn vrouw: je hebt vier kinderen, in plaats van drie.' Hij is inmiddels 39, en de laatste tijd denkt hij weleens: hoe zal het ons vergaan als we tien jaar ouder zijn? Dan lopen hij en Gert Verhulst tegen de 50, zijn hun kinderen jongvolwassen. 'Weten we dan nog wat er leeft onder jeugd?'

Peter Laurier weet daarop het antwoord wel. Hij kijkt nog eens naar de boot en naar de rotsen, en glundert: 'Ik weet wel wie er het eerste speelt als het hier allemaal klaar is.'

Meer over