Bildung

Burgertjes, dat moeten het worden.

Aleid Truijens


Nederlanders die weten wat hun burgerplichten en burgerrechten zijn en anderen de vrijheid gunnen die zij zelf nemen. Dat vond tenminste de wijze commissie die in 2006 ‘actief burgerschap en sociale integratie’ tot een van de kerndoelen in het onderwijs verhief. Op de middelbare school zou je ‘burgerschapscompetenties’ moeten leren.
Er is weinig van terechtgekomen. Op de valreep van de vakantie deelden onderzoekers van International Civics and Citizenship Education Study een dikke onvoldoende uit aan het Nederlandse onderwijs.
Nederlandse 14- en 15-jarigen scoren slecht op het gebied van burgerschap, vergeleken met Europese leeftijdsgenoten. Slecht 24 procent begrijpt iets van politiek en weet hoe een democratie werkt; in Denemarken en Finland is dat 55 en 60 procent.
In wantrouwen van de media scoren onze kinderen wel hoog: 52 procent meent dat je nieuws in kranten, op radio, tv en internet niet kunt geloven. Koploper zijn we, samen met Vlaanderen, op het gebied van intolerantie. Nergens ter wereld vinden zo veel jongeren dat immigranten minder recht hebben op onderwijs dan autochtonen en niet zouden mogen meedoen aan de verkiezingen. Geen wonder dat Wilders de scholierenverkiezingen in juni met glans won.
Serieus
Moeten er nog meer lesuren worden besteed aan ‘burgerschapscompetenties’? Alsjeblieft niet. Zo’n vak, meestal bij maatschappijleer ondergebracht, wordt totaal niet serieus genomen. Inzicht in de samenleving is zo essentieel dat het geen apart schoolvak kan zijn; het hoort bij alle vakken die vertellen hoe de wereld reilt en zeilt. Goed onderwijs is burgerschapskunde.
Bij wiskunde leer je nadenken. Aardrijkskunde en economie vertellen je dat welvaart niet vanzelf spreekt, en dat het leven in sommige landen minder chill is; bij geschiedenis merk je dat alles al eens eerder is gebeurd, maar dan net anders. Bij sport oefen je je in het verliezen, en er niet meteen op los rammen.
Talen brengen je in contact met de hele wereld. Kunst en muziek laten je ervaren dat schoonheid en lelijkheid bestaan, en dat de angsten en verlangens van alle mensen hetzelfde zijn. Wie romans leest, kruipt in andermans hoofd en hart, ook in dat van een moordenaar of verkrachter. Dat scheelt. De Duitsers hebben er een mooier woord voor dan competentie: Bildung.
In ons werkstukjesonderwijs staat Bildung niet voorop. Het draait om informatie vergaren en reproduceren, niet om vragen stellen en analyseren. Ook wordt de kindermening zeer op prijs gesteld. Het is belangrijker dat leerlingen vertellen hoe leuk of suf ze een boek vonden, dan dat ze weten in welke tijd of samenleving het speelt en begrijpen wat iemand wil zeggen.
Wie op school nooit wordt opgetild uit zijn eigen wereldje, heeft alleen de eigen ervaring als ijkpunt. Als de laatste belevenis een akkefietje was met een kutmarokkaan op het voetbalplein, en als je ouders monkelen dat het leven toch een klerezooi is en stemmen niks uithaalt, dan is de stap naar blinde haat snel gemaakt.


Meer over