Bil, schouder, neus, oor: de tics van Rafael Nadal

Rafael Nadal is een man van rituelen. Of lijdt hij aan een dwangneurose? Per wedstrijd raakt hij zijn achterwerk minimaal tweehonderd keer aan. Zijn coach: 'Hij heeft me gezegd dat hij ermee kan stoppen.'

Netter dan Rafael Nadal kan een toptennisser haast niet zijn. Hij heeft geen sterallures. Hij is geduldig met kinderen en bejegent ouderen met respect. Hij klaagt niet tegen scheidsrechters en vloekt hooguit binnensmonds. Hij belt zijn moeder elke dag. Maar voordat hij een bal slaat, plukt hij zijn onderbroek tussen zijn billen vandaan.

Op televisie valt die de hardnekkige gewoonte niet zo op. De camera brengt zijn volledige serviceritueel weinig in beeld. In het stadion kan een toeschouwer niet ontkomen aan de meest opvallende van al zijn manías, zoals de Spaanse pers de rituelen van de nummer één noemt.

Nadal maakt zijn billen vrij voor zijn eerste opslag. Hij doet het voor zijn tweede opslag. Hij plukt als hij wacht op de eerste opslag van zijn tegenstander. En opnieuw voor een eventuele herkansing. Afhankelijk van de duur van een wedstrijd reikt hij zijn rechterhand tussen de tweehonderd en vierhonderd keer naar zijn bips.

Het ligt niet aan de broek of het ondergoed. Zijn sponsor Nike heeft Nadal in de loop van zijn profcarrière van allerlei modellen voorzien. Tot over de knie, tot boven de knie, tot halverwege het dijbeen, strak om de gespierde billen en los. Andere spelers hebben zonder problemen dezelfde broeken gedragen. Over het ondergoed van zijn sponsor Armani, dat ook populair is bij andere topsporters, zijn evenmin klachten bekend.

De handbeweging staat niet op zichzelf. Zij is onderdeel in een verfijnd patroon dat Nadal in de loop der jaren heeft ontwikkeld bij zijn opslag. Het neemt haast 20 seconden in beslag, de maximale tijd die een speler mag nemen voor hij de bal in het spel brengt. Soms krijgt hij een arbitrale berisping, omdat het te lang duurt.

In Parijs gaat zijn serviceritueel als volgt. Hij vraagt drie ballen van de ballenjongens. Hij inspecteert ze terwijl hij naar de achterlijn loopt. Hij veegt de lijn met zijn rechtervoet schoon, ook als die net is schoongemaakt door een materiaalman. Vaak doet hij bij een andere stukje lijn hetzelfde met zijn linkervoet. Hij slaat het gravel met zijn racket van zijn schoenzolen, eerst links, dan rechts.

Hij laat een van de ballen vallen en tikt hem achteloos naar achteren met zijn racket, dat hij vasthoudt in zijn linkerhand. Met rechts steekt hij een bal in zijn zak. De overgebleven bal werpt hij via de grond naar zijn racket. Hij controleert hem met het racket en laat hem tien tot dertien keer stuiteren. Zijn rechterhand gaat ondertussen op reis.

Hij plukt zijn bilnaad. Hij trekt aan zijn T-shirt, eerst boven de linkerschouder, dan rechts. Hij raakt zijn neus aan. Hij strijkt met zijn hand langs zijn linkeroor, alsof hij zijn haar achter zijn oor wil wegstoppen (de lange lokken zitten onder zijn strakke haarband). Hij tikt de neus weer aan (soms tweemaal) en strijkt langs zijn andere oor. Dan tikt hij de bal met zijn racket naar de vrije hand. Hij stuitert drie tot vijf maal.

Pas dan slaat hij op.

Als Nadal de bal in het net slaat, of buiten het servicevak, doorloopt hij voor de tweede opslag een verkorte versie van het ritueel. De rechterhand doet: bips, neus, oor, neus, oor. Hij doet het alleen tijdens de wedstrijd. Bij inslaan kan hij zonder voorbereiding hard en zorgvuldig te serveren.

Op oude YouTube-filmpjes, met wedstrijdfragmenten uit zijn tienertijd, is te zien dat het ritueel nog geen vaste vorm had aangenomen. Hij sloeg achteloos op, zonder maniertjes of speciale voorbereiding.

Tien jaar geleden, tijdens zijn eerste finale op Roland Garros, bestond het patroon slechts in primitieve vorm. Nadal stuiterde met de bal, veegde soms de lijn schoon met zijn schoen, duwde zijn lokken achter zijn haarband en trok aan zijn broek. Veel verder ging het niet.

undefined

Persiflage

Vrijwel alle toptennissers hebben een opslagritueel. De service is een cruciaal moment. Het biedt de speler de kans om direct een punt te scoren, of op zijn minst het initiatief in de rally naar zich toe te trekken. Tennissers worden geacht hun servicegames te winnen. Falen ze daarin, dan verliezen ze vrijwel altijd de wedstrijd.

Een routine biedt houvast. De simpelste vorm is het stuiteren van de bal. Er is geen toptennisser die dat nalaat. Maar veel topspelers hebben een uitgesponnen voorbereiding. Het is een typerend moment, bijna net zo kenmerkend als een vreemd accent.

Novak Djokovic heeft de grap van dat gegeven ingezien. Aanvankelijk deed hij andere spelers alleen na in de kleedkamer, voor bevriende collega's. Totdat zijn persiflages in 2007 op YouTube belandden. Sindsdien toont hij op verzoek zijn Maria Sjarapova, Andy Roddick en John McEnroe. Maar liefst zien de fans hem Nadal nadoen.

De Spanjaard is een gewillig slachtoffer, want zijn opslagritueel is uniek in detail en duur. En het is slechts een van zijn vele vaste gewoonten. In Parijs levert een inventarisatie de volgende rij op.

Hij draagt altijd een racket in zijn linkerhand als hij de baan opkomt. Hij stapt bij het betreden van de baan niet op de lijnen. Hij komt als laatste bij de toss. Hij danst tijdens de toss als een bokser in afwachting van een gevecht. Na de toss sprint hij op een drafje naar de achterlijn, met brede passen. Na een rustpauze tussen twee games jogt hij tussen de 'tramrails', de buitenste lijnen, naar het achterveld.

Hij neemt altijd twee handdoeken mee het veld in en overhandigt ze aan twee verschillende ballenjongens. De tweede ballenjongen krijgt de handdoek vaak pas nadat hij de achterlijn met een voet heeft schoongeveegd, ook al is die smetteloos wit gemaakt door de baanverzorgers. Hij stapt na afloop van elke game pas buiten de lijnen als de jongens beide handdoeken hebben teruggegeven.

Hij wisselt na elke set van shirt en hoofdband. Hij drinkt altijd uit twee flessen, een met water en een met een zelf meegenomen oranje drank. Hij zet ze na elk slokje uiterst voorzichtig op het gravel. De etiketten van de flesjes draait hij in de richting van zijn eigen achterlijn.

Voor elke opslag van zijn tegenstander werkt hij een korte versie af van zijn serviceritueel. Het bevat een nieuw element, dat hij (nog?) niet altijd uitvoert. Vanaf zijn achterwerk gaat zijn rechterhand rechtstreeks naar zijn kruis: na zijn billen maakt hij ook zijn ballen vrij. Dan gaat de hand omhoog; schouder, schouder, neus, oor, neus, oor. Soms raffelt hij de zaak af, omdat zijn tegenstander opslaat.

Zijn oom Toni Nadal heeft Rafael sinds zijn vierde als coach bijgestaan. Hij heeft hem fatsoen bijgebracht. Hij heeft voorkomen dat hij door het succes naast zijn schoenen is gaan lopen door spelregels op te stellen. Nooit tegen lijnrechters schelden, nooit met rackets gooien, altijd je bord leegeten en met twee woorden spreken. Hij waarschuwde dat hij zou stoppen als coach als zijn neefje zich niet aan de regels hield.

De manías vallen buiten zijn macht. In een interview met het Spaanse dagblad 20 minutos gaf hij twee jaar geleden toe dat ze hem storen. Hij heeft Nadal erop aangesproken, al heeft dat weinig uitgehaald. 'Hij heeft me gezegd dat hij ermee kan stoppen en ik heb hem verteld dat hij dat moet doen. Ik hou van logica. Het heeft geen invloed op zijn spel, maar het zou slecht zijn als hij die dingen nodig zou hebben om goed te kunnen spelen.'

Mogelijk is oom Toni medeverantwoordelijk voor het ontstaan van de tics. De rechtshandige Nadal is volgens sommige berichten met de rituelen begonnen toen hij zijn forehand met links ging slaan, zo rond zijn twaalfde jaar. Tot die tijd had hij een dubbelhandige forehand en backhand, een speelwijze waarmee de wereldtop volgens Toni onbereikbaar zou zijn. Linkshandigheid geldt in het tennis als een voordeel.

Een YouTube-fragment waarin de 13-jarige Nadal een wedstrijd speelt tegen de toenmalige Franse belofte Richard Gasquet bevestigt de theorie niet. Op de amateurvideo is Rafael een wat slungelig jongetje met donkere haren, dat vrijuit tennis speelt. Hij laat de bal zelfs niet eenmaal op de grond stuiteren voordat hij opslaat.

undefined

Diagnose

De Australische psycholoog Christopher Mogan heeft een andere theorie. Hij vermoedt dat Nadal lijdt aan een dwangneurose, een noodzaak om bepaalde handelingen uit te voeren die binnen de medische wetenschap ook wordt aangeduid als een obsessief-compulsieve stoornis. Een eenduidige oorzaak is er niet.

Tijdens de Australian Open, in januari, zocht Mogan contact met een televisiestation dat de wedstrijden uitzond. Hij vond dat de commentatoren, oud-tennisser Jim Courier en voormalig nummer één Lleyton Hewitt, de spot dreven met Nadal. De psycholoog erkende dat het onmogelijk is een diagnose te stellen zonder Nadal te spreken, maar hij vermoedde dat echte patiënten zich met de tennisser zouden identificeren.

Tegen The Sydney Morning Herald zei hij: 'Het zijn rituelen, maar het punt is dat ze bedoeld zijn om te winnen. Het gaat erom precies het juiste gevoel te krijgen. Flesjes rechtzetten geeft een gevoel van afronding. Als je het niet afrondt, ontstaat er stress.'

Mogans theorie werd in Australië door een woordvoerder van Nadal weersproken. Hij zou een normale man zijn. Zijn rituelen zouden enkel zijn bedoeld om zijn spel te helpen.

Aan Nadal is de discussie niet besteed. Hij reageert in persconferenties kregelig als zijn manías aan de orde komen, al staat hij soms ook lachend toe te kijken als Djokovic hem op verzoek van een toernooidirecteur persifleert. Een paar jaar ontkende hij dat zijn rituelen een vorm van bijgeloof waren. 'Ik doe gewoon graag hetzelfde', zei hij toen.

Tegen een Argentijnse televisiepresentatrice reageerde hij onlangs nonchalant, nadat ze zijn serviceritueel stap voor stap had doorgenomen. Tot hilariteit van het publiek greep ze zelfs met haar rechterhand naar de bilnaad van haar glimmende avondjurk. 'Ze helpen me te concentreren', zei Nadal. 'Ze ontstaan door de stress van de competitie.'

Kennelijk deren de grappen en grollen Nadal niet. Of in elk geval te weinig om afstand te doen van zijn rituelen. Zijn tennisspel lijkt er niet onder te lijden. Misschien is het er zelfs bij gebaat. Hij is de nummer één van de wereld. En hij is de enige proftennisser die negen jaar op rij ten minste een grandslamtitel heeft veroverd. Het heeft er alle schijn van dat het zondag tien jaar wordt.

undefined

Meer over