Bijstandswerk zoekt plaats op de arbeidsmarkt

Menig plantsoen wordt bijgehouden door werkers met een uitkering. Op echte hoveniers wordt bezuinigd. Waar ligt de winst, waar het verlies?

CHARLOTTE HUISMAN

In 2009 werd hij door zijn werkgever ontslagen als consultant, bijna vier jaar later vraagt de gemeente Utrecht hem of hij parken wil schoonhouden, met behoud van uitkering. Of post sorteren, inpakwerk doen, vakken vullen. De 60-jarige Jos van Wijck - niet zijn echte naam - ervaart dat hij na tientallen jaren werken op hbo-niveau in de automatisering en advisering niet meer aan de bak komt. Vanwege zijn leeftijd, vermoedt hij. Meer dan vierhonderd sollicitatiebrieven heeft hij de afgelopen jaren tevergeefs verstuurd.

Na een periode in de WW kwam hij vorig jaar in de bijstand terecht. Daar merkte hij al snel dat Utrecht, net als veel andere gemeenten, de druk op uitkeringsgerechtigden het afgelopen jaar behoorlijk heeft opgevoerd.

De gemeente stuurde Van Wijck eerst naar een reïntegratiebedrijf, waar hij twee maanden 'arbeidsritme kon opdoen' met onder meer het plaatsen van frisdrankflessen in kratten. In december stelde zijn werkcoach hem een 'individuele participatieplaats' voor. Hij kan in de groenvoorziening gaan werken, met behoud van zijn uitkering.

Van Wijck: 'Ik kan me niet voorstellen hoe werken in het park een betaalde functie voor mij dichterbij brengt. Ik zou hoogstens onbetaald een gat gaan opvullen, waarmee ik lagergeschoolden hun werkgelegenheid ontneem. Er wordt niet gekeken naar achtergrond, opleiding en ervaring.'

Utrecht zegt dat werklozen op geen enkele manier betaalde arbeidskrachten mogen vervangen als zij aan het werk worden gezet met behoud van uitkering; verdringing van regulier werk is bovendien wettelijk verboden. De bijstandsgerechtigden houden alleen de parken schoon, via een reïntegratieplaats, benadrukt de gemeentewoordvoerder. Dit is nodig omdat er door eerdere gemeentelijke bezuinigingen geen geld meer is om dit door betaalde krachten te laten doen, legt ze uit.

Maar een groepje betaalde hoveniers, dat deze zonnige middag bezig is met de verzorging van jonge boompjes in het Utrechtse Wilhelminapark, maakt zich wel degelijk zorgen. Hoe lang kunnen zij dit werk nog blijven doen als professionele betaalde krachten, vragen ze zich geregeld af. De langste van het vijftal vertelt dat hij regelmatig leiding geeft aan een groepje werknemers van de sociale werkbedrijven, met een fysieke of geestelijke beperking. Utrecht heeft steeds minder hoveniers in dienst.

Dit komt doordat de gemeente Utrecht het hovenierswerk heeft opgesplitst. De simpele taken worden gedaan door werknemers van de sociale werkvoorziening. Gekwalificeerde hoveniers doen het werk dat alleen professionele krachten kunnen doen. Hoveniers worden niet gedwongen ontslagen. Maar als zo'n opgeleide groenwerknemer vertrekt, neemt Utrecht geen nieuwe aan.

De hoveniers in het Wilhelminapark voelen zich daarom steeds meer weggedrukt, zeggen ze. Zij beseffen heel goed dat zij veel duurder dan 'die werklozen en sociale werkplaatsmensen', en in deze crisis hebben de gemeenten geen geld meer. 'Maar hovenier zijn is wel een vak, hoor', zegt de leider van het gezelschap. 'De mooie Utrechtse parken worden nu met minder kennis onderhouden.'

De hovenier is de volgende in een reeks beroepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt die aan de beurt zijn voor jobcarving. Van gekwalificeerde banen worden de simpele werkzaamheden 'afgeweekt', om die vervolgens door goedkopere werknemers te laten uitvoeren: door flexwerkers, door werknemers van de sociale werkplaats, of - steeds vaker - door werklozen met behoud van uitkering.

Dit gebeurt nu bijvoorbeeld ook bij de post en de thuiszorg. Een werkloze kan best de boodschappen doen voor een hulpbehoevende, dan hoeft de betaalde kracht dat niet te doen. De werknemers die in deze sectoren werken, ervaren het alsof er aan hun stoelpoten wordt gezaagd. Maar volgens gemeenten als Utrecht creëert jobcarven juist kansen voor bijstandsgerechtigden.

Omdat veel gemeenten veel minder geld hebben, gaan de ontwikkelingen razendsnel. De wet die gemeenten verplicht een tegenprestatie te vragen van uitkeringsgerechtigden wordt volop in praktijk gebracht. De gemeenten hebben niet alleen baat bij minder mensen in de bijstand, maar ook bij bijstandsgerechtigden die taken uitvoeren die worden wegbezuinigd.

De gemeentelijke groenvoorziening is slechts een van de werkterreinen waar bijstandsgerechtigden de plek innemen van betaalde krachten, stelt de FNV in haar Zwartboek Werken in de Bijstand. Zij doen ook vaak onbetaald boodschappen voor ouderen, regelen het verkeer en houden de stad schoon.

Beleidsmedewerker Adri den Bakker van de vakbond zegt dat ze geschrokken is van dit onderzoek. 'Gemeenten blijven volhouden dat er geen sprake is van verdringing, hoeveel voorbeelden wij er ook van hebben verzameld. Laatst werd iemand ziek die met behoud van uitkering stratenmaker is. Die gemeente heeft toen een betaalde uitzendkracht ingehuurd om hem te vervangen.'

Utrecht gaat vanaf dit voorjaar 4.000 minst bemiddelbare uitkeringsgerechtigden - ruim de helft van het totale bestand - oproepen om te bepalen voor hoeveel procent zij inzetbaar zijn. Als ze iets kunnen doen, móéten ze iets gaan doen. De gemeente overweegt hen klussen in de wijken te laten doen, die anders zouden blijven liggen.

De vakbond spreekt schande van het op deze manier inzetten van werklozen die daarvoor niets extra's krijgen bovenop hun uitkering. De Kliëntenraad Utrecht, die de belangen behartigt van uitkeringsgerechtigden, vindt dat mensen worden opgejaagd, terwijl veel van hen geen kans maken op een betaalde baan. 'Sommige bijstandsgerechtigden krijgen eczeem van de stress', zegt hun woordvoerder Joop de Ram.

Maar de gemeenten - van Rotterdam tot Emmen en Sittard - zijn uitgesproken enthousiast over de mentaliteitsomslag. In Emmen doen 21 werklozen met behoud van uitkering onder begeleiding het simpeler hovenierswerk. In Sittard werken uitkeringsgerechtigden niet alleen met behoud van uitkering in het groen, maar ook aan onderhoud van de stad. 'We bieden uitkeringsgerechtigden een werkervaringsplek', zegt wethouder Berry van Rijswijk (GroenLinks). 'Er is dus geen sprake van verdringing van reguliere arbeidsplaatsen, maar we zetten werk in de openbare ruimte in als arbeidsmarktinstrument.'

In Utrecht zijn onder bijstandsgerechtigden uiteenlopende meningen te horen. Er zijn er die zich onder druk gezet voelen en niet serieus genomen, zoals Jos van Wijck. Er zijn er ook, vertellen medewerkers van de sociale dienst, die geen zin hebben om te werken of geen realistisch beeld hebben van wat ze kunnen. Zeggen ze: ik ga toch zeker niet in een magazijn werken? Zij zien er regelmatig jongeren aan de balie die geen trek hebben in de openstaande vacatures in ambacht en techniek, ook al is hun taalbeheersing veel te gering voor de door hen gewenste administratieve baan.

Maar andere bijstandsgerechtigden zien de participatieplaatsen juist als een kans. Dante, een 62-jarige politieke vluchteling uit Chili, is het meest uitgesproken. Waarschijnlijk omdat hij afkomstig is uit een armer land, zegt hij. 'Ik wist niet wat ik zag toen ik in de jaren tachtig gezonde jonge mensen als planten thuis zag zitten, hun hand ophoudend voor een beetje geld van de staat. Ik kon me niet voorstellen dat mensen zichzelf niet nuttig zouden willen maken. Ze zijn hier wel erg verwend, dacht ik.'

Toen hij zijn gezondheidsproblemen had overwonnen, wilde hij weer aan de slag. Met behoud van uitkering reed hij enkele maanden als chauffeur, onder meer in het gehandicaptenvervoer. Omdat Dante, in de woorden van zijn werkgever Martijn van der Kroef 'nooit ziek is, netjes op zijn wagens is en al zijn diploma's vlot heeft gehaald', heeft hij inmiddels een vaste baan gekregen bij diens bedrijf Van Rhijn vervoer.

Van der Kroef neemt graag op deze manier personeel aan, 'omdat mensen supertrouw aan je zijn als je ze uit de bijstand trekt en daardoor minder vaak ziek'. Maar het stoort hem dat hij andere werkgevers ziet in zijn sector die, zoals hij het omschrijft, vooral willen profiteren van het goedkope personeel uit de bakken van de sociale diensten. Deze bedrijven nemen vervolgens de mensen na een periode van werken met behoud van uitkering niet in dienst. Door misbruik van het systeem kunnen zij goedkoper werken, en daardoor winnen deze ondernemingen volgens hem vaker de aanbestedingen.

Abdel (43), ex-meubelmaker

Abdel, voorheen meubelmaker, heeft het naar zijn zin op zijn werkplek bij het restaurant Down Under in Nieuwegein, waar hij via de gemeente is geplaatst op een participatieplaats. Abdel maakt er schoon, doet de afwas, voert reparaties uit en helpt in de keuken. Eigenaar Patrick van den Brink is zo tevreden over hem, dat hij Abdel, na een paar maanden werk met behoud van uitkering, in dienst heeft genomen. Abdel heeft daar nu gemengde gevoelens over. Hij is erg blij met zijn baan. Maar hij baalt ervan dat in zijn geval, als enige kostwinnaar in een gezin met meerdere kinderen, het minimumloon lager uitvalt dan een bijstandsuitkering.

Anton Frankhuisen (47), bijstandsgerechtigde

Anton Frankhuisen werkt met behoud van uitkering in het project Schone Parken. Na twee jaar dakloosheid heeft hij een klein - 32 vierkante meter - wat donker huurappartement gekregen van de gemeente. Er staat nauwelijks meer in dan een bed, een tweezitsbank, een tafel en twee stoelen. Het oranje werkhesje hangt over een spijl van het bed.

Jarenlang heeft hij zijn demente moeder verzorgd, vertelt hij. Hij is handig met computers en is intelligent, maar heeft, zegt hij zelf, ook 'beperkingen', ergens in het autistische spectrum. Daarom is zijn leven een beetje een zooitje geweest, met veel halve baantjes en schulden. In het bestand van de sociale dienst valt hij onder 'speciale doelgroepen'.

Ook hij wordt 'gepusht' door zijn werkcoach om aan de slag te gaan. Het eerste plan, werken in de bejaardenzorg, bleek Frankhuisen niet te liggen. Steward zijn op de sneltram leek hem niets, dan moest hij veel te veel onder de mensen zijn. 'Ik dacht: ik ga voor groen, misschien is dat wat.' Dus meldt hij zich een paar ochtenden per week op het verzamelpunt. Vandaar rijden ze in groepjes langs de parken om te kijken of er werk is.

Soms is er zo weinig te doen dat ze snel weer terug zijn op het verzamelpunt op de Tractieweg om koffie te drinken. Wat dit hem dichterbij brengt bij een betaalde baan, begrijpt hij nog niet helemaal. 'Hoe mooi ze het ook allemaal omschrijven als reïntegratie, het lijkt toch het meest op tewerkstelling.'

Anton Frankhuisen wil graag werken. 'Ik moet wel het idee hebben dat ik iets nuttig doe', zegt hij. Hij droomt van een carrière in het ontwerpen van games, maar tot dusver is dat niet gelukt. 'Betaald werk vinden zal steeds lastiger worden nu ook steeds meer goed gekwalificeerde mensen werkloos worden.'

undefined

Meer over