Bijsluiters en simpeler goedkoper

De Financi Bijsluiter wordt vereenvoudigd. Banken en verzekeraars zijn al aan het rekenen of de invoering van de versoberde bijsluiter ook leidt tot een kostenbesparing....

Terwijl de Autoriteit Financi Markten (AFM) nog druk bezig is met de evaluatie van de Financi Bijsluiter weet iedereen in de financi wereld al lang dat de bijsluiter in de huidige vorm zijn langste tijd heeft gehad. Begin deze week liet ook minister Gerrit Zalm van Financizich in die zin uit.'We gaan de bijsluiter versoberen', liet hij weten. Zalm slaat op die wijze twee vliegen in een klap. Hij neemt de aanhoudende kritiek op de bijsluiter serieus en laat zien dat hij weer iets doet om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verlagen.

Die kosten zijn niet gering. Volgens de Nederlandse Vereniging van Banken kost het handhaven van de bijsluiter, die zelden wordt opgevraagd, jaarlijks circa 70 miljoen euro. Hoewel de AFM de begin dit jaar gestarte evaluatie van de bijsluiter pas voor de zomer heeft afgerond, studeren financi instellingen nu al op de gevolgen voor de nalevingskosten van de invoering van een vereenvoudigde bijsluiter waarbij alle essenti informatie te vinden is op een A4tje.

Al voor de introductie van de Financi Bijsluiter medio 2002 riepen critici dat het goedbedoelde document te ingewikkeld zou uitpakken. Gewezen werd naar naar Engeland waar een vergelijkbaardocument ook zijn doel voorbij schoot. Doel van de verplichtebijsluiter was de consument naast de wervende tekst in de folder ook wat nuchtere feiten over complexe financi producten te geven. Met die bijsluiter in de hand zou hij dan de producten van verschillende aanbieders met elkaar kunnen vergelijken.

De praktijk bleek zoals velen al vreesden, weerbarstig. De bijsluiters zijn vaak onleesbaar door de formele presentatie en het juridische taalgebruik. Bovendien nemen weinig consumenten de moeite de bijsluiter uit te pluizen. Dat is niet verwonderlijk omdat de zaken waar het om gaat, verstopt zitten tussen allerlei onbelangrijke details zoals de aan-en verkoopkosten bij andere instellingen of adresgegevens.

De bijsluiter werd geboren onder een ongelukkig gesternte. Het is een moeizaam compromis tussen tegenstribbelende banken en verzekeraars aan de ene kant en het ministerie van Financiaan de andere kant. De aanbieders hadden weinig op met deze verplichte papierwinkel. Volgens de Consumentenbond heeft de onwil van de banken en verzekeraars ertoe geleid dat er uiteindelijk zo'n ingewikkeld document uit de bus is gekomen.

Het ontbreken van een duidelijke risico-indicator wordt nu zowel door Consumentenbond als door banken en verzekeraars gezien als een omissie. Al deze partijen pleiten voor een simpele code met bolletjes om de mate van risico aan te geven. Veel aanbieders van beleggingsproducten gebruiken al zo'n code voor hun eigen assortiment.

Ondanks alle kritiek brengt de Financi Bijsluiter interessante informatie aan het licht die niet te vinden is in de folders. 'Vooral de staatjes met rendementen zijn interessant', zegt registeraccountant Anton Greefhorst die voor de Stichting Bijsluiterscore inmiddels tientallen bijsluiters heeft geanalyseerd. Zijn bevindingen publiceert hij in zijn column op de site van Planet Internet.

Greefhorst begon voor zijn columns over geldzaken met het doorspitten van een paar financi bijsluiters en kwam al doende tot de conclusie dat in vrijwel elke bijsluiter een of meer onjuistheden en slordigheden stonden. 'Dat intrigeerde me', zegt Greefhorst. Samen met een paar anderen heeft hij vervolgens een stichting opgericht die bijsluiters onderzoekt.

De staatjes met rendementen van beleggingsfondsen zijn onthullend omdat ze tonen hoeveel kosten fondsen inhouden en wat het gevolg daarvan is op het nettorendement: het geld dat de belegger uiteindelijk overhoudt. Omdat het rendement van beleggingsfondsen onzeker is, kan een een fonds daar slechs een prognose van geven. De kosten zijn de enige zekere factor voor de belegger.

De tabel op deze pagina laat zien dat die kosten er met name in de eerste jaren inhakken. Wie bijvoorbeeld duizend euro in een groot wereldwijd beleggend aandelenfonds stopt, moet beschikken over lange adem om de kosten goed te maken. Bij een brutorendement van 4 procent verdient hij op de langere termijn (twintig jaar) netto slechts 2,7 procent. Het eerste jaar overtreffen de kosten het rendement. Greefhorst waarschuwt dat fondsen niet alle kosten openbaren. 'De transactiekosten van 0,1 tot 1 procent zie je niet terug in de Financi Bijsluiter.'

Soms staat de tekst van de marketingafdeling in de folders op gespannen voet met de tekst van de juridische afdeling in de financi bijsluiter. Zo rept Spaarbeleg van lage kosten bij het Rendementsplan. De belegger die de moeite neemt de Financi Bijsluiter te bestuderen, ziet dat de kosten bij dit beleggingsproduct hoger uitvallen dan bij de beleggingsfondsen van Robeco, de Postbank en ABN Amro uit de tabel op deze pagina. Uitgaande van een brutorendement van 4 procent houdt de belegger na twintig jaar 1,97 procent netto over. Dat is bijna 1 procentpunt minder dan bij de eerder genoemde fondsen.

Meer over