Bijouteriedoosje voor God

De hitte staat stijf rechtop in de lange smalle Romeinse straat die de Corso heet. De huizen houden zich roerloos, zoals ze dat in de zomer al eeuwen doen....

Alleen de eerste, grote zaal van het paleis (nog altijd door de adellijke familie Doria bewoond; ze heeft een geschiedenis van honderden jaren) was toegankelijk. Ik herken de leeftijdloze suppoost die de kaartjes verkoopt. Hij is die paar jaar niet van zijn plaats geweest, als alle eeuwige kunstwerken die in het paleis hangen en staan.

Alle ramen van de zaal zijn geblindeerd; de zaal is verlicht met ingehouden kunstlicht. Er is geen buitenwereld. Ik sta in een reservaat van eeuwen en daardoor ook buiten de tijd. Door de zalen, eens bewoond, wordt men naar de kunstgalerij geleid. Elke zaal is een stilleven geworden, met zwijgende beelden, zich in hun vernis spiegelende schilderijen, meubels, kristal en goud. De intiemste plek is de huiskapel, een bijouteriedoosje voor God; er moet al lang niet geknield zijn op de adellijke bidstoelen. Het lieflijke barokaltaartje is voor de bezoeker onbereikbaar. Het is stil en wie heel goed luistert hoort de echo van het laatste prevelen.

Achter de zalen ligt de eerste vleugel van de galerij, die de ongelooflijk rijke kunstcollectie van de familie tentoonstelt. De schilderijen hangen er heel druk boven elkaar. Er is weinig tussenruimte. Wij zijn de enige bezoekers. Het kunstlicht maakt bijna overal het vernis zo glanzend, dat de voorstelling en vooral de kleuren zich in de schaduw ervan terugtrekken. Tussen veel niet zo bekends hangen meesterwerken, Memlinck, Caravaggio, Claude Lorraine, Rafaël, hier in de dichtheid haast anoniem geworden.

Aan het einde van de eerste vleugel (vlak bij het glazen sprookje van de Spiegelgalerij) hangt in een zijvertrek het absolute meesterwerk van het paleis: het portret van paus Innocentius X (1644-1655) door Velasquez. Hij was een Pamfili, een kind des huizes dus. De Spaanse schilder is weinig barmhartig voor hem geweest, hoezeer de strenge heerszuchtige ogen hem ook op afstand hebben willen houden. Ik kijk naar hem, hij kijkt terug en wijst mij over eeuwen heen nog terug. Naast het geschilderde portret staat het gebeeldhouwde. Bernini (die voor de paus werkte, hij voltooide in zijn opdracht het interieur van de Sint-Pieter) heeft het gemaakt. Ook al een meesterwerk. De hals is heel licht naar rechts gedraaid, waardoor het portret minder versteend aandoet dan andere borstbeelden. (In een andere vleugel staat hetzelfde beeld; het brak, bij de hals, de paus werd onthoofd, en het beeld werd de paus nooit aangeboden; Bernini begon opnieuw). Ondanks zijn autoritaire blik, of een poging ertoe, was Innocentius geen sterk karakter. Zijn schoonzuster, die de 'pausin' heette, maakte de dienst uit. Een vleugel verder staat haar beeld op een hoek: een wat plompe kop die nog alles in de gaten houdt. Gelukkig voor hem kan Innocentius haar niet zien.

De schilderijen die maar niet gezien willen worden, het kunstlicht, de kunsttemperatuur, de stilte die alles nog roerlozer maakt, zijn er de oorzaak van dat ik me zelf wat kunstmatig ga voelen. Even voel ik mezelf ontplooien: bij Pieter Breugels De slag in de haven van Napels. Zeilen bollen in de wind, en de wolken beloven koelte. (De zuid-Nederlanders zijn heel sterk in de collectie vertegenwoordigd. Ze werden in Rome, waar ze soms werkten en woonden, bewonderd).

Ik loop in de vierde en laatste vleugel, langzaam de echte wereld weer tegemoet. Aan het einde ervan word ik verrast. Michaël Zeeman woont nog maar net in Rome of hij heeft er al zijn borstbeeld. Het is meer dan levensgroot. Hij heeft een baardje laten staan en draagt een reusachtige baret. Hij staat, wakend, bijna op een hoek. Hij laat mij uit.

Buiten heerst de hitte. Natuurlijk.

Meer over